Homegrown – The one that got away | Neil Young

Soundz

Homegrown is het nieuwe album van Neil Young. Hij nam het op in 1974. Het is zijn Blue, met dit verschil, dat Joni Mitchell indertijd Blue wél uitbracht. “Excuus”, zegt Young nu. “Het album had er een paar jaar na Harvest geweest moeten zijn. Het is de trieste kant van een romance, het hartzeer. Ik kon er niet naar luisteren. Ik wilde door, dus ik hield ’m voor mezelf en legde ’m op de plank. Maar ik had hem moeten delen. Hij is prachtig. Daarom heb ik ’m sowieso gemaakt. Soms doet het leven nou eenmaal pijn.”

Tekst: Leo Blokhuis

Op 5 juli speelde Neil Young in Ahoy. Ik was erbij en genoot van Young, die werd begeleid door Booker T & the MG’s. De combinatie werkte geweldig. In de toegift speelde het gezelschap nog een van de meest iconische nummers waarop Booker T meespeelt, meegeschreven door hun gitarist Steve Cropper, (Sittin’ On) The Dock Of the Bay van Otis Redding. Mijn toen nieuwe radiovriend Mart Smeets moest het knarsetandend vanuit Frankrijk doen met mijn iets te enthousiaste verslag. Hij had die dag verslag gedaan van de tweede etappe van de Tour de France, langs de Atlantische kust naar Vannes in Bretagne, waar hij de Belg Wilfried Nelissen had zien winnen. Young speelde een prachtige dwarsdoorsnede van zijn werk, de meeste nummers kende ik, maar ergens midden in de set kwam Seperate Ways voorbij. Nooit eerder gehoord. Pas nu, in 2020 komt het nummer officieel uit. Het staat op Homegrown en was eigenlijk bedoeld voor 1975.

Neil Young beleeft in de eerste helft van de jaren zeventig roerige tijden. Muzikaal heeft hij drie ijzers in het vuur: Hij maakt deel uit van de supergroep Crosby, Stills, Nash & Young. Als soloartiest stijgt hij vooral met het album Harvest tot grote hoogte met country getinte folkliedjes en hij speelt scherpe en gelaagde gitaarrock met de groep Crazy Horse. Hij is getrouwd met actrice Carrie Snodgress en de twee hebben een zoon, Zeke.

De beginjaren

Young is in Canada geboren. Daar richt hij ook zijn eerste bandje op, The Squires. In zijn woonplaats Winnipeg komt hij bij een optreden de Amerikaan Chris Stills tegen die met zijn eerste band The Company in Canada speelt. De twee worden vrienden, maar Stills gaat terug naar de VS en Young blijft in Canada. Na The Squires wordt hij lid van Mynah Birds, de groep van Rick James – die van Super Freak – en tekent een contract bij Motown. Tijdens de opnamen van de eerste Mynah Birds-plaat wordt James gearresteerd, omdat hij illegaal onder zijn dienstplicht wil uitkomen door gewoon niet te komen opdagen. Het vertrek van de leadzanger betekent meteen het einde van de band en Young en bassist Bruce Palmer verruilen hun instrumenten voor een Pontiac lijkwagen. De twee rijden ermee naar Los Angeles. Daar zien ze op Sunset Boulevard, terwijl ze in een file staan, toevallig Stephen Stills, met wie ze een nieuwe band oprichten: Buffalo Springfield. De groep is vooral bekend om Stills nummer For What It’s Worth, maar Neil schrijft ook een bescheiden hit, Expecting To Fly. Spanningen gepaard met uitbundig drank- en drugsgebruik leiden in 1968 tot het eind van deze groep en Neil maakt dan zijn eerste soloalbum, een titelloze countryfolkplaat. Zijn tweede plaat klinkt veel pittiger. Neil heeft zich omgeven met de fijne rockband The Rockets: zanger/gitarist Danny Whitten, bassist Billy Talbot en drummer Ralph Molina. Neil doopt de groep om tot Crazy Horse.

Crazy Horse in 1975
Vliegende start

Stills komt na het uiteenvallen van Buffalo Springfield in het supertrio Crosby, Stills & Nash terecht en als de band een toetsenist nodig heeft, suggereert Stills zijn oude bandmaatje Young. Het tweede optreden dat deze groep doet, is op het Woodstock festival, waarmee het kwartet een vliegende start beleeft. Het album Deja Vu bevestigt in 1970 de naam van CSNY als zeer succesvolle act. Maar er zijn ook meteen spanningen. Nash en Stills hebben constant ruzie om elkaars vriendinnen. Een strijd die begint als Stills het aanlegt met Nash’ ex Joni Mitchell en verder gaat, omdat Nash Stills vriendin Rita Coolidge overhaalt om bij hem te komen. Stills schrijft Change partners over die laatste amoureuze ontwikkelingen.

