The Doobie Brothers | Interview Tom Johnston

Michael McDonald was 18 jaar geleden in Amsterdam niet erg hoopvol over de toekomst van The Doobie Brothers. Maar zie hier. De vlag gaat uit, want de legendarische band bestond in 2021 exact 50 jaar. En dat vieren ze met het spetterende nieuwe album Liberté. Soundz spreekt met de man die meeste hits voor de band schreef: Tom Johnston, de trotse zanger en gitarist van deze Californische superband.

Tekst: Jean-Paul Heck

Het moet wel gezegd dat de zanger bovengenoemde uitspraken deed rondom de release van zijn, wat later zou blijken, erg succesvolle coveralbum Motown uit 2003. The Doobies speelden nog wel, maar hun laatst uitgebrachte album Sibling Rivalry dat 3 jaar eerder verscheen, kreeg niet echt de handen op elkaar. Pat Simmons sprak ik rondom de release van die plaat en hij gaf aan dat het voor een band als The Doobie Brothers zwaar kersen eten was met de hoge heren. “We worden door promotors in de nostalgie-hoek geduwd en eerlijk gezegd sta je dan met de rug tegen de muur. En tja, je wilt toch optreden als band dus doe je daaraan mee.”

20 Jaar later is alles anders. De band speelt wereldwijd weer in grote venues en mede door de komst van Little Feat-toetsenman Bill Payne, is het muzikaal opeens ook een stuk spannender geworden. En ja, zelfs McDonald is terug op het oude nest. Hij mag op het podium met zijn oude strijdmakkers weer al die prachtige songs zingen. Sterker nog, de band is al sinds augustus weer volle bak op tour.

Ik spreek Johnston één dag na een bijna 3 uur durend concert in het BMO Harris Pavilion in Milwaukee. De derde in het rijtje. De man met de zo herkenbare snor en fraai geverfde haren was één van de oprichters van de groep. Hij en Pat Simmons gaven met hun optimistische songs de wereld begin jaren 70 een optater. Het was vooral Johnston die de Californische groep op de kaart zette met door hem geschreven classics als: Listen To The Music, Long Train Runnin’, China Grove en Rockin’ Down The Highway.

“Het zijn allemaal songs die ik destijds heb gecreëerd rondom mijn akoestische gitaarspel. Het was de tijd van zware muziek zoals: Led Zeppelin en Deep Purple. Maar mijn invloed is veel meer de Amerikaanse R&B en soulmuziek. Ik wilde die twee combineren.” Op de vraag of hij wist dat het hits zouden worden, antwoordt Johnson: “Nee. Sterker nog. Ik had grote twijfels toen we Long Train Runnin’ opnamen en dat werd achteraf onze grootste hit.”

Producer Ted Templeman

Hij en Simmons bleken een perfecte combinatie te zijn en de band spuugde haast achteloos classic-albums uit zoals: Toulouse Street, The Captain And Me, What Where Once Vices Are Now Habits en Stampede. “Het zijn platen die we destijds al opnamen met producer Ted Templeman. Hij was en is altijd heel close met de band geweest. Hij is ook de reden waarom die oude platen nog altijd zo goed klinken. Hij en zijn vaste technicus Donn Landde hadden de perfecte visie en wisten de songs van Patrick en mij perfect samen te smelten. Wat Templeman bij ons deed, dat deed hij een paar jaar later met Van Halen.”

Zelfs na de komst van Steely Dan-gitarist Jeff ‘Skunk’ Baxter in 1974 bleef het recept hetzelfde. “We waren in die periode één van de grootste bands ter wereld. Een beetje gek ook. We hadden ons eigen vliegtuig en na elke tour, sloopten we na het laatste concert alle apparatuur op het podium.” Uitgerekend Johnston werd tijdens een tournee in het voorjaar van 1975 ziek en het was Baxter die zijn oude Steely Dan-maatje McDonald belde met de vraag om de zanger/gitarist te vervangen.

Zonder Tom moest de band de studio in om een nieuwe plaat te maken. “Dat was best een risico. Tom was toch de frontman van The Doobies en de man die de grootste hits zong. Maar Ted Templeman was degene die ons aanspoorde om het gewoon te proberen”, zei Simmons in 2000.

Met McDonald en Baxter en Johnston in een bijrol, werd de plaat Takin’ It To The Streets opgenomen. De plaat werd een enorm succes en de stem van McDonald werd door de Doobies-fans goed ontvangen. Johnston: “Ik heb daarna nog wel in het begin van de opnames van Livin’ On The Fault Line (1977) meegewerkt, maar ik verkoos daarna een solocarrière. De lange tournees eisten hun tol en ik kreeg te maken met maagzweren [tijdens de Stampede-tournee], waardoor we een aantal shows moesten cancelen.”

Zonder hem, maar met McDonald, boorde de groep een nieuw publiek aan. Producer Ted Templeman kan zich de transitie nog wel herinneren. In 2004 zei hij er dit over: “De mannen waren zeer onzeker. De rol van Tom was erg klein op Takin’ It To The Streets, maar ik wist de mannen te overtuigen dat ze met Michael wel een hele talentvolle muzikant in huis hadden.”  Dat was de spijker op zijn kop, want de zanger met de helblauwe kijkers componeerde drie songs zelf, waaronder de Doobie-classics It Keeps You Runnin en de titelsong en zong er vier in zijn eentje.

Met Michael McDonald als uithangbord, scoorde de groep daarna een reeks stevige hits zoals Minute By Minute (van het gelijknamige album), Real Love en natuurlijk het onweerstaanbare What A Fool Believes waarmee de band een Grammy Award won.

Het waren de commerciële hoogtijdagen van The Doobie Brothers. Al wist McDonald heel goed dat het succes grotendeels op zijn conto kon worden bijgeschreven. Simmons had na de release van de plaat One Step Closer in 1981 de band al verlaten en het gooide de deur voor McDonald wagenwijd open. McDonald hier zelf over: “Ik was eerlijk gezegd helemaal niet bezig met een soloplaat, maar zonder Patrick en Tom aan boord was het zinloos om verder te gaan.”

McDonald maakte uiteindelijk in 1982 het ijzersterke If That’s What It Takes met daarop de hit I Keep Forgettin (Every Time You’re Near). “Maar eerlijk gezegd wisten we allemaal diep van binnen dat we weer eens bij elkaar zouden komen. We hebben nog echt grote ruzies binnen de Doobies gehad en altijd contact met elkaar gehouden.”

Johnson en Simmons vonden elkaar dan ook weer in 1989 en namen met een aantal oud-leden, minus McDonald, het werkstuk Cycles op. Mede door de stevig rockende en door Johnston gezongen en mede-geschreven The Doctor, even goed. Maar de hoogtijdagen leken voorbij. Toch bleef de band spelen en sporadisch nieuwe studio- en live-platen uitbrengen. “Tijdens al die tournees sloot Michael zich regelmatig aan en hij deed zelfs mee op ons World Gone Crazy-album (2010). De band met hem was immer sterk”, aldus Johnston.

McDonald omschreef het in 2003 als ‘zijn moederschip’. “Zolang The Doobies bestaan, is er altijd wel een plaatsje voor mij.” Dat blijkt nu wel. Overigens was het Johnston die het initiatief naar zich toe trok bij het opnemen van songs voor het nieuwe album Liberté. Een volbloed Doobie Brothers-plaat die veel raakvlakken heeft met de platen die band tussen 1971 en 1975 uitbracht. “De meeste songs zijn al voor de pandemie opgenomen. Ik had een aantal songs liggen en ik heb producer John Shanks (Sheryl Crow, Van Halen, Miley Cyrus) gevraagd om ze samen op te nemen.

