Exclusief Interview: Simply Red

Nieuws

Natuurlijk hield hij de wereld voor de gek toen hij een paar jaar terug aankondigde te stoppen. “Maar vooral mijzelf. Diep van binnen wist ik dat ik deze band nooit helemaal kan loslaten.” Met het nieuwe werkstuk Blue Eyed Soul neemt hij revanche op alle criticasters die hem al meerdere keren afschreven. In Londen gooide hij voor Soundz alle kaarten op tafel.

Hucknall is nooit een man van de klok geweest. In de afgelopen 20 jaar sprak ik hem meerdere keren en niet één keer meldde hij zich op het afgesproken tijdstip. Zo ook dit keer niet. Het is een drukte van belang in de foyer van het bijna eng chique Landmark Hotel nabij het treinstation Marlybone. Ruim 30 minuten te laat arriveert Hucknall met zijn entourage. Lange jas, zonnebril op de en grijzende rode krullen kletsnat. Het slechte weer maakt rijden door hartje Londen haast onmogelijk. Het excuus is dus geldend. Als hij de cover van de laatste Soundz op de tafel ziet liggen, pakt hij deze er meteen bij. “Freddie Mercury, Jeff Lynne, allemaal helden van een generatie voor mij. Nice!”

De tijd dat je eerst een kwartier nodig had om de destijds vaak humeurige zanger te ontdooien, is voorbij. De gezinsman is tegenwoordig een fijn causeur met rake verhalen. Grappig dat hij hier ook meteen over begint. Daarop confronteer ik hem met een uitspraak die hij in 2003 tegen mij deed: Het establishment heeft nooit grip op mij kunnen krijgen. Ik hou van alternatieve pop en soul maar ook van commerciële liedjes. Daarnaast hou ik van vrouwen, veel vrouwen. Hij begint meteen te lachen. “Hoe anders was mijn leven toen. Ik was een vrije vogel, niet gebonden. Maar tegenwoordig ben ik een huisvader, getrouwd en gelukkig getrouwd. Ik riep het al acht jaar terug en ik roep het nog steeds: de vrouw van mijn leven [Gabrielle, red.] heeft mijn leven gered. Zijn heeft mij behoed van een verder roekeloos leven met een wellicht sneu einde.’

Voìla. Je kunt zeggen van Hucknall wat je wilt, maar zijn directheid is bewonderenswaardig. “Logisch”, meent hij. “Ik ben de politieke correctheid voorbij. Ik meen elk woord wat ik zeg en elke noot die ik zing. Ik heb niets meer te bewijzen.” Zijn soms wat botte uitspraken hebben niet echt bijgedragen aan de populariteit van de man die in 1960 in Manchester werd geboren. Hucknall werd als tiener gegrepen door de punk en richtte uiteindelijk met twee leden van de lokale avant-gardisten The Durutti Column de band Simply Red op. Een rare tijd meent de zanger nu. “Ik groeide op met jazz en rhythm & blues, maar om erbij te horen, moest je aanklampen bij de soul en new wave van die tijd. Het was verwarrend. Morrissey, die ik goed kende uit het uitgaanscircuit, richtte The Smiths op. Diep in mijn hart had ik niets met die stijve, koude, gestructureerde popmuziek. Ik ben een man die al als kind fluitend door het leven liep. Natuurlijk zag ik de ellende in Manchester toen ik opgroeide. De armoede, de werkeloosheid, het geweld. Het is niet aan mijn deur voorbijgegaan, maar ik vond niet dat donkere muziek het medicijn daarvoor was.’

AMERIKAANSE SOUL

Juist in die periode zocht hij zijn heil in de oude Amerikaanse soulmuziek. Platen die werden gemaakt door artiesten die vaak in miserabele omstandigheden leefden. “Ik luisterde naar de platen van ondermeer het label Dakar Records. Onbekende zangers zoals Tyrone Davis en Hamilton Bohannon zijn zangers die mij vormde.” Het is ook terug te horen op Blue Eyed Soul. Een Simply Red-plaat die eindelijk weer eens weet te beklijven, simpelweg omdat Hucknall er weer eens in geslaagd is om samen met zijn vaste kompanen een handvol rake liedjes te schrijven. Een werkstuk dat ook veel beter is dan al die hommages die de zanger het afgelopen decennia vastlegde. Hij heeft er nu wel een verklaring voor. “Ik was gestopt met Simply Red en wilde terug naar mijn roots, maar een echte focus had ik toen nog niet. Ik ben mij toen als een idioot gaan verdiepen in de historie van de oude Amerikaanse soul. Dat schatzoeken leidde uiteindelijk tot een best aardige plaat, American Soul. Maar ik wilde meer. Ik wilde songs schrijven die ook mensen zoals James Brown of Otis Redding zouden kunnen zingen. Het moest ook een vrolijke plaat zijn. Het is als Engelsman zo gemakkelijk om nu in de Brexit-val te trappen en bundel gitzwarte liedjes te schrijven. Maar zo sta ik niet in het leven. Soulmuziek moet troost en een uitweg bieden. Dat wilde ik met Blue Eyed Soul bereiken.’ Echte hits scoort Simply Red de laatste jaren niet meer. Het is iets wat Hucknall steekt. “Ik schrijf songs die kunnen wedijveren met mijn grootste hits. Dat is geen grootspraak. Maar blijkbaar mag je als vijftiger geen hits meer scoren. Ik stoor mij ook aan de achteloosheid waarmee mijn albums worden gerecenseerd. Altijd drie sterren, nooit twee of vier. Ach ja, het is het lot van een oudere artiest.” Gelukkig is zingen slechts een deel van zijn activiteiten. De schatrijke Engelsman is een bezige bij met talrijke andere ventures. Zo is hij eigenaar van het restaurant Barca Castle- field in hartje Manchester. Daarnaast is hij mede-eigenaar van een serie publieke panden in Engeland en heeft Hucknall een wijnboer- derij in de Siciliaanse stad Catania waar hij het wijnmerk Il Cantante bestierd. Het restaurant Man Ray in Parijs dat hij kocht met de filmsterren John Malkovich en Johnny Depp is van naam veranderd. “Maar thuis kook ik alles zelf. Wij hebben een geweldige tuin waarin alles is te vinden. Als ik niet op tournee ben, doe ik alles. Ik sta om half 8 op en maak ontbijt voor mijn dochter en mijn vrouw. Ik hou van variatie en we zijn gek van Indiaas eten. Dat heb ik meegekregen uit de periode dat ik Manchester woonde. Dat was vlak bij de wijk Rusholme waar alle mensen uit India woonden. Zo kwam ik in aanraking met hun geweldige keuken. Thuis ben ik de echte huisman die zich overigens wel over vele zaken druk maak. Ik ben iemand die alles volgt en ziet hoe we de wereld aan het kapot maken zijn. Ik heb niet de illusie dat ik op grote schaal iets bijzonders kan bijdragen, maar als ik de zalmpopulatie kan redden door stukken rivier te kopen in Ierland of Sicilië dan doe ik dat.” Dat klinkt bijna belachelijk, maar uit de mond van een rijke popster weer wat minder. “Ik heb dat dus ook echt gedaan en ik zorg samen met mijn team dat die rivieren die van mij zijn, niet vervuild worden waardoor de zalmstand daar erg gezond is. Ja, het is een gloeiende druppel op de plaat, maar toch. Ik vind het van belang.”

Bron: Soundz Magazine