The Hollies: voorop in de Britse invasie

Nieuws

Bobby Elliott ziet er nog altijd uit als een rockster. Zijn rijzige gestalte valt meteen op in de historische hal van het centraal station van Leeds. Met zijn vrouw aan de arm zwiert hij over het marmer en met grote gebaren heet hij zijn Nederlands bezoek welkom. Ondanks alle personeelswisselingen die The Hollies sinds 1963 jaar doormaakten, miste hij nauwelijks optreden. Hij en gitarist Tony Hicks zijn er nog altijd bij. Ze gaan ver terug. Nog voor The Hollies speelden zij samen in de groep The Dolphins. Elliott, door drumhelden Phil Collins en Deep Purple’s Ian Paice genoemd als hun belangrijkste invloed en door Bruce Springsteen op een voetstuk gezet, herinnert zich zijn jonge jaren nog perfect. “De chemie binnen The Hollies was er vanaf de eerste dag. Ik vind nog altijd dat Allan Clarke de beste zanger van alle Engelse popbands uit de jaren ’60 was. Het is jammer dat hij geen stem meer heeft, maar hij volgt ons nog altijd.”

Allan Clarke en Graham Nash waren de oprichters van The Hollies. Een bijzondere combinatie.

“Allan en Graham waren een goed koppel. Twee totaal verschillende personen ook. Zij kenden elkaar al van school en verdiepten zich helemaal in de skiffle-muziek. Eigenlijk op dezelfde manier zoals John Lennon en Paul McCartney dat deden. Alleen zij in Liverpool en Graham en Allan in Manchester. We hadden een heel levendige muziekscene met Freddie and the Dreamers en The Mindbenders. Één man stak er een beetje bovenuit en dat was Eric Stewart. Hij zou later met Graham Gouldman 10CC oprichten.”

Jullie speelden als één van de eerste popbands uit de regio in The Cavern Club in Liverpool. Dat was 1963.

“Dat klopt, al waren The Beatles er twee jaar eerder al. In die tijd was The Cavern Club vooral een dingetje in Liverpool en niet zozeer daarbuiten. Het is ook de plek waar wij werden ontdekt door Ron Richards, die later onze manager en producer zou worden. Op zijn voordracht hebben Allan en Graham Tony bij de band gehaald. Hij speelde samen met mij in de groep The Dolphins. Ik ben iets later bij The Hollies gekomen dan Tony, maar ik voelde me er meteen thuis. In tegenstelling tot die andere bands waren wij een bal van energie. Dat kwam ik pas later tegen bij een band zoals Led Zeppelin.”

Jullie waren vanaf het eerste moment succesvol. De eerste drie singles werden meteen hitjes.

“Klopt, al waren de meeste nummers coverversies van liedjes die minder bekend waren. Maar ondanks dat was er de nodige aandacht vanuit Amerika voor onze muziek. We namen op in de Abbey Road en speelden geweldige gigs, maar Amerika was in 1964 voor een Engelse muzikant nog echt het beloofde land. Het was voor ons ook een sein om met eigen werk aan de slag te gaan. We hadden met Allan, Graham en Tony drie heel goede componisten in huis die echt wel wisten hoe ze een goed liedje moesten schrijven.”

Toch scoorden jullie de grootste hits met ‘I’m Alive’ van Clint Ballard Jr. en ‘Bus Stop’, dat door Graham Gouldman werd geschreven.

“Ja, die had in 1964 al Look Through Any Window geschreven. Hij was en is een nette, beschaafde kerel die de hits uit zijn mouw schudde. Hij is verantwoordelijk voor onze doorbraak in Amerika. Vanaf dat moment stonden we gewoon elke maand met een ander nummer in de hitparade. Het ging zo vreselijk snel. In die periode hebben we ook met veel andere mensen gespeeld.”

Onder meer bassist Klaus Voorman, bassist Jack Bruce en zelfs acteur Peter Sellers. Iedereen wilde met The Hollies gezien worden.

“Peter was enorm fan van onze band en hij stond erop dat wij de soundtracksong zouden schrijven van zijn film After The Fox. En Jack Bruce, ja, wat was hij goed. Ik had hem graag destijds als vast lid bij The Hollies gehad. Kort daarna scoorden we dus die enorme hit met Bus Stop. Die had Graham Gouldman geschreven toen hij met de bus vanuit zijn werk in Manchester naar huis reed. Een heel simpel idee dat uitmondde in een geweldig nummer.”

Je leest het hele interview in de nieuwe editie van Soundz Magazine!