Pinkpop dag 1 van Sebastiaan Quekel

Foto’s: Kim Balster

Onder een blakende zon en met tienduizenden uitgelaten festivalgangers ging de 51e editie van Pinkpop gisteren voortvarend van start, met een nieuw ingedeeld terrein, een rits aan grommende gitaarbands en een headliner die het festival op geen denkbaar betere wijze kon aftrappen.

“Wat zijn we fuckin’ blij om dit podium te mogen openen!” De zanger van Ten Times a Million toont zich vroeg op dag een dankbaar man. De in 2012 opgerichte band uit Enschede maakt zijn langverwachte debuut op Pinkpop en heeft zelfs de eer om het spits af te bijten op Stage 4, het vierde en kleinste podium van Pinkpop.


Getuige het uitstekende optreden is het niet de vraag of, maar wannéér Ten Times a Million door zal stoten naar de hogere regionen op Landgraaf. In de krappe veertig minuten pakt de band het publiek volledig in, met energieke, melodieuze rocksongs die het midden zoeken tussen Queens of The Stone Age en Arctic Monkeys.

De stem van zanger Martin Duve – gekleed in witte broek en strak zwart bloesje – is krachtig en helder, maar het is vooral zijn charme en levensvreugde waar Pinkpop als een blok voor valt. “Ik kan niet zo veel, maar ik kan wel goed brood bakken”, grapt hij in alle bescheidenheid. Daarmee doet Duve zichzelf duidelijk tekort. Als hij op het einde de voorste ringen op zoekt wordt hij letterlijk op handen gedragen door de fans op de eerste rij. Pinkpop ontvangt Ten Times a Million direct met open armen, en dat is gezien het vroege tijdstip een uitstekende prestatie.

Wat hebben Nightwish-zanger Floor Jansen en rapper Willy Wartaal gemeen? Helemaal niets, zou je denken. Maar nee: ze zijn de enige artiesten die in de geschiedenis van Pinkpop twee keer op één dag hebben gespeeld. Vroeg op de dag staat Floor als soloartiest op het tweede podium, later zal ze met haar eigen band Nightwish het hoofdpodium beklimmen.

Het is voor de echte Nightwish-fan even wennen om Floor in deze hoedanigheid op het podium te zien. De energieke metalvrouw die iedereen in een handomdraai laat headbangen, maakt hier plaats voor een aandoenlijke Brabantse die met de ene lieflijke anekdote naar de andere komt. “Dit is het enige festival waar ik met een zachte G weg kom”, grinnikt ze halverwege de set.

Al die obligate praatjes zijn alleen helemaal nergens voor nodig. Floor Jansen – stijlvol gekleed in een roze pak – is met afstand de beste zangeres die ons land rijk is. De ene uithaal is op Pinkpop nog mooier dan de ander. Openingsnummer ‘Fire’ gaat meteen door merg en been, en de gewaagde Disney-cover ‘Let it Go’ gooit zelfs de keeltjes van alle volwassen bezoekers wagenwijd open. Goede vriend en muzikaal partner Henk Poort komt voor een paar nummertjes langs, waarbij natuurlijk die inmiddels legendarische uitvoering van Phantom of The Opera op een staande ovatie kan rekenen. ‘Of Pinkpop er later op de dag weer bij is voor Nightwish’, vraagt ze met die onweerstaanbare Brabantse tongval. Het oorverdovende gejoel zegt genoeg.

Aan de overkant, op het hoofdpodium, staat goede vriend en voormalig Rockacademie-collega Danny Vera op de planken. Niet in zijn eentje, maar met een complete band én een volwaardig blaas- en strijkersorkest. Het geheel ziet er fraai uit en Danny Vera oogt als een leider van een wereldberoemde Amerikaanse bigband, met zijn prachtige roze pak, dure gouden horloge en natuurlijk zijn unieke gevoel voor americana en de blues.

De afgelopen paar jaar waren voor Danny Vera een rollercoaster, zegt hij zelf. “Dit liedje is niet meer van mij, maar voor jullie geworden”, daarmee verwijzend naar de megahit waarmee hij met zijn nummer 1-notering in de top 2000 geschiedenis schreef. Rollercoaster galmt als een warme hymne over het terrein en is onder deze tropische temperaturen eigenlijk hét nummer wat je wilt horen.

Niet veel later vliegt Danny Vera met een uitgelaten speech echter ietsjes uit de bocht, door onze bestuurders ‘mongolen’ te noemen en ongefundeerd te zaniken over de staat van ons land. Later leek hij zichzelf te corrigeren. “Maar we hebben het ook wel goed in Nederland.”

Legendarisch zal een concert van Danny Vera niet snel worden, daarvoor is de americana te generiek en de blues te weinig pakkend of memorabel. Een gospelkoor dat halverwege de show nog aansluit – waardoor er ruim 20 man op het podium staat – weet het optreden niet naar een hoger niveau te tillen.

Wie op Pinkpop niet staat op te letten zou misschien niet eens hebben geweten dat Floor Jansen niet één, maar twee keer mag proberen de festivalweide in te pakken. Het verschil tussen solo Floor (roze pak) en ‘metal’ Floor (duivels metalkostuum) is als dag en nacht. Niet alleen is haar engelenstem geknipt voor symfonische metal, ook lijkt ze met Nightwish veel meer in haar element te zitten. Dankbaar maakt ze gebruik van het verlengde Metallica-podium en stuitert ze continu op en neer, zwiert ze met haar lange lokken in het rond en headbangt ze tot ze eens weegt. Op de achtergrond lijkt de rest van de band zo’n beetje weg te branden van de vlammenwerpers en knallen. “Je kunt hier achterin bijna barbecuen”, grapt Floor terwijl het zweet van haar voorhoofd druipt.

Floor smeekte jarenlang om een optreden op een groot festival en in het uurtje dat ze op Pinkpop staan vraag je je steeds af waarom het toch zo lang heeft moeten duren. Nightwish is namelijk een groot spektakel, met bulderende metalriffs, sprookjesachtige verhalen, over de top bombast, en hier en daar zelfs een beetje opera. Onbetwiste hoogtepunt van de show is het nummer Shoemaker, waarin Floor met haar prachtige uithalen en wuivende armen als een engel boven Landgraaf lijkt te rijzen. Een debuut om niet snel te vergeten.

Onder de gitaarliefhebbers op Pinkpop heerst grote verbazing dat niet Nothing But Thieves of Greta van Fleet, maar het eigenzinnige popduo Twenty One Pilots vlak voor de heren van Metallica mag aantreden op het hoofdpodium. “Had dat niet wat beter geprogrammeerd monden worden?”, klinkt het meermaals in de voorste vakken.

Zelfs de allergrootste criticaster van de hedendaagse popmuziek zal moeten constateren dat optreden van Twenty One Pilots een ronduit belachelijk, maar súperleuk feestje was. Het concert was een mengelmoes van pop en rock, gestoorde acrobatische stunts (al crowfsurfend drummen?!), spontane showelementen (Wilhelmus op trompet!) en natuurlijk een rits aan hits waarvan sommige op Spotify de grens van één miljard streams hebben overschreden.

Twenty One Pilots laat in tachtig minuten een onuitwisbare indruk achter waarbij vooral het enorme plezier van het podium lijkt te druipen. Zanger Tyler Joseph – beginnend en eindigend in bivakmuts – is een echt podiumdier. Hij dondert op en neer, laat zich theatraal vallen, smijt al schreeuwend een microfoon op de grond, en zet even later een Elton John-brilletje op en brengt doodleuk even de grootste hits van de afzwaaiende popster ten gehore. Twenty One Pilots stuitert tijdens de set letterlijk op en neer (opeens een kampvuur?!) en dat zorgt af en toe dat het een beetje chaotisch wordt, maar zelfs de grootste metalfan zal – als alle kleurconfetti uiteindelijk is neergedaald – in alle eerlijkheid moeten toegeven dat ze getuige waren van professioneel topentertainment.

Het was een openbaring die als een schokgolf door het internationale metalcircuit trok. James Hetfield, de man waar normaal gesproken het zelfvertrouwen vanaf druipt, heeft twijfels of hij nog wel zo langer mee kan. “Ik voel mij een beetje onzeker, als een oude man die niet meer goed kan spelen”,  biechtte hij eerder dit jaar tijdens een optreden op.

Hetfield is met zijn 58 jaar inderdaad niet meer de jongste en ja: er zit hier en daar een sleet op zijn stem. Maar als hij en de rest van Metallica iets bewijst dan is het dat zij zonder meer de gedroomde headliner van Pinkpop blijven. De inmiddels legendarische set in 2014 – waarbij ze haast geëlektrocuteerd werden door die horrorstorm des doods – doen ze acht jaar later dunnetjes over.

Het begin is al ronduit spectaculair. De vier mannen rennen direct naar voren op de verlengde catwalk, waar uit het niets een tweede drumstel boven komt rijzen. De band spuugt het supersnelle Whiplash over de festivalweide uit en kan vanaf dat moment weinig meer fout doen. Hup, ze gooien nog even Creeping Death en Enter Sandman (nu geen afsluiter!) erachteraan. “Zo, onze beste nummers zijn geweest. Wat nu?”, zegt Hetfield met duidelijke pretoogjes in het gezicht.

Hetfield bedoelde het met een knipoog, maar in zekere zin zit er een kern van waarheid in. Wie een greatesthits-set verwacht komt in Landgraaf bedrogen uit. Nothing Else Matters ontbreekt sinds hele lange tijd op de setlist. Wat de fans wel terugkrijgen: zeldzame uitvoeringen van Trapped Under Ice, Dirty Window, Bleeding Me én Metal Militia, die al sinds de jaren negentig niet meer op de Nederlandse velden te horen was.

Pinkpop kolkt twee uur lang van vreugde en krijst, joelt en brult uit volle borst mee. Metallica heeft er niet alleen veel zin in, ze verkeren ook nog eens in bloedvorm. Hetfield toont zich opnieuw als de perfecte frontman, met zijn heerlijke motoriek en het vermogen om alle festivalgangers compleet in te pakken. Gitarist Kirk Hammett overtuigt met duizelingwekkend gesoleer, en bassist Robert Trujillo buldert als nooit tevoren. En zelfs Lars Ulrich, de door velen verguisde drummer, is amper op een fout te betrappen. De fraaie blokkenvisuals, vette lichten en lasers en de gigantische vuurtorens voor en midden het veld maken het geheel op spectaculaire wijze af.

Onzeker over haar toekomst of niet: Metallica bewijst zich andermaal als de gedroomde headliner van Pinkpop en sluit de eerste dag geslaagd af

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws