Rolling Stones: ode aan Charlie

Een kleine 10 jaar terug reisde ik samen met Leo Blokhuis naar Londen om Charlie Watts en Ron Wood te interviewen. Aanleiding? De heruitgave van het album Some Girls. Lees hier de terugblik

Heroïne, drank, ego’s en mindere platen leken de Rolling Stones de vernieling in te helpen. Maar opeens was daar in 1978 de plaat Some Girls. Een werkstuk dat de band weer op een voetstuk plaatste. 33 jaar na release spraken we exclusief met drummer Charlie Watts en gitarist Ron Wood in Londen. ‘Ja, eigenlijk waren we wel een beetje de slaafjes van Mick en Keith. Daar ga ik niet over liegen.’

Tekst: Jean-Paul Heck

Medio oktober 2011. In een wat oubollig aangeklede suite zitten drummer Charlie Watts en gitarist Ron Wood gebroederlijk naast elkaar. Watts is gekleed in een sjiek krijtstrepenpak met daaronder lange, eveneens gestreepte kousen die tot aan de knie reiken. Woods is in zijn bekende rock & roll outfit: een broodmager lijf dat is gestoken in een vest en skinny jeans met daaronder opvallende batik geverfde sokken. Geen gezicht eigenlijk, maar ach, het blijft een Rolling Stone. Het is overigens een unicum op de heren tezamen te spreken. Hun rol binnen de Stones werd maar al te vaak geminimaliseerd maar was het niet Mick Jagger die een paar jaar terug riep dat een Rolling Stones zonder Charlie Watts allang ter zielen was gegaan?

En zorgde Woods op Some Girls niet voor net de juist muzikale kruipolie? De plaat was een stevige comeback na het iets wat tegenvallende Black and Blue (76). Over dat laatste zijn de geleerden het overigens niet eens maar na het superieure werkstuk Exile On Main Str.(72) leek de grootste rock & roll band ter wereld langzaam te verzuipen in een zee van decadentie, ego’s en drank- en drugsgebruik. Keith Richards werd in de jaren slachtoffer het slachtoffer van zijn eigen verslaving en een stormachtige liefdesrelatie met Anita Pallenberg die gepaard met overdadig drugsgebruik en onvoorspelbaar gedrag. En Mick Jagger? Die vierde zijn feestjes als superster in het opwindende New Yorkse uitgaansleven van eind jaren 70.

Disco & Punk

Een periode die vooral wordt gekenmerkt door de opkomst van disco en punk. De rock & roll van oudere mannen leek dood en de dinosaurussen zoals Led Zeppelin, Pink Floyd werden geslachtofferd door de media. En boven op de heilige berg van zelfbenoemde rockprofeten zaten de Stones. Onaantastbaar ogenschijnlijk maar er broeide iets onderhuids. De band scoorde minder hits en ook de albumverkoop kon geen tred houden met miljoenenverkopen van acts zoals The Bee Gees, Earth, Wind & Fire en de Eagles. Juist een band die Richards verafschuwde. ‘De Eagles is het grafzerk van de countrymuziek’, zou hij later zeggen.

Maar ja, Richards zei in zijn leven wel wat meer gekke dingen. Rond 1978 snoerde hij zijn eigen mond na een reeks drugsgerelateerde incidenten. Van hem moest de band het in die periode dus niet hebben. Nee, uitgerekend feestneus Jagger zorgde ervoor dat de band eind 1977 met nieuw elan afreisde naar Parijs om daar te beginnen aan de opnames van Some Girls. Met Woods en Watts doken we terug de geschiedenis in en daarnaast sprak ik twee jaar terug drie uur met ex-bassist Bill Wyman over die woelige periode.

Eerder dit jaar had ook al een onderhoud met Woods die toen al enthousiast over Some Girls verhaalde. Het waren wilde tijden weet hij zich nog haarscherp te herinneren. ‘Ik was net in een amoureuze liefdesrelatie verwikkeld met Pattie Boyd, de vrouw van George Harrison. Tja, ‘good old George’… Eigenlijk moet ik met terugwerkende kracht de ogen uit mijn kop schamen.’

Parijs

Even terug naar het najaar van 1977. De band trok zich vanaf oktober terug in een dorpje, nabij Parijs. Wood: ‘Parijs was een prima plek voor de Stones. Het was ook de perfecte locatie om weer enigszins tot rust te komen en de vriendschappelijke banden aan te halen.’ Daarmee doelt de gitarist vooral op de verwijdering tussen Richards en Jagger die in de aanloop naar de opnames nog nauwelijks met elkaar spraken. De gitarist gaat verder.

‘In die tijd merkte ik weinig van enige animositeit tussen Mick en Keith. Al was het wel duidelijk dat Mick vanaf het eerste begin met de beste ideeën aankwam. Hij woonde beurtelings in New York, Londen en Parijs en had duidelijk goed zijn ogen open gehouden. Hij snoof de invloed van punk en disco op in de clubs van die grote steden.’ Wood geeft aan in die tijd niets met de punkscene te hebben gehad. ‘Ik vond het domme schreeuwers die niet konden spelen. En eerlijk gezegd kon ik niet begrijpen dat zij uitgerekend de Stones als één van hun grootste invloeden beschouwden. Wij zijn allemaal goede muzikanten met een hart voor de juiste historische muziek.’

De aanloop naar Some Girls was overigens warrig. Het laatste studioalbum Black and Blue (76) was mondiaal door de critici met redelijk wat reserves binnengehaald. De plaat maakte duidelijk dat het drugsgebruik binnen de band exorbitante vormen had aangenomen en dit ook invloed had op de noeste werkethiek waar de band bekend om stond. De bandleden groeiden daarnaast bijna letterlijk uit elkaar. Volgens Wyman waren hij en Watts de enige die dagelijks contact met elkaar hadden. ‘Ron, Mick en Keith verbleven in die periode heel veel in New York en op Caribische eilanden terwijl Charlie en ik toch de meeste tijd in Engeland verbleven.

Waar is Keith?

Volgens mij waren wij rond 1977 de enige constante ‘lifeline’ naar de buitenwereld toe.’ Hij geeft ook toe dat in dat bewuste jaar de toekomst van de band aan een zijden draadje hing. We gaan even terug naar april1977 Keith zat als een angstig vogeltje opgesloten in zijn hotelkamer in Toronto. Twee maanden daarvoor, op 20 februari, was Mick Jagger door het lint gegaan. Nadat hij was geland in de Canadese stad om daar met de band te repeteren voor een vijftal optredens in Club El Macombo, kwam hij erachter dat Keith nog gewoon in Engeland zat.

Vijf dagen lang bestookte het management en Jagger de gitarist met telefoontjes en telegrammen. Maar Richard reageerde nergens op. Uiteindelijk ging er een telegram overzees met de duidelijke tekst: ‘WE WANT TO PLAY. WHERE ARE YOU? De geplande concerten in de club leken op de tocht te staan. Maar het ging pas stevig mis toen Richards op 25 februari samen met zijn vriendin Anita Pallenberg uiteindelijk in Canada aankwam. In de tas van Pallenberg werd hasjiesj en een aangebrande lepel gevonden.

Canada

De lepel bleek te zijn gebruikt voor het verhitten van heroïne. Drie dagen later viel de Canadese politie de hotelsuite binnen van het tweetal van het Harbour Castle Hilton Hotel. Op de grond werd cocaïne en een ons heroïne gevonden. Nu waren de rapen pas echt gaar en een verdoofde Richards werd afgevoerd naar het hoofdkwartier van de politie in Toronto. Bill Wyman was de eerste Rolling Stone die Richards opzocht in de gevangenis. ‘Wat ik aantrof was een zielig hoopje mens. Hij vroeg eigenlijk maar één ding: heb je nog dope voor mij?

