‘Metallica als live-act nog altijd de grootmeesters van hardere muziek’

Concertverslag

Met meer dan twintig Grammy-nominaties, elf studioalbums en tientallen tournees mag Metallica zich gerust één van de grootste bands ter wereld noemen. Op een fraai verlicht podium van vijftig meter breed gaven de metalgrootheden in de Johan Cruijff Arena een indrukwekkende bloemlezing van diens platenlijst, met hier en daar enkele verrassingen in de setlist.

In een zo goed als uitverkochte Arena (capaciteit 60.000 bezoekers) grijpt Metallica vooral terug naar de latere albums, met unieke uitvoeringen van St. Anger, The God That Failed en No Leaf Clover, welke in Nederland zelfs nooit eerder ten gehore is gebracht. Het laatste album Hardwired To Self-Destruct komt uiteraard ook ruim aan bod, met een spectaculaire vuurshow in de slotminuten van Moth Into Flame en een strakke uitvoering van Spit Out The Bone, met afstand het beste nummer dat Metallica schreef na Enter Sandman.

De vier muzikanten verkeren, tussen de vele pyro’s, lasers en bommen, misschien niet in hun beste vorm, maar spelen desondanks op het riante podium met oplichtende projecties het dak eraf. Als bij een bokswedstrijd komen de klappen in een kolkende Arena steeds harder aan: het ongeëvenaarde Master of Puppets volgt de ultieme klassieker One op fantastische wijze op, met imponerende oorlogsbeelden op het reusachtige scherm waar de band voor staat.

Het verwoestende Creeping Death vormt weer een heerlijke voorbode op de ultieme meezinger Seek and Destroy, waarbij een jonge Britse knul achter de drums van Lars Ulrich mag plaatsnemen. Een aandoenlijk tafereel, waarbij Metallica eens te meer laat zien dat het na 38 jaar weigert om op de automatische piloot te spelen. Halverwege het concert wordt dat nog even onderstreept als bassist Robert Trujillo en Hammett een eerbetoon brengen aan niemand minder dan André Hazes. Bloed Zweet en Tranen, in zijn stad, in zijn stadion. Uiteraard in gebrekkig Nederlands, maar dat mag de pret in de Arena niet drukken.

Hebben we Metallica wel eens beter gezien? Absoluut. De legendarische en letterlijk stormachtige show op Pinkpop 2014 wordt niet geëvenaard. Metallica heeft vooral de afgelopen vijf jaar veel aan kracht en precisie ingeboet: Kirk Hammett valt steeds vaker op foutjes te betrappen en Lars Ulrich, die als drummer al een slecht imago heeft, heeft steeds meer moeite om de snelle en harde gitaargeweld bij te houden. Here Comes Revenge, op de plaat al een matig nummer, ontaardt dan ook snel in een rommeltje.

Eigenlijk is het alleen Hetfield die na al die jaren als een huis overeind blijft staan. Ja, hij kondigt per ongeluk een verkeerd nummer aan en de scherpe randjes van zijn stem zijn er inmiddels wel af, maar er zijn maar weinig frontmannen die tegen hem op kunnen boksen. Zijn ongebreidelde energie, heerlijk charisma en krachtige strot is voor een man op zijn leeftijd (55) nog altijd van ongekende klasse.

Of ze nou in vorm zijn of niet: een avond Metallica stelt eigenlijk nooit teleur. Ze hebben de songs, de uitstraling en niet vergeten: de show, die weer tot in de puntjes verzorgd is. Alles wordt twee uur lang opgesierd met vlammen, ontploffingen, lasers en een voortreffelijke videoshow. De matige akoestiek in de Arena is Metallica, net als in 2004, flink de baas. Zo laten de Amerikanen achtendertigjaar na oprichting zien dat ze als live-act nog altijd tot de grootmeesters van de hardere muziek gerekend mogen worden.

Soundz Magazine