Onze laatste ontmoeting met Keith Flint (The Prodigy)

Nieuws

Keith Flint is niet meer. Het boegbeeld van The Prodigy maakte afgelopen weekend een einde aan zijn leven. De Brit werd slechts 49 jaar. Soundz-redacteur John den Braber sprak in oktober nog met ‘The Godfathers of Rave’ in hun thuisstad Londen over hun nieuwe album No Tourists en de geplande wereldtournee, waarbij onder meer Lowlands aangedaan zou worden. ‘Het is allemaal niet te bevatten. Flint oogde monter, maakte grapjes en vertelde dat hij heel veel zin had om met zijn ‘broeders’ de festivals en grote zalen plat te spelen. Zo zie je maar dat een gepijnigde ziel of depressieve gevoelens – zeker voor buitenstaanders – vaak niet waarneembaar zijn.’ Hier kun je het interview in zijn geheel lezen.

Tekst: John den Braber

Waar veel grote bands zich tijdens persdagen laten fêteren in chique hotels, waar de champagne vloeit en er louter hapjes met Franse namen worden geserveerd, kiezen Liam Howlett (47), Keith Flint (49) en hypeman Keith ‘Maxim’ Palmer (51) een doodgewone Londense pub om over hun nieuwe album te spreken. In een zaaltje boven het café, waar het ruikt naar verschraald bier en dartborden aan de muur hangen, veren de mannen van The Prodigy enthousiast uit hun houten stoeltjes als de vertegenwoordiger van het Nederlandse muziekjournaille binnenstapt. “You are from Holland, right fella?”, zegt Howlett met een glimlach, terwijl hij een stevige handdruk geeft. “You guys have always been good to us”, vervolgt het creatieve brein van de Britse danceveteranen, die met Out of Space, Firestarter, No Good en Poison iconische dance-anthems fabriceerden. “Nederlanders verkennen grenzen en staan open voor nieuwe dingen. We feed of that, when we’re on stage.”

Howlett houdt dus van Nederland en dat is niet zo verwonderlijk. Met name in ons land lijkt de populariteit van The Prodigy nooit af te nemen. En dat is op zich opmerkelijk, want de jongste albums van het trio leverden zeker niet meer de hits op die klassiekers als The Prodigy Experience (1992), Music for The Jilted Generation (1994) en The Fat of the Land (1997) voortbrachten. De overweldigende liveshow vol pompende basslijnen, breakbeats en de tomeloze energie van frontmannen Flint en Maxim zorgen er echter al drie decennia voor dat de Britten steevast kunnen rekenen op een uitverkocht huis.

Sterker nog: op 9 december staat de grootste stand-alone show van het trio – in de Amsterdamse Ziggo Dome – op de agenda. En die show komt met het zojuist verschenen album No Tourists op het perfecte moment. “Het is de laatste show van de toer. Dus ik denk dat we dan onze shit pas écht goed voor elkaar hebben”, grapt Flint, terwijl hij een hijs van zijn elektronische sigaret neemt.

The Prodigy is een band die normaliter ruim de tijd neemt tussen albums. Soms wel een jaar of zeven. Toch verschijnt ‘No Tourists’ relatief snel na voorganger ‘The Day is My Enemy’ (2015). Hoe komt dat?
Howlett: “Eigenlijk per toeval. Ik had samen met de Amerikaanse band Ho99o9 een track opgenomen die op hun album zou verschijnen. Dat bleek een enorme trigger om ook weer voor The Prodigy aan de slag te gaan. Ik had on the road ook al wat tracks geschreven, maar nog niet echt veel mee gedaan. Maar eenmaal in de studio, kreeg het idee voor een nieuwe plaat vorm. Uiteindelijk hebben we in overleg met Ho99o9 zelfs besloten de track op No Tourists te zetten. Dat leek ons passend aangezien het de kickstart was van het project.”