Er worden bovendien behoorlijk veel drank en drugs geconsumeerd. Vooral Stills wordt daar geen aardiger en socialer persoon van. Zeker niet omdat hij nogal megalomaan kan denken. Aan het eind van de CSNY-tour in 1970 besluit hij op een avond spontaan tijdens de show een flink deel van de set solo te claimen. De andere drie ontslaan hem per direct uit de groep. Ze nemen hem toch weer aan om de tour af te maken, maar lijken vooral blij dat ze van elkaar af zijn als de concertreeks in de zomer van 1970 tot het geplande einde komt.

De ideale opmaat

Neil Young brengt meteen diezelfde zomer zijn prachtige soloalbum After The Gold Rush uit. Een 18-jarige Nils Lofgren speelt op de plaat mee, net als Danny Whitten en ook Stephen Stills. Op deze plaat keert hij terug naar zijn meer folky geluid en het album blijkt de ideale opmaat voor zijn meesterwerk, Harvest uit 1972. Dat album neemt hij op in Nashville, als hij in die stad moet zijn voor de opnamen van een tv-show met Johnny Cash. De sessiemuzikanten in de capital of country worden op het laatste moment bij elkaar gezocht, Young noemt de band The Stray Gators. Veelschrijver Young heeft een stapeltje nieuwe liedjes op zak, die hij kort daarvoor tijdens solo-optredens had uitgeprobeerd. Opnamen van een van die shows komen later op plaat uit: Live At Massey Hall, 1971. Het zijn prachtige, persoonlijke nummers. The Needle And The damage Done is deels gebaseerd op de heroïneverslaving van Danny Whitten. A Man Needs A Maid gaat over zijn vrouw Carrie. Old Man gaat over de man die zijn net aangeschafte Broken Arrow Ranch onderhoudt. Alabama is net als Southern Man een woedende reactie op racistische bewegingen als Ku Klux Klan in het zuiden van de VS. Het nummer roept een tegenreactie op van de Southern rockband Lynyrd Skynyrd: Sweet Home Alabama.

The middle of the road

Linda Ronstadt en James Taylor, die in hetzelfde programma met Cash te gast zullen zijn, zingen mee op de plaat. In Californie neemt Young nog wat extra nummers op en in februari 1972 komt het album uit. Met Heart of Gold scoort hij een dikke hit, maar Young ervaart de hit als een vloek. In de handgeschreven liner notes van het verzamelalbum Decade schrijft hij dat het nummer hem op het midden van de weg deed belanden, the middle of the road, dus ging hij meteen daarna op zoek naar de greppel, de ditch. “Dat is een ruwere trip, maar daar ontmoette ik wel interessantere mensen.”

Dan wordt het rommelig in het muzikale leven van Young. Hij zet zijn hakken in het zand. Harvest levert hem volksstammen nieuwe fans op, maar Young bedient hen niet op hun wenken. Eerst komt hij met een obscure dubbel-lp: Journey Through The Past, een soundtrack bij zijn autobiografische documentaire. Er staan livenummers op, out takes en luisteraars die kant vier van de plaat halen, worden ineens getrakteerd op een stuk uit Händels Messiah.

Daarna, in 1973, komt het rauwe livealbum Time Fades Away uit. Het zijn de opnamen van Young met de Stray Gators uit de tour die volgt op het succes van Harvest. De plaat komt pas in 2017 op cd uit, Young telt hem niet mee in zijn officiële discografie. “Dit was mijn grootste tour”, zegt Young een paar jaar later over het album, “maar gedoe over geld heeft voor mij deze tour en plaat verpest. Ik breng ’m evengoed uit zodat jullie kunnen zien wat er gebeurt als je het even kwijt bent. Ik was toen meer geïnteresseerd in een documentaire benadering dan in het publiek bevredigen met een gerepeteerde versie van Harvest.”

Tumultueus

En zo belanden we in het jaar 1974, het jaar waarin Young Homegrown opnam. Hij noemt het jaar in zijn autobiografie Special Deluxe zeer tumultueus. Terwijl het zo veelbelovend begint. Neil maakt weer onderdeel uit van Crosby, Stills, Nash & Young en toert langs enorme Amerikaanse stadions. Autoliefhebber Young reist met twee vrienden en in perioden ook met zijn 2-jarige zoontje Zeke over de weg, de rest van het gezelschap kiest effectievere transport- methoden. Zeke heeft een hersenbeschadiging en is deels verlamd. Neil is dol op het ventje. Als hij op 8 september 2 jaar wordt, trekt Neil hem op het podium en laat duizenden mensen happy birthday voor hem zingen. Maar veel van de zorg voor Zeke komt op de schouders van Carrie, die haar zeer veelbelovende acteercarrière – ze won in 1971 nog een Oscarnominatie voor haar tweede hoofdrol ooit – op een heel laag pitje zet voor Neil en haar kleine ventje. Toch begint de relatie tussen de twee te haperen. “Hij moest verder”, zegt Carrie. “Hij wilde bij de boys zijn.” De tour met CSNY – vastgelegd op de cd en dvd 1974, uitgebracht in 2014 – eindigt in september met het enige optreden buiten de VS, in het Londense Wembley stadion. Het is volgens Young zelf het slechtste optreden dat hij ooit gedaan heeft – verpest door te veel drugs – en de bandleden hadden volgens hem, als ze een greintje muzikale integriteit hadden, zichzelf allemaal moeten ontslaan. In feite deden ze dat ook, want CSNY speelt voorlopig niet meer samen.

