W-Festival | Een heerlijk verrassende trip terug in de tijd

Afgelopen zondag eindige de zevende editie van het Vlaamse W-Festival. Het evenement op het strand van Oostende is een paradijsje voor muziekliefhebbers met een 80’s-fetisj met iconen als ABC, Level 42, Kid Creole and the Coconuts en Cock Robin op de affiche. Soundz-redacteur John den Braber banjerde drie dagen door het mulle zand en herbeleefde zijn tienerjaren.

Tekst: John den Braber

Foto’s: Oliver Rasti en Patrice Hoerner

Bij de ingang van het W-Festival staat een grote boog met daarop het motto van het evenement: Fly With Us To The 80’s. Een belofte die nu al voor het zevende jaar waargemaakt wordt. Want hoewel het ooit via een eendaags new wave festival in Wortelgem, via een drieluik in Waregem nu voor de tweede keer in de West-Vlaamse badplaats wordt gehouden; de nostalgische trip blijft immer dezelfde.

Wie rondkijkt op het fraai aangeklede festivalterrein, dat vorig jaar – toen nog met enkele coronamaatregelen in het achterhoofd – een stuk groter was, ziet dat de organisatie gericht heeft geschoten, want het leeuwendeel van de bezoekers heeft de jaren 80 fysiek als puber meegemaakt. Teksten worden woord voor woord meegezongen en bandshirts van de optredende groepen zijn niet te tellen. Er hangt een gemoedelijke sfeer, zeker omdat er veel zit- en schaduwplekken zijn voorzien. Het is nooit ergens uitpuilend druk en er zijn genoeg barpunten, zodat je nooit lang op een pintje of frietje hoeft te wachten.

De podia-indeling is simpel, want waar er vorig jaar nog om onduidelijke reden een techno tent stond, is er nu één groot podium, waar de artiesten met een vliegensvlugge change over van een half uur, allen ongeveer vijftig minuten optreden. Voor sommigen blijkt dat dit weekend iets te kort en voor een enkeling juist een zee van tijd om te vullen, met maar een echte hit achter de naam.

De line-up is buitengewoon indrukwekkend. Sterker nog: er is waarschijnlijk in de eighties zelf nooit een festival geweest waar zulke grote namen gelijktijdig aanwezig waren. Op de openingsdag zijn The Nits, Scritti Politti en Big Country de grote blikvangers en op donderdag mag een andere grootheid uit de vorige eeuw om 13:00 het spits afbijten: T’PAU. De Britten hebben nog een uitstekende show in de vingers en dat komt mede door het aanstekelijke enthousiasme van de rossige frontvrouw Carol Decker. Ze vertelt anekdotes uit de oude doos, refereert vaak aan hoe de songs tot stand kwamen en maant het publiek meermaals tot meezingen. Dat laatste gebeurt vooral bij de megahits Heart and Soul en uiteraard China In Your Hand, die vakkundig tot het slot worden bewaard.

Nits

Soulsister kennen we in ons land vooral van de meezinger The Way To Your Heart, maar in België is de groep van Jan Leyers – die in 2012 Zomergasten presenteerde – en Paul Michiels nog razend populair. En dat is niet verrassend want de elfkoppige band – inclusief drie blazers – speelt zo strak als een snaar. Hoogtepunt is uiteraard de hitsingle, maar ook het enthousiaste, wat onbeholpen huppelspringen van Michiels tijdens het refrein.

Nadat de wat gezapige soft rock set van Paul Carrack niet helemaal landt op het strand en het Britse The Lighting Seeds simpelweg wat bekendheid aan de andere kant van de Noordzee mist, moet xPropaganda het publiek uit de rozige stemming brengen met hun donkere avant-garde elektro. De set van het Duitse duo Susanne Freytag en Claudia Brücken begint wat weifelend en dat komt mede omdat de organisatie ervoor heeft gekozen om geen presentator in te huren, die de bands aankondigt. Voor de ene artiest geen probleem, maar andere acts, zoals dit tweetal, kunnen wel een zetje in de rug gebruiken om goed uit de startblokken te komen. xPropaganda doet uiteindelijk waar het goed in is: een strakke show zonder veel poespas en de geweldige singles Duel en p:Machinery trekken de bezoekers qua emotie weer richting de periode dat de Berlijnse Muur nog stond.

xPropoganda

Op vrijdag mag Heather Nova na de Belgische Jo Lemaire, vooral bekend van de Serge Gainsbourg-cover  Je Suis Venue Te Dire Que Je M’en Vais, het publiek in de mood krijgen voor een wederom letterlijk – en figuurlijk – heet dagje aan de boulevard van Oostende. Maar een fuifnummer zal de Amerikaanse nimmer worden. Ze speelt een ingetogen set vol goed gesmede luisterliedjes zoals London Rain en Walk This World, die echter in een club beter tot recht komen.