Charlie en ik hadden helemaal niets met harddrugs maar ik heb uiteindelijk toch een dealer gevonden. Tegen mijn principe overigens maar ik zag iets in de ogen van Keith dat mij niet beviel. Hij was angstig en paranoia. Daar schrok ik erg van.’ Jagger en de andere bandleden waren des duivels. Wyman: ‘De trip naar Canada was eigenlijk bedoeld als een ‘low profile’ trip. Nu opeens stonden we wereldwijd in alle kranten en werd de band afgeschilderd als een stelletje junks. We stonden voor schut…’

Trudeau  familie

Ron Wood kan er 33 jaar later wel de lol van inzien. ‘Bij de Stones brak eigenlijk nooit echt paniek uit maar dit keer knepen we toch wel de billen bij elkaar. Op heroïnebezit staat in Canada immers een levenslange gevangenisstraf. Mick was volledig door het dollen heen en zag echt het einde van de Stones naderen.’ Maar ze hadden ook wel de nodige mazzel. Margaret Trudeau, de wat losbandige vrouw van de Canadese premier Pierre Trudeau, bleek een groot Stones-fan te zijn en een oogje te hebben op Ron Wood.

‘Eerlijk gezegd kan ik mij daar niet zo heel veel van herinneren. Ik herkende haar wel en ze was nogal een opdringerig type dat alles voor elkaar kreeg. Ik kwam er overigens pas na een paar dagen achter dat zij de vrouw van de premier was.’ De vijf geplande optredens in de El Macombo Club waar materiaal werd opgenomen voor het nog uit te komen live-album Love You Live (77), werden door alle problemen teruggebracht naar twee concerten. Die gigs toonden echt een band en met name Richards in topvorm. Maar dat was bijzaak. De Canadese media en snel daarna de Amerikaanse en Engelse pers kregen lucht van de problemen en het koppeltje Richards/Pallenberg werden wekenlang wereldnieuws.

Niet alleen de rechtszaak tegen Richards haalde de voorpagina’s maar ook het verhaal dat Miss Trudeau was gespot in de suite van Jagger met alleen een nachtjapon aan, bracht Canada aan het schudden. Even leek de toekomst van premier Trudeau net zo onzeker als die van de Stones.

Rechtzaak

Watts keerde op 10 maart 1977, een paar dagen na de eerste rechtszaak tegen Richards terug naar huis. Wyman: ‘Ik had weinig medelijden met Keith. Hij liep altijd op het randje en wist dat hij er op een slechte dag vanaf zou vallen.’ Richards maakte overigens tijdens zijn periode in Canada van de nood een deugd. Hij liet Stu (toetsenman en tourmanager Ian Stewart) een studio regelen waar hij een aantal countrysongs van onder meer George Jones, Hoagy Carmichael en Pats Domino opnam. Een tijdlang circuleerden de opnames als de KR’s Toronto Bootleg in het bootlegcircuit.

Hamvraag was nu: Hoe kregen de advocaten van de Stones Richards Canada uit? Zijn paspoort had hij dan wel terug maar hij mocht de grens niet over. Uiteindelijk duurde het tot juni voordat de gitaristweer het land uit mocht. Hij ging direct naar het Stevens Psychiatric Centre in New York om zich te laten behandelen aan zijn drugverslaving. Het grappige is dat Jagger met de tapes van het komende live-album Love You Live naar de kliniek toe moest om deze aan de patiënt Richards te laten horen.

Saillant detail is dat deze sessies meestal eindigden in een hoop drankgebruik waarbij Jagger aan het einde van de avond laveloos het loodje legde. Terwijl de gitarist zijn verslaving te lijf ging, werd zijn zevenjarige zoon Marlon ondergebracht bij een strenggelovig gezin in New Jersey. In Keith’s biografie zegt Marlon over deze periode: ‘Ik dacht dat Amerika nog altijd vol zat met Indianen en Bizons. Ik durfde amper naar buiten omdat ik bang dat ik zou worden gescalpeerd door een Indiaan.’ Ondertussen pendelde Richards regelmatig tussen New York en Toronto op en neer waar hij moest opdraven voor verschillende verhoren.

Katalysator voor de studio

Het was niet de ideale opmaat naar het nieuwe album dat uiteindelijk Some Girls zou worden. Maar hoe gek ook, al het gedoe in Canada was een katalysator voor de twee baasjes Richards en Jagger. Uiteindelijk belandde de band in het najaar van 1977 in de Pathé Marconi Studios in Parijs. Vanaf het allereerste begin heerste er een gevoel van urgentie binnen de band. Was het misschien het zwaard van Damocles dat boven het hoofd van Richards hing? Wyman: ‘Vanaf de eerste dag dat wij daar zaten, bleek de band enorm gefocust te zijn. Ik was zelf niet tevreden met het album Black and Blue al durfde dat binnen de band niemand hardop te zeggen. Ik had het gevoel dat we terrein verloren ten opzichte van een aantal nieuwe Engelse en Amerikaanse groepen.’

Mooi was ook dat de definitieve uitspraak van de zaak Richards werd verschoven naar oktober 1978. Wood: ‘In het ergste geval zouden we Keith een paar jaar kwijt zijn. Dat zeker wel tussen de oren toen wij in de studio zaten. We wilden dan ook zoveel mogelijk songs opnemen.’ Volgens Wyman was het vooral Jagger die zich daar nogal druk over maakte. ‘Opeens was er bij Mick het besef dat het wel eens snel afgelopen zou kunnen zijn. Vanaf het eerste moment nam hij in de studio dan ook het heft in handen.’ Richards zegt in zijn boek over Some Girls: ‘Het had een echo van Beggars Banquet.

Je laat een tijd niets van je horen en opeens ben je terug met een klap.’ Volgens Watts en Wood waren beiden echter bloedfanatiek. ‘Wij zaten maar te wachten op onze kamer en we moesten klaar staan wanneer Keith ons nodig had. Dat kon midden in de nacht zijn. We leken wel slaven, ha, ha.’

18 uur drummen

Wood maakte het een keertje mee dat Richards drummer Watts maar liefst 18 uur onafgebroken liet werken aan een bepaalde beat. Watts haalt daar echter zijn schouders voor op. ‘Ach, het hoorde er gewoon bij. Hoe wij het overleefden? Door drank, drugs en drank. Ja, dat was het wel zo’n beetje…’ Wood kan zich de sessies in Parijs nog levendig herinneren. ‘Het lijkt voor mij zes jaar geleden. Maar het is wel gewoon 33 jaar terug. Mick had de ideeën maar Keith zorgde voor de energie bij de totstandkoming van de meeste nummers.

Hij werkte bijvoorbeeld nachten achter elkaar aan een track met de naam Claudine. Notabene een song die nooit op Some Girls zou verschijnen maar nu als openingstracks op de extra CD met 12 nooit eerder officieel uitgebrachte tracks staan. Iets wat Watts een paar weken voor release nog niet weet. Als ik doorvraag over Claudine, vraagt hij aan een medewerkster om de track listing van de bonus-cd met daarop 12 nooit eerder officieel uitgebrachte tracks. Tot zijn grote verbazing ziet hij Claudine er niet tussen staan.

Watts reageert meteen. ‘Waarom staat Claudine niet op de setlijst? Dit is belachelijk. Zitten we te praten over een song die weer niet uitkomt.’ Claudine staat er overigens wel op maar het zegt genoeg over de besluitbevoegdheden binnen de band. Watts en Wood doen daar niet moeilijk over. ‘Keith en Mick beslissen alles. Zo was het en zo is het nog steeds.’ Even terugkomend op de sessies van Some Girls. Eerst maar Watts.

‘Uhh….Ik kan mij er eerlijk gezegd weinig van herinneren. Ik kan mij overigens sowieso bijna geen details herinneren van die periode.’ Wood wel. ‘Het album is beïnvloed door disco en punk. Logisch ook want Mick en Keith lieten zich altijd beïnvloeden door datgene wat er in de muziekwereld gebeurde.‘ De hit Miss You was daar het perfecte voorbeeld van. Watts: ‘Ik speelde de song heel veel met Mick voordat we naar Parijs gingen.

Het was zo’n dansdingetje. Een aangezien wij hele goede dansers waren in die tijd…..(Watts grijnst en Wood slaat zijn handen stuk op zijn knieën). Wood: ‘New York had veel goede clubs. CBGSBS en Studio 54. Charlie, jij kwam er nooit hé Charlies? ‘No,’ zegt Watts gedecideerd.