Liefdesverdriet

Intussen heeft Neil tijd gevonden om een album op te nemen, het min of meer akoestische On The Beach, niet helemaal onverwacht veel weerbarstiger dan Harvest. Vanuit Londen trekt Neil met zijn vrienden naar Amsterdam, waar hij de zwaarste joint rookt die hij ooit tussen zijn vingers heeft gehad. Dizzy logeert hij in het Memphis hotel, tegenwoordig het Alfred Hotel aan de Lairessestraat in Zuid. Daar schrijft hij veel nieuwe liedjes, waarmee hij in de herfst van 1974 terug naar Amerika gaat. Eerst neemt hij wat liedjes op met Crazy Horse in de Chess studio in Chicago en dan vertrekt hij naar Nashville. Daar neemt hij een reeks droevige, akoestische liedjes op. Bij sommige nummers zit Levon Helm achter de drumkit. Neil is duidelijk van slag van het stranden van zijn relatie met Carrie. Try is een lied met favoriete uitspraken van Carries moeder, zegt Neil daar zelf over. Maar het is vooral een lied over een relatie die mis dreigt te lopen: Darlin’, the door is open to my heart and I’ve hopin’ that you wont be the one to struggle with the key. We got lots of time, to get together if we try. Seperate Ways is een ander nummer uit die sessie: As we go our separate ways, looking for better days. Sharin’ our little boy, who grew from joy back then. Het derde nummer, Mexico: Oooh, the feeling’s gone. Why is it so hard to hang on to your love… En zo gaat het maar door. Young neemt dat najaar een heel album op. Als hij aan de laatste nummer begint, loopt het al tegen de kerst. Maybe the star of Bethlehem wasn’t a star at all, zingt hij in Nashville samen met Emmylou Harris. En dan wordt het tijd om weer naar huis te gaan.

 

Drie platen uit de greppel

Als er begin 1975 een nieuw Neil Young- album wordt verwacht, kan Neil kiezen uit twee platen die allebei af zijn: Homegrown of het nog eerder opgenomen Tonight’s The Night. Welke van de twee het ook gaat worden, het wordt geen vrolijk verhaal. Homegrown is een plaat zoals Blue van Joni Mitchell, pijnlijk transparant, een plaat vol verdriet, woede en nostalgie bij een liefde die hem uit de handen glipt. Tonight’s The Night is een donker en pessimistisch album. De titeltrack gaat over de dood van Danny Whitten en roadie Bruce Berry na een overdosis. Berry wordt in het nummer genoemd, Whitten is zelf verderop op de plaat nog te horen, in het eerder live met Crazy Horse opgenomen Come On Baby Let’s Go Downtown, een compositie van Young en Whitten samen. Starvin’ to be alone, indepentent from the scene I’ve known, zingt hij in Albuquerque, of Old times were good times. Will I lay my burden down? in Lookout Joe. Of Tired Eyes, een lied over een drugs gerelateerde moord in los Angeles. Neil kiest voor Tonight’s The Night.

Homegrown is een van mijn beste albums”, schrijft Neil in Special Deluxe, maar die plaat komt te dicht bij. “Ik kon er niet naar luisteren”, zegt hij nu, “dus ik liet ’m op de plank liggen.” Met de release van Tonight’s The Night voltooit Neil zijn Ditch Trilogy, de drie moeilijke platen uit de greppel, waarin hij liever wilde verkeren nadat hij met Harvest on middle of the road had gereden: Time Fades Away, On The Beach en Tonight’s the Night. Opvallend genoeg staat binnenin de originele klaphoes van Tonight’s The Night een integraal artikel van Constant Meijers uit Oor. Because I didn’t understand any of it myself, zegt Young later, and when someone is so sickened and fucked up as I was then, everything’s in Dutch anyway. Maar voor Constants eer is het goed er bij te vertellen dat hij weer later verklaart onder de indruk te zijn dat iemand aan de andere kant van de wereld precies begreep wat hij probeerde te zeggen.

In Melody Maker licht hij die periode in zijn leven toe: “Ik was behoorlijk down, die tijd, maar ik deed gewoon wat ik wilde. Iedereen die terug kijkt op zijn leven heeft wel zo’n periode, denk ik. Er zijn periodes van depressie, van optimisme en sceptische tijden. Het komt gewoon in golven.”

In het begeleidende persbericht zet Neil Young Homegrown tussen Harvest en Comes A Time, zijn volgende akoestische album, uit 1978. Maar daar is de plaat te weerbarstig voor. Net zo pijnlijk donker en mooi als Tonight’s The Night, maar soberder en met een ander onderwerp. Veel meer dan een trio ingetogen platen uit de 70’s, uit maakt Homegrown van de Ditch Trilogy een quartet.

Luister hieronder ‘Homegrown’ van Neil Young op YouTube