De samenwerking met de shockrockers van Ho99o9 begrijp ik. Maar waarom heb je voor de zanglijn in ‘Give Me a Signal’ gekozen voor de jonge singer-songwriter Barns Courtney?
Howlett: “Nou, ik heb hém niet echt gekozen, maar meer zijn geluid. Een beetje zoals ik ook altijd opzoek ben naar samples voor onze nummers. Een vriend draaide een nummer van hem en de pitch in zijn stem paste precies bij onze track. Ik heb de track naar hem gestuurd en hij heeft die line ingezongen. Meer was het eigenlijk niet.”

Je zei ooit in een interview dat je tijdens het schrijven van tracks het liefst in een ‘insane mood’ wilt komen. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Howlett: “Ik probeer mezelf in emotionele zin altijd op het randje van de afgrond te brengen. Soms werk ik heel lang door terwijl ik doodmoe ben, dan stap ik weer de studio in met teveel energie; alles om de vaste patronen te doorbreken. Op een of andere manier brengt dat het beste in mij naar boven. Dat hou je echter niet lang vol, want het sloopt je uiteraard en de familie thuis zit er niet per se op te wachten.”

Wanneer worden Keith en Maxim in het maakproces betrokken?
Howlett: “Dat verschilt heel erg. De ene keer horen ze een track pas als die in mijn ogen af is en de andere keer zijn ze er vanaf mijn eerste hersenspinsels al bij.”
Flint: “Het ligt er een beetje aan hoe de track en tekst zich tot elkaar verhouden. Vaak is de muziek leidend, vooral omdat het toch de pulserende kracht geeft aan de nummers. Maar soms vinden we een door mij of Maxim geschreven tekst krachtiger en bouwen we juist de muziek daar omheen. Er is niet echt een vaste formule, maar een ding is wel belangrijk: het moet vooral live echt vet klinken.”

Krijg je door de jaren heen dan ook een vertrouwd gevoel met elkaar qua smaak?
Flint: “Meestal zijn we het wel eens, ja. Maar dan vooral over wat het absoluut niet moet worden. Wij hebben ons nooit laten leiden door modegrillen in de muziekscene of angst om niet meer relevant te zijn.”

Howlett: “Ik neem bands die hun eigen identiteit te grabbel gooien door met alle commerciële winden mee te waaien nooit zo serieus. Ik denk dan: hoe oprecht is jullie muziek eigenlijk? Bij The Prodigy gaan we uit van onze eigen kracht en het mandaat dat de fans ons al jaren geven. Wij zijn geen commerciële sell-out en zullen dat nooit worden ook. Je moet gewoon een herkenbare, eigen sound hebben en zorgen dat de nieuwe tracks grotere ballen hebben dan de vorige.”

Bestaat er dan ook het gevaar dat je altijd in een soort retrohoek blijft hangen?
Howlett: “Zeker, en daarom moet je blijven spelen met creativiteit en de technieken die nu voorhanden zijn. Wij willen absoluut geen retrosound maken. Fuck that. We gebruiken wel old-skool-elementen, maar trekken die dan naar deze tijd. Al onze nummers moeten frisheid, potentie en vooral urgentie bezitten.”
Maxim: “Er is niets mis met retro, maar we moeten vooral blijven waken voor de ziekte die gemakzucht heet. Heel veel bands leiden daaraan, vooral omdat ze nooit buiten hun eigen comfortzone willen stappen. Wij doen dat al dertig jaar. Wij nemen nooit the easy road.”

Nu je het zegt: toen ik voor het eerst ‘Music from the Jilted Generation’ opzette, dacht ik de toekomst van de dance te horen. Avontuurlijk, gedurfd en met een punkhouding van fuck the world. Nu – meer dan twintig jaar later – lijkt het dancegenre een soort eenheidsworst geworden vol voorspelbare en uitgekauwde productietrucjes.
Howlett: “Ik ben het met je eens, maar ik wil niet die ouwe lul zijn die zegt dat vroeger alles beter was. Maar dat was het wel. Tegenwoordig zijn artiesten bang om de randjes op te zoeken omdat ze anders een fanbase verliezen of te choquerend zijn.”

