Rufus Wainwright

Uit Magazine

Door John den Braber

Het is alweer 8 jaar geleden dat singer-songwriter Rufus Wainwright zijn laatste popalbum uitbracht. De 46-jarige Amerikaan had simpelweg andere uitdagingen nodig in zijn leven. Hij schreef muziek voor opera’s en klassieke theaterproducties, groeide daar artistiek enorm van, maar keert nu toch weer terug naar zijn ware passie: het smeden van integere, persoonlijke liedjes. Unfollow The Rules is zijn midlife-manifest, waarop hij in drie delen: het verleden, de daaruit geleerde lessen en de emotionele verwerking daarvan, zijn leven onverbloemd beschouwd. Soundz Magazine zocht de flamboyante zanger op in zijn favoriete stad Londen.

Midden in het interview gaat de telefoon van Wainwright. Hij excuseert zich en zegt dat hij deze ‘echt even moet opnemen’.

Aan de andere kant van de  lijn klinkt een donkere vrouwenstem met posh Brits accent. Ze vertelt – tussen enkele pittige hoestbuien door – dat ze ziek is en helaas de eetafspraak die het tweetal die avond heeft, moet afzeggen. Als het gesprek met meerdere malen ‘I love you darling’ en ‘see you soon’ is afgesloten, slaat Wainwright een hartverwarmende zucht. “Dat was Helena Bonham Carter. Dat is zo’n lieverd. Als ik in Londen ben, spreken we meestal even
af om bij te kletsen. Wat vervelend dat ze er vanavond niet bij kan zijn.” Het zegt veel over de openheid, maar ook ijdelheid van de Amerikaans-Canadese singer-songwriter. Hij deelt zijn diepste geheimen, angsten en verlangens, maar is ook een bon vivant, die graag een flink potje wil name-droppen. Zo vertelt hij dat er de dagen nadien diners en feestjes met Neil Tennant, Chrissie Hynde en Jeremy Irons op de agenda staan en dat hij binnenkort echt weer eens naar Amsterdam wil om zijn lieve vrienden, de modeontwerpers Victor en Rolf, te zien. Wainwright is een charmant vat vol tegenstrijdigheden. Zo verafschuwt hij Donald Trump – hij draagt vandaag zelfs schoenen met daaropde tekst NOT my president – vanwege zijn harteloze, gewelddadige beleid in de Verenigde Staten en op globaal niveau, maar roept zelf ook op tot een haatcampagne als dat nodig is om deze ‘clown uit het Witte Huis te krijgen’. Wainwright is the guy you love to hate of juist hate to love. Een tussenweg bestaat bijna niet. Ondanks zijn licht provocatieve en zelfs vileine levensopvattingen staat één ding vast: Wainwright is een fenomenaal en
veelzijdig artiest. Zijn albums vol melancholische prachtsongs zijn lesmateriaal voor ambitieuze singer-songwriters en met Going To A Town (2007) schreef hij een van de meest beklijvende protestsongs van de afgelopen decennia over de verloedering van de Amerikaanse maatschappij. Als zoon van de befaamde folkzanger Loudon Wainwright en een al even artistiek, creatieve moeder stond in de sterren geschreven dat hij ook de kunstsector in zou rollen. Die reis ging echter over flinke hobbels. Zo kampte Wainwright lang met drugsverslavingen, zijn homoseksualiteit en de uiteindelijk bestemming van zijn leven. Inmiddels heeft hij naar eigen zeggen zijn bestaan weer op de rit. Hij is clean, getrouwd en samen met zijn Duitse echtgenoot Jörn de trotse vader van dochter Viva. Na een afzonderingsperiode van enkele jaren uit de popscene, waarin hij zich bezighield met opera en klassiek werk, vindt hij het nu tijd om als comeback een filosoferend, reflecterend album uit te brengen, waarin hij anderen, maar vooral zichzelf, niet spaart of juist bewierookt.

Op Unfollow The Rules leg je je eigen leven, angsten en passies onder de loep. Is het een typische plaat voor iemand met een midlifecrisis?
“Haha, dat hoor ik wel meer. Nou: het is eerder een middle-aged-crisis-album geworden. Ik ga nu richting de vijftig en dan maak je wel een verandering mee als mens en als artiest. Ik vond het daarom tijd om als een echte volwassene de balans op te maken en mezelf op te maken voor een volgende fase in mijn carrière. Ik zie het een beetje als toen Paul Simon Graceland maakte of Leonard Cohen The Future uitbracht. Dat herdefinieerde
ook hun bestaan als singer-songwriters. Die ambitie had ik met dit album ook” Je hebt de popmuziek een aantal jaren de rug toegekeerd. Dat was een bewuste keuze.

Heeft dat je ook andere inzichten gegeven over je ambities en kwaliteiten?                                                                                                                                                                                                                                                                                                         “Jazeker. Maar vooral over hoe ik zelf als mens en artiest wil zijn. Mijn vader heeft altijd in de molen van de popindustrie meegedraaid. Plaat opnemen, toeren en weer een plaat opnemen om vervolgens
weer te toeren. Dat idee beangstigde mij altijd. Ik wilde dat repeterende proces doorbreken door iets compleet anders te doen en mijn werk in het theater zorgde daarvoor. Het was achteraf gezien een hele goede beslissing, want ik ging na verloop van tijd het platen maken en toeren juist missen. Ik raad het iedere artiest aan om een opera te schrijven. Dan ga pas beseffen wat je daarvoor had, haha.”

Was het zo anders dan wat je gewend was dan?
“Dat kun je wel zeggen. De operawereld is echt een andere muziekdiscipline. Het is heel formeel, stijf en technisch. Maar het is ook zeer bevredigend als het werkt. Als er honderd man op een podium jouw werk spelen en zingen, geeft dat wel een enorme voldoening. Maar het komt met een hoge prijs. Ik moest naar verloop van tijd echt even weg van de dirigent, laat ik het daar maar op houden.”

Heeft het werk in de operawereld en de klassieke muziek je ook iets gebracht toen je begon aan je nieuwe album?
“Ik heb nu veel meer discipline en ik weet – door veel naar operazangers en -zangeressen te luisteren – mijn stem beter te doseren. Dat is eigenlijk al begonnen toen ik zelf de Judy Garland-shows deed in 2006, maar nu snap ik nog beter hoe ik alle facetten van mijn stem moet benutten. Mijn ademhaling, uitspraak en het tempo waarin ik zing zijn echt verbeterd en ik heb geleerd om een nummer eerst goed te analyseren voordat ik het ga zingen. Ik denk dat mijn stem nu beter klinkt dan ooit.”

Dit is een deel van een groot interview dat verscheen begin 2020 met de flamboyante Rufus Wainwright in de jubileumeditie van Soundz Magazine!