Nee, dan Stereo MC’s. De groep uit Nottingham speelt de hit Connected al vrij vroeg in de set, maar wie denkt dat de inmiddels 61-jarige hiphop/dance-pionier Rob Birch zijn pijlen verschoten heeft, zit ernaast. De Britten slepen het publiek mee tot het gaatje en tegen het einde van het optreden danst vrijwel iedereen op de beats van dit collectief. Het is voor het Schotse The Proclaimers dan ook niet makkelijk om meteen de aandacht van het zandveld te grijpen, zeker niet omdat hun geluidsman waarschijnlijk met zijn hoofd in Nova Scottia zit als het eerste nummer wordt ingezet. Maar als na een liedje tunen, de zo kenmerkende stemmen van de tweeling Charlie en Craig Reid gedragen door de sterke wind over de menigte schallen, komt het al snel goed met Letter from America en I’m Gonna Be (500 miles) als dankbaar voer voor de vele meezingers.

The Proclaimers

Kid Creole and the Coconuts ontpopt zich tot de verrassing van het W-Festival. De show van de Amerikaanse formatie vliegt uit de startblokken na een instrumentale opener en een vurige aankondiging van de 72-jarige frontman. August Darnell, de echte naam van de ras entertainer, en als je hem zo ziet qua kleding en beweging een van de inspiratoren van Bruno Mars, weet wat zijn muziek nodig heeft: passie en variété. En dat is wat ‘zijn’ Coconuts – drie danseressen met uitstekende stemmen – toevoegen aan het spektakel. Voeg daar een uitstekende band bij en natuurlijk die ene onweerstaanbare hit Annie, I’m Not Your Daddy, en je hebt topvermaak. Level 42 – toch een van de grotere namen op de affiche – doet erg zijn best om de euforie door te trekken, maar de zangstem van Mark King is toch wel op zijn retour, al blijven de hits als Lessons In Love en Running In The Family natuurlijk smullen.

Level 42

Op zaterdag is Cutting Crew een verrassend leuke opener. De Britten – die in 1986 een dijk van een hit scoorden met (I Just) Died In Your Arms – weten het publiek al vroeg op de middag in te pakken, mede door gedurfde covers zoals Keep The Car Running van Arcade Fire. London Beat bakt er hierna werkelijk niets van. Het trio uit de Engelse hoofdstad begint met een soundcheck die overgaat in het concert, zonder dat iemand echt begrijpt wat er gebeurt. De band is compleet uit vorm en ook de zangers zitten er vaak onzuiver naast. Zelf hun grote succes Thinking About You voelt als een moetje voor de heren en dat is jammer, want dat het ook anders kan bewijst Arrested Development niet veel later. De Amerikaanse hiphopformatie is een beetje de vreemde eend in de bijt op dit festival, maar daar trekt het collectief uit Atlanta zich niets van aan. Met hun hits Tennesse, Mr. Wendal en afsluiter Everyday People, krijgt de groep van frontman Speech zelfs de notoire zitzakgebruikers dansend op de been.

Arrested Development

Na de gedegen poprockshow van Deacon Blue is het Amerikaanse Cock Robin in topvorm. Zanger Peter Kingsbery is eerlijk: ‘Ik zit op een low op dit moment’, maar dat is aan zijn performance niet te merken. Misschien juist vanwege zijn emotionele staat gaat zijn toch al gepijnigde stemgeluid door merg en been en komen nummers als Thought You Were On My Side en The Promise You Made nog harder binnen. Wat het optreden van de band uit Los Angeles beklijvend maakt, ontbreekt bij de show van ABC. Toegegeven: de hitjes, zoals The Look Of Love, Poison Arrow en When Smokey Sings zijn lekker en catchy gezongen en met de stem van Martin Fry is niets mis, maar toch blijft het allemaal wat netjes en kakt het tussen de bekende meeblèr-liedjes wat in.

Deacon Blue

Spandau Ballet-kopstuk Tony Hadley ziet er fit uit als hij op het podium stapt. De Britse zanger heeft zin in deze trip down memory lane en bedient – nog immer met een fantastische stemklank – het publiek met een sloot hits uit de gouden periode van de New Romantics groep uit Londen. Nadat Del Amitri de indiefans op een heerlijk toetje zo laat op de avond trakteren, mag UB40 de avond afsluiten. De groep  – er zijn namelijk twee versies van de reggaeband – met Ali Campbell als zanger levert de perfecte afsluiter voor het slapen gaan. Er komen louter hits voorbij en de melancholische afsluiter Red Red Wine dirigeert de bezoekers indirect voor een afzakkertje het nachtleven van Oostende in.

Tony Hadley

Het W-Festival is echt een must als je gek bent op de muziek van de jaren 80 en het begin van de jaren 90. De locatie is prachtig, zeker met bloedmooi weer, zoals deze editie, en de voorzieningen top. Goed: je betaalt een flinke smak als je vijf dagen wilt blijven, maar daarvoor krijgen de bezoekers een flink divers pallet aan artiesten uit een fijne periode in de geschiedenis. Natuurlijk heeft de een de tand des tijds beter doorstaan dan de ander, maar de kwaliteit van het programma was over het algemeen ruim voldoende. Het grote pluspunt van een retrofestival als dit is daarbij het enthousiasme van de acts. Het plezier straalt er vanaf en dat werkt aanstekelijk. Want wie wil er immers niet herinnerd worden aan de mooiste periode uit je leven?

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws