Paul Weller straalt op On Sunset

Soundz
Het beest is niet meer. Al een hele tijd is de wereld van Paul Weller er eentje van relatieve rust, orde en regelmaat. Maar zeg niet dat hij is ingedut. Dan slaat hij als een furie om zich heen. Met zijn nieuwe album On Sunset kijkt hij terug op zijn leven. Zonder maar één moment echt nostalgisch te worden.

Tekst: Jean-Paul Heck

Paul Weller was jarenlang de man die we kenden van vloeken, zuipen en afgeven op iedereen. Die tijden zijn echter voorbij. ‘The Modfather’ drinkt niet meer, is al jaren gelukkig getrouwd en vader van een tweeling die alweer bijna tieners zijn. Hij ziet ze nu door de coronacrisis elke dag en dan ook letterlijk de hele dag. “Ik had eigenlijk heel deze zomer moeten spelen, maar verdomme, het mag niet zo zijn.” Op de achtergrond klinken huiselijke geluiden. Weller doet noodgedwongen zijn interviews vanuit zijn studio aan huis. “Geen probleem”, vindt hijzelf. “Ik ben graag thuis en ik neem hier ook alles op.” De Weller van pakweg 15 jaar geleden is niet meer. Bij onze voorlaatste ontmoeting in het Amsterdamse American Hotel in 2008 dronk hij als een tempelier. Binnen drie kwartier tikte hij vier vette pinten weg – en dat om elf uur ‘s ochtends. Een paar jaar later voldeed in een chique hotel in Londen een café latte en een glaasje water. Toen zei hij al over zichzelf: “Tja, dat waren andere tijden. Ik zat toen op een breekpunt.” Weller heeft van zijn hart nooit een moordkuil gemaakt, maar meestal oogde hij gejaagd en raffelde hij interviews af. Hij was altijd gehaast en keek vluchtig om zich heen voor andere afleiding. En net als bij zijn laatste album straalt het geluk ook af van de muziek die On Sunset siert. Een weldadig album.

 

Paul, hoe zit je nu in je vel? Thuis, terwijl je eigenlijk op tournee moest zijn.

“Ik baal enorm. Maar goed, dat doet elke muzikant die op dit moment had moeten toeren. Ik ben uiteindelijk maar weer begonnen met het schrijven van nieuwe songs en heb zelfs al een paar demo’s opgenomen. Ik ben positief en dat probeer ik ook te blijven, maar het valt niet mee.” De coronabeperkingen zijn niet fijn. “Natuurlijk niet. Er is niets mooiers dan de zomerweekenden met je gezin. Eropuit trekken, leuke dingen doen….Dat kan nu allemaal even niet. Ik kijk wel uit naar het moment dat het allemaal weer kan. Dat moet aanvoelen als de ultieme bevrijding.”

 

Je nieuwe plaat On Sunset barst van de energie. Het lijkt of er telkens een ander muzikaal alter ego van Paul Weller op staat.

“Het is gek, maar het enthousiasme dat ik had toen ik 14 jaar was en The Jam oprichtte, heb ik nog steeds – zelfs sterker dan een aantal jaar geleden. Ik heb een periode gehad dat ik minder in de studio kwam. Het gezin slokte mij op en de inspiratie was ook een beetje verdwenen. Maar aan de songs op On Sunset heb ik heel hard gewerkt. Vroeger was ik snel afgeleid en verdeed ik vaak mijn tijd in een studio. Maar ik kan tegenwoordig heel gefocust werken, waardoor ik in een veel kortere tijd tot iets moois kom.”

 

Een vlucht naar Los Angeles zit er voorlopig ook niet in. Je kijkt in de titelsong On Sunset terug op je eerste bezoek met The Jam aan die stad.

“Ik ben vorig jaar teruggekeerd naar Londen. Mijn zoon woont daar. Ik ben voor het eerst sinds tijden weer naar Sunset Boulevard geweest en heb een aantal plekken op The Strip bezocht waar ik jaren niet meer was geweest. Heel veel plekken waren totaal anders of gewoon verdwenen. Als popartiest heb je weinig tijd om stil te staan bij dingen of plekken. Je maakt een plaat, gaat op tournee, pakt een vakantie en het circus trekt weer door. Maar in LA besefte ik opeens hoelang het was geleden dat wij met The Jam daar waren. Het leven stond echt even stil. Ik werd overvallen door nostalgie en dat is iets wat mij niet vaak overkomt.”

 

Hoe kijk je nu terug op The Jam? Zeker met al die mooie re-releases die de laatste jaren verschenen?

“Het waren rare en wilde tijden, zeker de beginjaren met The Jam. Maar het was ook een gekke tijd. Opeens waren we daar. Drie jongens die het wilden maken en dat ook deden. In sneltreinvaart! Het is raar dat je opeens elke week in Top Of The Pops te zien bent en dat je niet meer normaal over straat kunt. Het was ook een andere tijd. Popsterren waren ook echt popsterren. Of je nu Joe Strummer, Elvis Costello, Joe Jackson of Paul Weller heette. Het was volslagen gekte.’

 

Je hebt wellicht alles wat je hart begeert. Daar gaat de song Village ook over.

“Jazeker. Village en het nummer More gaan over mensen die gewoon gelukkig kunnen zijn in hun eigen dorp en huis waar ze nooit meer weggaan. Hoe meer je van de wereld ziet, hoe hebberiger je wordt. Niet alleen financieel, maar ook de roep om afleiding. Amerika is het land van de onbegrensde mogelijkheden. Althans, dat is het beeld dat veel mensen hebben. Maar zijn ze daar echt gelukkiger van geworden? Ik denk het niet. Mijn gezin heeft alles, ik heb alles. Maar hebben we het allemaal nodig om gelukkig te zijn?”

 

Je hoort de passie, maar ook het plezier terug op On Sunset.

“Ik ben nog altijd die muziekfan die ik al was. Ik hield al op erg jonge leeftijd van rauwe r&b, soul en blues. Het verbaast me nog altijd dat er zo gek werd gereageerd toen ik The Style Council in 1983 oprichtte. Voor mij was dat echter heel natuurlijk: van de new wave en rock-‘n- roll naar de jazz, soul en r&b. Het zegt natuurlijk ook wel wat over de kortzichtigheid in de muziekscene.”

 

Je hebt in Jim Lea van de glamrockband Slade een gast op het album die nog een generatie voor jou erg succesvol was.

“Ik was vreselijk gelukkig dat hij mee kon doen op de song Equanimity. Jim is een geweldige violist en toen ik de song schreef, hoorde ik hem gewoon in mijn hoofd. Iedereen kent hem als de bassist van Slade. Dat vond ik destijds overigens een fantastische band. Hij schreef samen met Noddy [Noddy Holder: zanger van Slade] bijna alle songs voor die groep. In de jaren 80 was hij bijna in zijn eentje verantwoordelijk voor de opnames van Slade. Ik heb hem de track toegestuurd en al snel kreeg ik het terug met zijn partij. Prachtig! Ik ben er erg trots op.”

 

Je fascinatie voor soulmuziek is altijd aanwezig. Zo ook op On Sunset.

“Het is er altijd al geweest, net als bij zoveel mensen over de hele wereld. Soul is niet bedacht. Het komt echt vanuit je binnenste als het goed is gemaakt. Het is de meest originele muziekvorm die ik ken. Het spreekt miljoenen mensen over de hele wereld aan. Ik had het er tijdens de opnames nog met Mick [Mick Talbot] over. Het was ook precies de reden waarom we destijds The Style Council oprichtten.”

 

De aanwezigheid van Mick is wel verras- send. Hoe kwam jullie samenwerking tot stand?

“We waren in mijn studio bezig aan een documentaire over The Style Council. Er werd nogal wat gefilmd en omdat Mick er toch was, heb ik gevraagd of hij zijn licht wilde schijnen op een aantal nieuwe composities. Weet je, Mick is zo’n geweldige muzikant en toetsenman. En hij is alleen maar beter geworden nadat we stopten met The Style Council.”

 

De laatste keer dat ik je sprak, zei je dat tijd je grootste vijand is.

“Dat is nog altijd zo. Daarom breng ik ook zoveel albums uit. Hoe ouder je wordt, des te sneller gaat de tijd. En ik wil nog zoveel doen. Dat is wellicht ook de reden waarom er stijlmatig zoveel te horen is op deze plaat. Ik wil zoveel mogelijk nalaten voordat ik mijn laatste adem uitblaas. Het is gek, maar ik ben daar echt mee bezig. Ik wil zoveel mogelijk muziek nalaten.”

 

Nog even terug naar On Sunset. Rockets lijkt een hommage aan David Bowie.

“Dat klopt wel. Vooral de muziek hoor. Tekstueel niet. Daar hanteerde David toch een heel andere mores. Ik ben altijd een groot fan van hem geweest. Het is toch geweldig dat je telkens weer je fans op het verkeerde been kunt zetten? Maar Rockets gaat vooral over de mensen die niet precies in het systeem passen. Die niet in het ritme van het alledaagse kunnen lopen. Het is in deze tijd moeilijk om je eigen visie te hebben. Ja, moeilijker dan vroeger. Alles moet passen in formats en zo. Ik wil ook zo niet zijn. Het beste compliment dat iemand mij kan geven, is dat mijn muziek niet in een categorie past.”

 

Als zestiger ga je ook anders over het leven denken.

“Absoluut! Zoals ik eerder zei, kijk je anders tegen het fenomeen tijd aan. Maar hoe ouder je wordt, des te meer besef je wat je allemaal hebt meegemaakt. De opkomst van The Beatles, de opkomst van de punk, 9-11 en nu de coronacrisis. We worden langzaam opgeslokt door de tijd, maar ik ben op een punt gekomen dat ik dat accepteer. Ik ben klaar voor datgene wat er komt.”

 

Je bent ook weer terug bij je oude label. Het label waar het ooit begon met The Jam.

“Dat is raar toch? Maar ook heel mooi. Ik heb altijd met veel plezier bij Polydor [onderdeel van Universal Music] gezeten. Het is het eerste label waar ik ooit bij tekende en zij zijn altijd goed voor mij geweest. Nu ben ik 61 en sta daar weder- om onder contract. Ze hebben ook een geweldig rooster aan nieuwe muzikanten, dat sprak mij zeer aan.”

 

Het is iets wat aan je acht kinderen voor- bij zal gaan. Ik neem wel aan dat je wat oppikt van hun muzikale voorkeuren?

“Absoluut! Sommigen hebben absoluut smaak. Zo kwam ik via hen in aanraking met Michael Kiwanuka. Wat een talent is dat! Ik hoor vaak artiesten voorbijkomen waar ik uit mijzelf nooit naar had geluisterd. Weet je, zolang ik word gevoed, zal ik platen blijven maken. Of ze nu veel verkopen of niet. Dit is datgene wat ik doe en wat goed kan.”