Sfeermakers Mumford and Sons op zoek naar een nieuw imago

Concertverslag

De heren van Mumford and Sons hebben wat goed te maken. Na het tegenvallende derde album Wilder Minds, waar ze de banjo bij het vuilnis zette, kwamen ze eind vorig jaar op de proppen met Delta. fans hoopten op de terugkeer van het ronde snaarinstrument, maar ook op dit album was er geen hoofdrol weggelegd. Desondanks bleven pompeuze rockbeats uit en kregen akoestische gitaren meer de ruimte. Met de Delta-tour is het de vraag welke band we meer gaan zien: de folkband of de moderne rockband.

In het midden van de zaal is een kleinrechthoekig podium gebouwd. De aankleding betreft enkel een dozijn aan instrumenten en de veelheid aan spots boven de planken zijn indrukwekkend, alsof het podium door een ruimteschip wordt belicht. Juist door het licht komt het simpele decor goud uit en doordat het publiek de mannen in 360 graden kan bekijken, zal geen enkele beweging onopgemerkt blijven. Spot on!

Een kwartier na aanvang komt de groep in stilte oplopen. Een aankondiging is niet nodig, het gejoel van het publiek zegt genoeg. Waar de welbekende banjo op het podium ontbreekt, daar draagt Winston Marshall het in zijn armen. Een zucht van verlichting gaat door de zaal. Het openingsnummer Guiding Light, van het nieuwe album Delta, is bedoeld als opwarmertje om het publiek vervolgens met Little Lion Man en The Cave aan te sporen om mee te zingen. Natuurlijk, de hits kunnen niet ontbreken en op zulke momenten is het veld een woest kolkende zee vol rondspringende mensen. Het podium met de band verandert in een piratenschip en er wordt koers gezet naar het doel om het publiek massaal te laten meezingen en klappen.

Ondanks de adoratie van het publiek, lijken de mannen er in het begin weinig zin in te hebben. Het tomeloze enthousiasme en de energie waar de groep om bekend staat, komt pas later in de show naar voren. Ieder bandlid doet zijn ding en Marcus Mumford loopt rustig over het podium om elk deel van de zaal aandacht te geven. Hij zingt zijn liedjes en heft al spelend zijn akoestische gitaar de lucht in. Echt enthousiast is het alleen nog niet. De groep komt pas op gang wanneer ze nummers van de twee meest recente albums spelen. Alsof het viertal hiermee wil laten zien dat ze klaar zijn met de folkmuziek. Erg opvallend.

Wat zeer knap is, is dat de heren steeds een andere sfeer neerzetten. Mede door de fascinerende lichtshow wordt er eerst een pub bezocht (The Cave, Lover of the Light), om van een knetterend gitaarsolo (Believe) door te gaan naar een mysterieuze bijeenkomst tijdens Darkness Visible. Hierbij is het publiek getuige van een onderonsje tussen de bandleden. Desondanks geven de sfeerwisselingen de indruk dat Mumford and Sons nog zoekende is naar een imago. Dat ze de folk achter zicht hebben gelaten, is duidelijk, maar in welk genre men de groep nu moet indelen is knap lastig. Desondanks wordt er weer een gelikte show neergezet, krijgen de heren het plezier en enthousiasme terug en zorgt een groot confettikanon voor de afsluiting. Het publiek kan met een voldaan gevoel naar huis.