Recensie Joe Bonamassa: absoluut een man van de blues

Concertverslag

Waar zijn eerdere albums regelmatig werden ontsierd door iets te veel eenvoudige covers, bewijst gitaarheld Joe Bonamassa (41) op ‘Redemption’ weldegelijk een zeer getalenteerd liedjesschrijver te zijn. Met veel eigen spul probeert hij drie dagen achter elkaar ‘zijn’ Carré in te pakken.

 

Bonamassa, sinds kort wereldwijd bekend als ‘mister Bonanza’ na een behoorlijke blunder van een Nederlandse taxichauffeur, voelt zich thuis in het Amsterdamse theater. Bij een eerder bezoek aan Nederland stond hij twee avonden in de toenmalige Heineken Music Hall, waar hij achteraf gezien helemaal ‘geen band’ mee had. Te groot, te afstandelijk, te koud.

 

Met Carré is dat helemaal anders. Zo’n tien jaar geleden werd Bonamassa op slag verliefd op de magische akoestiek die in het theater huist. Dat is donderdagavond, op de tweede avond van zijn drieluik, aan alles af te zien. Het imposante balletpodium is tijdelijk ingericht als een verlichte huiskamer, waar de gitaarheld zich heeft laten omringen door een tweekoppige blazerssectie, een bassist, een drummer, twee fantastische achtergrondzangeressen en orgelspeler Reese Wynans, de trouwe rechterhand van legende Stevie Ray Vaughan. Niet de minste muzikant.

 

Het aanzicht is bijzonder fraai, en Sena-winnaar Bonamassa zelf oogt als een gentleman met zijn strakke zwarte maatpak, zonnebril en glimmende herenschoenen. Absoluut een man van de blues. Maar je zou ‘Bonanza’ enorm te kort doen door te zeggen dat hij enkel bedreven is in de blues, want wie aandachtig luistert in Carré hoort invloeden van bigband, hardrock en soul. Bonamassa, die volgende week zijn 42e verjaardag viert, dicht eenvoudig het gat tussen die muziekstijlen met aanstekelijke en overweldigende melodieën.

 

Dat blijkt in Carré ook maar weer eens uit zijn vinnige gitaarspel: al stampvoetend perst hij in het theater de ene weerzinwekkende solo na de ander uit zijn karakteristieke Gibson Les Paul. Zoals we hem kennen trekt hij nogal wat gekke bekken tijdens het soleren en lijkt hij volledig op te gaan in de elektrische blues die door de theaterzaal bulderen.

 

Het is nogal een verschil met een paar jaar geleden, toen Bonamassa uitsluitend sets speelde met akoestische rock en subtiele blues. Maar de muziek van ‘Bonanza’ is vooral de afgelopen vijf jaar flink geëvolueerd. Bonamassa is niet langer enkel een bluesgitarist, hij is een bandleider. Een leider van een volwaardige bigband. Opener ‘Tiger in Your Tank’ opgedragen aan wijlen Gary Moore, en ‘King Bee Shakedown’ van het nieuwe album zijn daar directe uitvloeisels van.

 

Strikt houden aan een vast schema doet Bonamassa eigenlijk nooit. De gitaarvirtuoos wil continu vernieuwen en improviseren met verrassende invalshoeken en spannende duels met de drummer en orgelist. Dit leidt tot een fantastische uitvoering van Led Zeppelin-cover How Many More Times, met Bonamassa die op het ene moment stilletjes soleert (je kunt een speld horen vallen in Carré) en op het andere moment weer overweldigt met zijn kenmerkende grooves.

 

Hoogtepunt in de ruim twee uur durende set is een kwartier durende uitvoering van No Good Place for the Lonely, nota bene een rocker uit de koker van de priegelkunstenaar. Heerlijk bluesy en bruisend zoals het origineel, maar de twee dansende trompettisten aan de linkerkant voegen met hun schetterende en funky blazers echt wat extra’s toe.

 

Af en toe lijkt Bonamassa te verzuipen in het grootse bigbandgeluid dat hij een aantal jaar geleden in zijn muziek heeft geïntroduceerd. Gek genoeg is ‘mister Bonanza’ op zijn allerbest als hij moederziel alleen op de bühne staat en aan Carré laat zien wat hij en zijn magische vingers in huis hebben. De volgende keer iets minder bigband, en iets meer blues, en Bonamassa is weer van harte welkom in ‘zijn’ Carré.

Soundz Joe Bonamassa