Miss You

Overigens stond niet iedereen te springen toen het discoachtige Miss You als eerste single van Some Girls uitkwam. Sterker nog, de Stones-fans van het eerste uur waren in shock. Na Queen en The Who bezondigde nu ook de Stones zich aan de in de rock & roll-wereld verfoeide kunstvorm met de naam disco. Wood: ‘Wij hoorden de Bee Gees Saturday Night Fever doen en eerlijk gezegd was dat wel gewoon erg goed.’ Watts heeft niet echt een mening over het nummer waar hij zoveel uren aan had gesleuteld. ‘Het was de laatste grote single van de Stones… Terwijl ik dit nu zeg weet ik absoluut niet of dat ook wel waar is maar het werd mij net door iemand verteld.’

Duidelijk is wel dat Jagger en Richards dagenlang en tot diep in de nacht doorwerkte aan nieuwe tracks. Een aantal van de nummers die daar werden gecreëerd, zouden laten op de albums Emotional Rescue en Tattoo You verschijnen. In de bootlegwereld zijn de opnames van deze sessie een gewild object voor de verzamelaars. Wood zegt in die maanden weinig van het Parijse nachtleven te hebben gezien. ‘We waren gevangen in de Studio. We deden Maar het was wel een hele productieve tijd.’ Watts sluit zich daarbij aan. ‘Parijs hebben we amper gezien. We zagen alleen restaurants om er wat escargots te eten. Tussendoor mochten we van Keith even een halve dag slapen en dan werden weer opgetrommeld. Vooral arme Bill Wyman werd continu door Keith opgejaagd. Hoe we uiteindelijk overeind bleven? Door drank en drugs. Dat was de enige manier.’

Lead gitarist

Op Some Girls is Wood voor het eerste als gitarist van de Stones in volle glorie te beluisteren. Hij kijkt er met gepaste trots op terug. ‘Ik weet nog dat Keith aankwam met de riff van Beast of Burden. Wij weven onze partijen als een soort van vlechtstelsel door de songs. Zo extreem hadden we het nooit eerder gedaan. Uiteindelijk wisten Keith en ik niet eens meer precies wie wat had ingespeeld. Keith en ik konden echt niet meer horen wie wat speelden. Weet je wat het is, na een tijdje gaat het baasje steeds meer op zijn hond lijken hé.’ Daarmee doelt Wood op het feit dat baasje Richards steeds meer gitaartechnieken van zijn loophondje Wood overnam.

Volgens Watts is Beast Of Burden eigenlijk een R&B- soulballade. ‘Zo moet Keith het hebben bedoeld. Hij was daar in die periode heel erg mee bezig.’ Ondertussen probeerde Mick voor het eerste zijn Falsetto-stem prominent in stelling te brengen. Wood had er in het begin nachtmerries van. ‘Mick was maar bezig met die hoge stem. Ik dacht van, oh mijn God, hij gaat het doen. Maar ja, hij kon het wel en het werkte. Mick was erg zelfverzekerd over dat soort dingen.’ Terwijl Jagger koketteerde met disco, bleef Richards trouw aan zijn oergevoel voor de rock & roll en rhythm & Blues.

Watts daarover: ‘Volgens mij schreef als reactie op het geëxperimenteer met disco de song Before They Make Me Run. Er werd in de studio echter nooit gediscussieerd over dit soort zaken. De Stones is geen praatband. Wat onze rol binnen de band was? Simpel, wij waren de gitarist en drummer van de Rolling Stones en wij vonden het gewoon geweldig om te spelen. Als Charlie naar de toilet gingen, kropen Mick, Keith of ik achter de drumstel. We waren vijf beeldhouwers die net zolang werkten aan songs tot ze goed waren. Voor mij is het de meeste intense periode binnen het bestaan van de Stones.’

Zonder Watts geen Rolling Stones?

Watts weigert in te gaan op de stelling dat de Stones zonder hem geen bestaansrecht zouden hebben. ‘Nu misschien niet meer, maar in die tijd waren we gewoon vervangbaar. Kijk nu naar Bill Wyman. Het was echt vreselijk dat hij de band (in 1992:red) verliet. We hebben drie tournees gedaan zonder hem en het blijft toch een soort van leegte. Ik was overigens blij met de komst van Ron (in 1975: red). Hij bracht lol en een beetje melodie in de band. Ron is een enorme geestige vent. Maar daarnaast kan hij heel veel dingen goed spelen. Hij pakt de steelgitaar, probeert uit en het werkt ook nog.’