Maxim: “Neem een genre als hiphop. Twintig jaar geleden waren er baanbrekende rappers die grenzen verlegden door hun unieke stijl, attitude en delivery. Dat bracht hen naar een next level. Nu doen ze elkaar allemaal na en proberen ze zoveel mogelijk op Drake, Kendrick Lamar of Kanye West te lijken. Puur omdat je dan altijd in de safe zone blijft, wat smaak betreft.”
Flint: “Daarom hebben we onze plaat ook No Tourists genoemd. We willen altijd blijven ontdekken en de randjes van het toelaatbare opzoeken. We willen geen vangnet om ons heen, waardoor al het avontuur verdwijnt. De wereld is al zo vanille-kleurig geworden.”

Hoe bedoel je dat?
Flint: “Iedereen is bang om op andermans tenen te staan. Het lijkt wel alsof we in de Victoriaanse tijd zijn beland, waar een blote tepel werd gezien als harde porno. Ik vind het niet onze strijd om daar tegen te vechten, maar als iemand tegen mij zegt: dat kan je beter niet doen, doe ik het juist.”

Zou je in deze tijd van #metoo nog een nummer als ‘Smack My Bitch Up’ kunnen uitbrengen, zonder onmiddellijk aan de hoogste boom te worden opgeknoopt?
Howlett: “Ik zou het nu niet meer doen, maar dan puur omdat we het al eens gedaan hebben.”
Flint: “Je moet een ding begrijpen: we zijn nooit bewust bezig met choqueren, hooguit provoceren. Wij creëren alleen bewust anarchie tijdens onze liveshows. Maar dan wel een plezierige. Ik denk ook niet dat mensen nog snel uit het lood geslagen zijn door een nummer dat een band uitbrengt. Op internet zijn veel gruwelijkere zaken te vinden, gewoon door de juiste woorden te googelen.”

Ik las ooit een interview met Stephen King waarbij de journalist vroeg: ‘what scares people?’ De vraag aan jullie: wat laat mensen losgaan en non-stop dansen?
Howlett: “Vrijheid en expressie. Mensen die onze shows bezoeken weten wat ze krijgen en voelen zich veilig om zich te laten gaan. Ze zijn niet bang om zich te uiten omdat wij ons ook helemaal laten gaan. Dat is een bevrijdend gevoel. Ik denk dat wij de ultieme escapisme-band zijn. Gewoon twee uur lang alles vergeten en je laten meevoeren naar een wereld wars van politieke voorkeuren of andere mentale obstakels.”
Flint: “Bij onze shows voelen mensen zich onderdeel van het geheel. Er is eigenlijk geen onderscheid tussen het podium en de zaal of het veld. Het publiek geeft ons energie en die zenden wij dan terug. Die wisselwerking is perfect.”
Maxim: “Wat Liam zegt, vrijheid, maar ook puur plezier. Soms sta ik bij een band en denk ik: vind je het zelf eigenlijk wel leuk? Hoe kan ik dan die energie opbrengen om mezelf te verliezen in de muziek? Wij voelen ons vrij om onszelf compromisloos te geven en dat voelt het publiek en gaat daarin mee.”

Is dat uiteindelijk hét geheim van de ogenschijnlijk onverwoestbare reputatie van de The Prodigy?
Flint: “Dat denk ik wel, al is dat natuurlijk aan anderen om dat te beoordelen. Ons motto is altijd duidelijk geweest: schrijf fucking big tunes en breng ze naar het podium voor de mensen die het kunnen waarderen. We zijn vooral integer en the real deal. De fans zijn niet gek; als een band nep is, prikken ze daar zo doorheen. Wij leven echt voor deze band.”

Dat zal ook wel moeten toch? Jullie tikken allen de vijftig aan en twee uur stuiteren op het podium is niet niks. Wat doen jullie om fit te blijven?
Flint: “Laat ik het zo zeggen: we doen wat we moeten doen, maar leven niet als monniken. Op het podium word je ook constant getriggerd om mee te gaan met die wave van geluid en energie, dus dan is het ook een stuk makkelijker op te brengen.”
Maxim: “En vergis je niet; als we tijdens een tournee drie shows per week doen, is dat al lichaamsbeweging genoeg.”