Terug met de Boomtown Rats | Bob Geldof

Hij was het rotjong van de Ierse popmuziek. Verguisd door de regering, belachelijk gemaakt door zijn collega’s. Totdat hij in 1985 opeens met Live Aid op de proppen kwam. 35 jaar later is Bob Geldof opeens weer een Boomtown Rats met de titel ‘Sir’ voor zijn naam. ‘Ik zal nooit ophouden met vechten voor rechtvaardigheid.’

Tekst: Jean-Paul Heck

Bob Geldof is een enigma. Een man die continu in vuur en vlam lijkt te staan als je met hem spreekt. Hij was in de zomer van 1985 de grote man achter het Live Aid. Maar dat event was voor de lange ier ook meteen de artistieke doodsteek. De Boomtown Rats vielen om en Geldof’s soloplaten wilden niemand kopen. 36 jaar na de laatste Rats-plaat is er nu Citizens Of Boomtown. Nog altijd steekt de strijdbare zanger zijn vuist in de lucht om de wereld te trakteren op een rechtste directe. ‘Ik ben altijd al boos op de wereld geweest. Al als kind kon ik mij enorm druk maken om klein onrecht in mijn directe omgeving. Dat is nooit meer weggegaan.’ Geldof groeide op met de ijzeren wet dat je als kind uit een ontwricht en arm gezin het nooit kon maken in een straatarm Dublin. Op 68-jarige is hij multimiljonair, weldoener en moeten we hem aanspreken als Sir Bob Geldof. Maar dat Ierse opstandige rotjoch is nooit ver weg. Het is ook Geldof’s eerste muzikale teken van leven na het tragische overlijden van zijn dochter Peaches in het najaar van 2014. ‘Ik had na haar dood irrationele ideeën maar ik besloot toch door te gaan’, zegt hij nu.

De boosheid druipt uit elke song op de nieuwe plaat. U gaat nog altijd vol de strijd aan.

Geldof: Ik groeide op in absolute armoede, zonder enig perspectief op een beter leven. Maar ik keek al wel goed om mij heen en zag mannen van middelbare leeftijd in de rij staan om maar sociale steun te krijgen. Het was een zwarte realiteit. Mannen van de overheid die binnen koffie zaten drinken en ongeïnteresseerd naar buiten keken om te zien of de rij niet te lang werd. Toen wist ik zeker dat mij dat nooit zou overkomen. Maar een plan had ik niet.

Het lijkt wel of u oude songs door de actualiteit de zeggingskracht niet heeft verloren.

Geldof: Nummers krijgen gaandeweg meer betekenis als ze op de goede manier worden opgepakt. Destijds situeerde ik Rat Trap in het slachthuis in Ballsbridge waar ik had gewerkt. Maar het gaat vooral over het slachten van de dromen van jonge mensen. Net zoals I Don’t Like Mondays gaat over de slachtingen op scholen die tegenwoordig om de paar weken plaatsvinden. Ik heb die songs weleens gecategoriseerd als blues-liedjes met een onbeperkte houdbaarheid en dat vind ik nog altijd. Het zijn de blues-songs van nu die de vinger op de zere plek legt.

Kennis vergaren door het leven te leven was altijd u slogan. Dat geldt nog steeds?

Geldof:Ik heb mezelf opgevoed. Mijn moeder overleed toen ik zeven jaar was en mijn vader was als vertegenwoordiger altijd onderweg. Ik heb in die eerste jaren richting volwassenheid de meest rare baantjes gehad: ik werkte in een slachthuis, in een ziekenhuis en in de bouw. Maar ik wist altijd dat er meer was en dat wilde ik najagen. Nu ik 68 jaar ben voel ik mij nog altijd als dat jongetje in het abattoir, op zoek naar iets wat ongrijpbaar is.

Heeft u het gevoel dat de Boomtown Rats nooit de belofte heeft waar kunnen maken?

Geldof: Nee, dat vind ik niet. Ik durf best te stellen dat we met de Boomtown Rats een aantal briljante platen hebben gemaakt. We hadden de liedjes, het vakmanschap en in John ‘Mutt’ Lange de droomproducer. Hij was de man van Shania Twain en de architect van haar succes maar ook dat van AC/DC (Back in Black) en Def Leppard (Hysteria). Hij pakte ons keihard aan en had absoluut geen medelijden met onze afkomst. ‘Jullie willen sterren worden? Dan moet je luisteren naar wat ik zeg’, riep hij mij altijd toe. Door hem ben ik een professioneel muzikant geworden. ‘Mutt Lange’ is een bikkelharde Zuid-Afrikaan met de zelfde werkethiek. Ik haatte hem destijds maar hij gaf de Boomtown Rats muzikaal een smoelwerk.

Net als Chrissie Hynde kwam u ook uit popjournalistiek. Helemaal groen was u niet.

Geldof: Klopt. Ik was een niet onaardige schrijver en ontmoette nog voor de Rats mensen zoals Lou Reed , David Bowie en Elton John. Lou Reed was volledig zichzelf. Een nare, afstandelijke en ongeïnteresseerde man die ik eerlijk gezegd wel mocht. Met Bowie ben ik later heel goed bevriend geraakt. Hij was een voorbeeld voor mij. Hij had visie, was onaantastbaar maar vooral een geweldig mooi mens die zich niet liet leiden door wat anderen van hem vonden. Ik kan nog weleens boos worden als ik vervelends over mijzelf teruglees. David niet. Die stond daar ver boven.

De Boomtown Rats brak wereldwijd door met de song I Don’t Like Mondays. Het bleek een tekst met voorspellende kwaliteiten te zijn.

Geldof: Ik was op het juiste moment op de goede plek. Wij waren in Atlanta bij een radiostation voor wat interviews. Op dat moment rolde er een telex binnen met het nieuws. Een 16-jarig meisje had vanuit haar raam geschoten op kinderen en onderwijzers op het schoolplein. Ik was verbijsterd! Ik heb meteen mijn platenbaas in Amerika gebeld met de vraag of hij alle krantenknipsels wilde bewaren die over dit drama zouden verschenen. Hij keek mij aan alsof ik gek was geworden. In de dagen daarna heb ik I Don’t Like Mondays geschreven. Het voelde als het begin van iets wat groter zou kunnen groeien. Jammer genoeg kreeg ik ook gelijk.

Nu is er 36 jaar na de laatste Boomtown Rats-plaat opeens een nieuw album. Ik vind u geen man van de nostalgie.

Geldof: Zeker en vast niet. Ik heb zeven soloplaten gemaakt die allemaal over mij en over mijn visie op de wereld gingen. Ik ben er trots op maar het zijn geen ‘fucking’ Boomtown Rats-platen. Voor deze plaat moest ik echt weer op zoek naar mijn alter-ego Bobby Boomtown. Die slungelige twintiger die voor niets en niemand uit de weg ging en met zijn schoenmaat 48 alles en iedereen keihard vertrapte. Ik ben ook een realist hoor want ik besef ook heel goed dat meeste fans wellicht helemaal geen nieuwe songs willen horen. Die komen naar een concert om Rat Trap, I Don’t Like Mondays en Banana Republic te horen en dan wel in de originele versie.

Is boosheid nog altijd de brandstof die u nodig hebt om muziek te maken?

Geldof: Absoluut maar ik maak geen muziek om mezelf te troosten. Engeland is in verval en de Brexit heeft het land op zijn kop gezet. Nu dreigt er een enorme epidemie waar van wij de omvang nog niet kennen. De Boomtown Rats maken alleen muziek als daar de noodzaak toe is. Toen wij begonnen speelden we vaak samen met bands zoals de Talking Heads, Blondie, The Clash en de Sex Pistols. We werden allemaal gedreven door een hang naar een nieuwe culturele revolutie. De songs waren strijdbaar en relevant. Maar de meeste teksten die ik destijds zong, pakken ook de tijdgeest van nu bij de keel. De politiek is net zo primitief als eind jaren ’70 en elke week worden we wel weer opgeschrikt door een vreselijk schietincident.

U was de eerste echte boze Ierse muzikant. Veel bozer dan Bono van U2 later ooit zou zijn.

Geldof: Het Ierland van de jaren ’70 was een puinhoop maar de Ierse musici wilden de wereld alleen maar behagen. Van Morrison, toch de absoluut grootvorst van de Ierse muziek, zocht het in eclectische poëzie, Phil Lynott van Thin Lizzy bezong vooral de charme van Ierland. Zelfs U2 wilde voornamelijk benoemen maar ik wilde Ierland met mijn teksten naar de keel vliegen. Ik wilde de wereld laten hoe rot Ierland zijn en haar inwoners behandelde. Alsof we oud vuil waren. Ja, het was een kruistocht. Zo mag je het best wel noemen.

De gevestigde Ierse orde haatte de Boomtown Rats en u in het bijzonder.

Geldof: Zeker toen we succesvol waren. Boomtown Rats was destijds de grootste band die Ierland ooit had gehad. Toen op 1 oktober 1979 de paus ons land zou bezoeken, was er het plan opgevat dat wij in de tent zouden spelen die speciaal voor dat bezoek was weggezet. Maar ik had in de media vervelende dingen over Ierland geroepen, dus werd het optreden afgeblazen. Ierland hield helemaal niet van de Boomtown Rats. Ik wist overigens niet dat mijn boosheid zoveel weerklank zou krijgen. Sinéad O’ Connor, een goede vriendin van mij, verscheurde de foto van de paus (1992: red) omdat ik destijds (oktober, 1978 red) een foto van John Travolta en Olivia Newton John had verscheurd op het moment dat Rat Trap hun song Summer Nights van de eerste plaats verdrong.

U trad jarenlang niet meer in Ierland op. Gedwongen of een zelf gekozen absentie?

Geldof: We zijn nooit verbannen maar weigerden gewoon om er nog te spelen. Ik ben lang zeer boos en verbitterd geweest over mijn land. Ierland was jarenlang in staat van een burgeroorlog waarbij 3600 mensen om het leven kwamen. Corruptie in de hoogste rangen van de politiek en de kerk bepaalde het Ierland waar in ik leefde. Iedereen met een beetje ambitie en hoop emigreerde. In die tijd heb ik ook de song Banana Republic geschreven. Het was mijn vorm van politiek activisme. Eentje dat ik verpakte in mooie liedjes met hit-potentie. Zo kon ik de autoriteiten toch omzeilen.

U was jarenlang vooral die meneer van Live Aid en niet meer de popster Bob Geldof. Dat was een strijd die u niet kon winnen.

Geldof: Dat geloof ik zeker Na Live Aid werd mijn naam alleen nog maar verbonden aan dat historische event. Mijn muzikale afkomst werd totaal overwoekerd maar daar had ik ook wel vrede mee. De hele aandachtgolf blies indertijd wel het Boomtown Rats-kaarsje uit. Het had ook geen zin om verder te gaan. Maar muziek maken is altijd mijn basis tot zingeving geweest. De losse draadjes in mijn hoofd komen samen in nummers. Mijn hoofd is een rondtollend fenomeen vol met analyses en data.

Nu komt u terug in een wereld waar rock & roll welhaast dood en begraven lijkt te zijn.

Geldof: Ik ben het volledig met je eens. 50 jaar was rock & roll de ruggengraat van onze maatschappij. Het heeft echter plaats moeten maken voor nepmuziek. Songs die met gespeelde emoties zijn gezongen en gemaakt voor de onwetende tieners die het allemaal wel geloven. Je hoeft geen moeite meer te doen om van muziek te houden. Ik kan mij daar erg druk over maken.

U heeft hele vervelende jaren achter je. Hoe ondraaglijk is dat?

Geldof: Ik geloof niet in de wetenschap dat tijd de wonden kan helen. Het verdriet is een bodemloze put. Er komt geen einde aan en het overvalt mij nog dagelijks.

Citizens of Boomtown van de Boomtown Rats is nu te koop.

 

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Meer nieuws