Chris Kimsey

Some Girls kreeg bij release vooral goede kritieken die betrekking op de goede sound van het album hadden. De credits komen op naam van Chris Kimsey die voor de eerste keer bij een productie van een Stones-plaat betrokken werd. De Engelsman die goede naam had gemaakt in de Engelse Olympic Studio, legde meteen de zweep over de band. ‘Ik merkte aan de jongens dat er een soort van matheid aanwezig was. Hun laatste platen hadden een wat doffe sound. En dat was raar in een tijd dat bands zoals de Eagles, Queen en Fleetwood Mac met fantastische producties tevoorschijn kwamen.

Ik wilde vooral één ding voor elkaar krijgen: de live-feel van de Stones moest terug te horen zijn op Some Girls.’ Uiteindelijk koos Kimsey niet voor de originele opnamestudio die vlakbij de Renault-fabriek in een buitenwijk van Parijs lag. ‘We hadden meer ruimte nodig en daarom verhuisde ik alles naar een grote repetitieruimte die naast de studio lag. Een perfecte en haast magische ruimte. Vooral Keith voelde zich er erg thuis.’

Het grappige is dat Kimsey juist Keith Richards eruit liet springen. Uitgerekend de Rolling Stone die de band eerder dat jaar bijna omver had gekegeld met zijn gedrag. Maar volgens Charlie Watts is ook de man die ervoor zorgde dat de band in 1981 weer op tournee ging. ‘Zonder Keith waren wij allang gestopt. Eind jaren 70 waren we allemaal al steenrijk en konden doen en laten wat wij wilden. Keith was de enige die zich altijd 100 procent op de Stones heeft gefocust. Iedereen van ons heeft ook andere hobby’s naast de Stones, behalve Keith. Zonder zijn band is hij nergens.’

Keith doet zijn rondje

In de jaren na het succes van Some Girls, dreigde de Rolling Stones weer in een vacuüm te belanden. De plaat Emotional Rescue werd in 1980 niet al te best ontvangen en het overigens prima album Tattoo You (1981) bestond hoofdzakelijk uit restmateriaal. Wyman weet nog goed dat Richards hem in 1981 thuis bezocht. ‘Hij deed een toertje langs mij, Charlie en Ronnie. Hij voelde heel goed aan dat de Rolling Stones langzaam uit elkaar aan het vallen was en hij had ons nodig om Mick te overtuigen weer de schouders onder de band te zetten.’

Terwijl Mick een luxe leventje leidde in New York, de Cariben en de Franse Loire Vallei, focuste Keith zich op een comeback van de Stones. Wyman hierover: ‘Mick wilde eigenlijk al vanaf 1976 niet meer op tournee met de Stones. Platen maken vond hij in eerste instantie nog oké maar in wereldtournees had hij allang geen zin meer. Daarna kregen we hem ook met geen mogelijkheid meer de studio in.’ Wyman laat echter in het midden of het nu Keith’s enthousiasme is geweest dat Jagger overtuigde om weer op tournee te gaan, of de enorme bedragen die de band kreeg.

Geld

‘Mick is altijd heel goed in het roepen dat geld niet belangrijk voor hem is. Maar ik ken net zoveel mensen die vinden dat geld juist zijn belangrijkste drijfveer is. Ik weet wel dat het verdienen van enorme bedragen voor mij en Charlie nooit enige prioriteit heeft gehad. Ik ben niet voor niets opgestapt terwijl ik wist dat de band na mijn vertrek juist meer geld zou verdienen met hun megatours dan voorheen.’

Watts, Wood en Wyman zijn het er overigens wel over eens dat Some Girls een van de belangrijkste albums van de Stones is. Wood: ‘Zonder Some Girls hadden wij nooit de transitie kunnen maken naar de jaren 80 en 90.’ Wyman is nog specifieker. ‘Some Girls vormt samen met Beggars Banquet en Excile On Main St de essentie en het hart van de Rolling Stones

RIP Charlie!

Meer van de The Rolling Stones

The Rolling Stones | Dossier Blokhuis

Rolling Stones in Paradiso: In alle opzichten legendarisch | On This Day

Living In A Ghost Town van de Rolling Stones | Hitjescollege

 

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws