The Clash: Het Laatste Testament

Nieuws

London Calling van The Clash is met afstand de belangrijkste plaat van een Engelse band in de jaren 70. 40 Jaar later hebben de nummers op de dubbellaar niets aan kracht ingeboet. In een speciale tentoonstelling in Londen krijg je een waarachtig inkijkje. Soundz was er exclusief bij.

In de lange rij voor het museum is al duidelijk in wat voor tijdmachine we zijn gestopt. Zestigers in leren jasjes, behangen met sluitspelden, buttons en andere typische punksnuisterijen. Maar dan wel chique-ruig. Duidelijk lui die destijds in de periferie van bands zoals Sex Pistols, The Damned en The Clash rondliepen en het daarna hebben gemaakt. Puur voor deze gelegenheid hebben ze zich nog een keertje uitgedost. Alsof ze vanuit Amsterdam een dagje carnaval gaan vieren in Brabant of Limburg. Een beetje van alles te veel, maar goed. Binnen is de sfeer gezellig en ontspannen. De champagneflessen doen hun werk en jonge serveersters lopen rond met rijk gevulde schalen vol hapjes. Tussen dit gezelschap staat een lange, licht kalende man in pak met een grote grijns. Het is Mick Jones, duidelijk toch de centrale figuur van deze avond. De gitarist van The Clash is natuurlijk ouder geworden, maar zijn karakteristieke kop is nauwelijks veranderd. Ook Paul Simonon en Topper Headon zij present. Alle drie goed gesoigneerde heren die de jaren prima hebben verteerd. Het plaatje is duidelijk niet volledig. De in 2002 overleden Joe Strummer had hier maar al te graag bij willen zijn. De stempel die hij destijds op London Calling drukte was enorm. Zijn teksten waren de basis voor de plaat die op een vaak onthutsende manier een tijdsbeeld definieerde.

 

EXPOSITIE

De expositie is klein, maar effectief en grondig. Bij binnenkomst loop je meteen tegen Simonons gebroken Fender-basgitaar aan. Het kleinood dat hij op het podium van The Palladium in New York in stukken hakte en waar toevallig een fotograaf bij was die het incident vastlegde. Het zou een classic worden doordat het beeld werd gebruikt voor de cover van de dubbellaar. Maar er is meer. Zo staat er een oude typemachine van Strummer waarop hij alle teksten voor de songs schreef. En zelfs zijn opschrijfboekjes vol met teksten werden gevonden. Ook fraai is de Gibson ES-295 van Jones en de 1959 Fender Esquire van Strummer die zij tijdens de opnames veel gebruikten. Zelfs de kleding van de heren is bewaard gebleven.

Van drummer Topper Headon is er weinig: twee bruine drumstokjes, dat is het. Meest in het oog springen de geweldige foto’s van Pennie Smith, de fotografe die destijds werkte voor het Engelse muziekmagazine NME en in die periode dichtbij de band stond. Het brengt elke bezoeker terug naar de winter van 1979. Naar een Engeland dat in verwarring is en snakt naar een culturele revolutie. Drie jaar eerder hebben Strummer, Jones, Simonon en Headon The Clash opgericht. Met het debuutalbum seinen ze meteen een boodschap uit: de wereld staat in brand. Hun rare mix van gitaarrifs, schreeuwende vocalen en teksten vol vingerwijzingen gaat veel verder dan al die andere punk-bands die om verandering schreeu- wen. Dit zijn mannen met een geweten, maar vooral met een missie. Als in december 1979 de dubbellaar London Calling uitkomt, staat de muziekwereld even stil. Deze zagen ze niet aan komen. De songs die de band in de zomer en het najaar van ’79 in de Wessex Sound Studios in Londen hebben opgenomen, komen voort uit frustratie. Zowel Strummer, als Jones kampt in de periode ervoor met een writersblock. De punkbeweging lijkt dood en synthesizerpopacts, hardrock en metalacts kloppen hard op de Europese popdeuren van de jaren 80, terwijl in Amerika AOR-bands, zoals: Foreigner, Journey en Boston de dienst uitmaken.