We zitten met de band in een geweldige flow. We werden vorig jaar opgenomen in de Rock and Roll Hall Of Fame en Patrick en ik hebben alle tijd genomen om Liberté op te nemen. Dat hoor je volgens mij ook wel. Kijk, sinds we in 1989 bij elkaar zijn gekomen, spelen we gemiddeld tussen de negentig en honderd shows per jaar. Als je op deze leeftijd nog een echt goede plaat wil opnemen, moet je er de tijd voor nemen. John Shanks heeft een fantastische eigen studio in de Hollywood Hills en daar hebben we alles opgenomen.”

Tijdens de optredens in augustus in Amerika werd al een aantal nieuwe songs vertolkt. “Het is een hele lange show waarin Michael een groot aantal van zijn eigen Doobies-songs zingt. Hij is niet meer de gast zoals in het verleden, maar gewoon een fulltime bandlid.” Logisch is dan ook de vervolgvraag of we The Doobie Brothers in deze legendarische bezetting nog eens in Nederland kunnen aanschouwen.

“Absoluut!”, zegt Johnston. “Wij hebben met de band veel in Nederland gespeeld en we komen, met Michael, volgend jaar die kant op.”

DOOBIE-SNACKS

Liberté is het vijftiende album van The Doobie Brothers en het hoort bij het beste werk van de band. Wij zetten vijf andere niet te versmaden Doobie-snacks op een rijtje.

  1. The Captain And Me (1973)

Na het succesvolle Toulouse Street dook de band razendsnel weer de studio in. Johnston nam het voortouw en kwam met de songs Long Train Runnin’ en China Grove op de proppen. The Captain And Me herbergt de sterkste gitaarriffs van Johnston en heerlijke rootsballades van Simmons.

 

  1. Minute By Minute (1976)

Minute By Minute of Takin’ It To The Streets? Wat is het sterkte Doobies-album met McDonald aan boord? De witte funk, de smartvolle stem van McDonald en de geweldige productie van Minute By Minute geven de doorslag. De zanger en toetsenman had de macht volledig in handen, zonder dat er disbalans ontstond. In de jaren daarna werd de muziekwereld een beetje McDonald-moe, ook vanwege zijn talloze samenwerkingen. Maar op Minute By Minute klopte alles.

 

  1. Toulouse Street (1973)

Met Ted Templeman als producer aan boord, ontstond er een nieuw geluid. Opeens had een band een volstrekt DNA en wisten ze zich te onderscheiden van andere grote bands zoals: Lynyrd Skynyrd en Eagles. Toulouse Street klinkt 48 jaar na release nog altijd kakelfris.

 

  1. Takin’ It To The Streets (1976)

Simmons doet nog mee op twee songs van deze plaat, maar de verschuiving binnen de band was hoorbaar. Je hoort hier een band in transitie en de disbalans is er gewoon. Toch maakt dat juist Takin’ It To The Streets zo spannend.

 

  1. Stampede (1975)

De Doobies hadden het midden jaren 70 moeilijk. Het toeren en een wilde rock-‘n-roll levensstijl eisten hun tol. De band besloot een aantal cracks zoals: Ry Cooder, Maria Muldaur en Curtis Mayfield uit te nodigen. Dit en de komst van de nieuwe gitarist Jeff ‘Skunk’ Baxter zorgden voor de juiste injectie, waardoor het overigens niet zo succesvolle Stampede nog altijd weet te beklijven.

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws

Het concept BΔSTILLE

Bastille werkte zich met hun debuutplaat Bad Blood en de monsterhit Pompeii tot de eredivisie van de popmuziek. Acht jaar later presenteren de Engelsen het eerste conceptalbum. Met Give Me The Future gaan zanger Dan Smith en zijn mannen pas echt de uitdaging aan. Tijd voor een stevig onderhoud met deze charismatische meneer. Tekst: Jean-Paul…

Om deze content te kunnen zien heb je een Soundz Digitaal abonnement nodig.

Lees meer