Led Zeppelin

Led Zeppelin: het verhaal van de turbulente rockband

Het is dit jaar vijftig jaar geleden dat Led Zeppelin Stairway to Heaven uitbracht. Een nummer dat voor veel ophef zorgde, tientallen keren gecoverd werd, meerdere keren het onderwerp van een rechtszaak was en nog steeds vaak op begrafenissen wordt gedraaid. Maar ook een song die vaak bestempeld wordt als ‘het beste rocknummer van de twintigste eeuw’. Stairway to Heaven is echter niet wat de legendarische band Led Zeppelin definieert. Wat wel? Dat lees je hier. 

Led Zeppelin is de meest invloedrijke rockband uit de geschiedenis. Toch kwam dit vlaggenschip in 1980 abrupt tot stilstand. In 1980 overleed de kolos John Bonham in het huis van gitarist en leider Jimmy Page. Zijn drankzucht eindigde in een nare dood. De drummer stikte na een dag stevig doorhalen in zijn eigen braaksel. Met Jimmy Page gaan we terug naar het begin en einde van dit legendarische kwartet.

Led Zeppelin: Jimmy Page
Jimmy Page

Terug naar 1968 met gitarist Jimmy Page

‘Toen ik als tiener begon met gitaarspelen, was dat een unicum. Ik kom uit een redelijk goed en hecht gezin en mijn ouders konden het zich veroorloven om voor mij een gitaar te kopen. Daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor. De muziek van Elvis Presley bracht mij op het juiste spoor. Elvis had smaak, want hij besloot ooit om gitarist Scotty Moore te vragen om op zijn platen mee te spelen. Dat was de aanzet om verder te gaan dan de eerste akkoorden die ik had geleerd. Ik ontwikkelde mij razendsnel en bij The Yardbirds kreeg ik de kans om mijn ideeën tot wasdom te laten komen. Ik houd van tegenstellingen, maar het is moeilijk om muzikanten te vinden die op dezelfde golflengte zitten.”

Van The Yardbirds naar Robert Plant

“Na mijn avontuur bij The Yardbirds wilde ik een nieuwe band formeren waar allerlei muzikale tegenstellingen bij elkaar zouden komen. Ik had een fusion van blues, folk, rock en jazz voor ogen. Een bizar idee natuurlijk. Eigenlijk kreeg het ook pas vorm toen iemand mij attent maakte op Robert Plant. Net daarvoor had Terry Reid, die ik eigenlijk als vocalist op het oog had, Robert genoemd als mogelijk alternatief. Ik ging kijken bij een repetitie en vond hem meteen al geweldig. Maar net zo overweldigend was de drummer van zijn groep Band of Joy. Het is misschien wel het mooiste moment uit mijn muziekleven. De eerste keer dat ik John Bonham hoorde en zag spelen, wist ik meteen dat hier een drummer zat die geschiedenis zou schrijven. Uiteindelijk besloten zowel Robert en John om met mij in zee te gaan. John Paul Jones belde mij toen hij hoorde van de plannen. Ik had met John Paul in het verleden al een groot aantal sessies gedaan voor Engelse muziekprojecten en ik mocht hem van het begin. Hij was erudiet, rustig, beschaafd en uiterst muzikaal.”

Jimmy Page: “Ik vond Peter Grant in het begin een enorme bullebak, maar zonder hem was Led Zeppelin al na een jaar ter zielen gegaan”

The New Yardbirds worden Led Zeppelin

“We zijn meteen aan het repeteren geslagen in een ruimte in Londen. Er werd niet meteen gesproken over eigen songs, maar nadat we een nummer hadden ingespeeld voor een album van P.J. Proby (de song Jim’s Blues van de plaat Three Week Hero, red.), wisten wij dat er genoeg chemie was om verder te gaan. We hebben eerst een korte tour gedaan onder de naam The New Yardbirds. Eigenlijk was het een geluk bij een ongeluk dat mijn oude bassist Chris Dreja een brief stuurde waarin hij aangaf niet gelukkig te zijn met het feit dat ik de naam ‘Yardbirds’ nog altijd gebruikte. Ik besloot onder de nieuwe naam Led Zeppelin een plaat met Robert, John en John Paul op te nemen. Ik had gelukkig wat spaarcenten die ik had verdiend met mijn sessiewerk. Daardoor kon ik onze eerste plaat goed uitonderhandelen bij het platenlabel Atlantic, die ons na het beluisteren van een paar demo’s meteen wilde tekenen. Met dank overigens aan onze manager Peter Grant. Ik vond hem in het begin een enorme bullebak, maar zonder hem was Led Zeppelin al na een jaar ter zielen gegaan.”

Verder naar 1980: vanuit het publiek

Het is 21 juni 1980. Daar sta ik dan met een kaartje voor een Led Zeppelin-concert stevig in de knuisten. Ik had net een plaat van de heren gekocht. Een dubbellaar nog wel, Physical Grafitti. Een rare, dromerige plaat die alle kanten opschoot. Een foto van de band stond er niet op, uitleg ook nauwelijks. Toch intrigeerde het mij zodanig dat ik geen ‘nee’ zei, toen pa-lief voorstelde om toch richting Rotterdam te gaan. “Het zou wel eens de laatste keer kunnen zijn. Die gitarist zit namelijk nogal erg aan de drugs”, had hij er moralistisch aan toegevoegd. Het werd een nachtmerrie. Die warme zomeravond waren de oude betonnen trappen rondom de Rotterdamse poptempel een verzamelplaats voor langharig, getatoeëerd tuig. “Schorem”, zoals mijn vader het noemde. Het concert gleed anoniem aan mij voorbij. Harde, wazige muziek, gespeeld door een zanger die alleen maar zijn borstharen liet zien en een bassist die tijdens het concert nauwelijks bewoog. Alleen de drummer maakte indruk door stoïcijns oorverdovend harde klappen uit te delen. Toen de gitarist uiteindelijk in een Duits officierskostuum uit de Tweede Wereldoorlog zwalkend over het podium paradeerde, had pa Heck het gezien. Ruim drie maanden na het concert stierf drummer John Bonham in zijn slaap. Na een dag vol drankmisbruik stikt de reus in zijn eigen kots. Het was inderdaad de laatste keer geweest.

Het overlijden van John Bonham: vanuit de band

“We waren in die periode niet allemaal fit. Ik had last van de naweeën van een zware heroïneverslaving, Robert was door een ongeluk fysiek niet optimaal. Maar John Bonham was het meest problematisch. We hadden een jaar ervoor het album In Through The Outdoor opgenomen in Stockholm en daar werd het al een moeilijk verhaal. John dronk zich vaak laveloos. Dat zagen we bijna dagelijks, maar hij viel nu ook op de meeste rare momenten zomaar in slaap. In de zomer van 1980 deden we een korte Europese tour en toen werd langzaam duidelijk dat we een probleem hadden. John speelde gewoon minder en was duidelijk fysiek zo afgetakeld dat hij eronder begon te lijden. Tijdens één van deze optredens (28 juni 1979 in het Duitse Nürnberg, red.) klapte hij opeens in. Naar buiten toe probeerden wij het nog te sussen, maar iedereen zag gewoon dat er iets gedaan moest worden. Dat hij uiteindelijk overleed (25 september 1980, red.), zagen we echter niet aankomen. Het was een ongelukkige dood. Natuurlijk hebben we na zijn overlijden uitvoerig besproken wat te doen. Er stond immers een grote Amerikaanse tour op stapel. Maar doorgaan zonder John was geen optie voor ons drieën. Op 4 december van dat jaar hebben wij dat in een korte persverklaring aan de wereld laten weten.”

Robert Plant – Foto: Mads Perch

5 juli 2007: een interview met zanger Robert Plant

In het befaamde Taxim Hill Hotel in hartje Istanboel zit aan de bar eenzaam een man aan een reusachtige cocktail te lurken. De blonde, kenmerkende manen hangen bijna in zijn glas. Het getekende gelaat straalt berusting uit. Robert Plant zit in zijn eentje na te genieten van zijn optreden dat hij een dag eerder had gegeven. We praten even kort over het optreden en komen uiteindelijk toch uit bij het immer onafwendbare onderwerp: Led Zeppelin. “We waren de beste rockband alle tijden, punt! Wat andere ook zeggen, geloof ze niet”, zegt Robert Plant. Als ik medio oktober in een Londens hotel Jimmy Page en John Paul Jones confronteer met deze ontmoeting, zijn ze vooral geïnteresseerd in wat Plant over Led Zeppelin te zeggen had. “Heb je daar met hem nog over gesproken?” En: “Wilde hij er echt niets over kwijt?” Een teleurstelling glipt van het olijke gezicht van Jimmy Page af. Hij knikt ontkennend naar Jones.

Lesje rockhistorie over de band Led Zeppelin

Even ben ik getuige van klein leed van twee rocklegendes. Tijd voor een lesje rockhistorie. Led Zeppelin was tussen 1968 en 1980 de grootste band ter wereld. Niet omdat ze hits scoorden, maar omdat ze in elf jaar tijd meer dan 350 miljoen albums uitbrachten, en belangrijker nog, de rockmuziek een ander gezicht gaven. Ze inspireerden talloze bands. Van Queen tot Guns N’Roses en van de White Stripes tot Wolfmother. Jimmy Page lacht wat schaapachtig als die namen als referentie voorbij komen. “De band was een ongeleid projectiel, maar we wisten pas wat we hadden aangericht toen na de dood van John de rook optrok.” Toch was het juist Amerika dat de band vanaf de debuutplaat omarmde.  Thuisland Engeland moest niets van hebben van Page en kornuiten. Het toonaangevende muziekblad Melody Maker beschreef Led Zeppelin als een overdreven hype van een paar nepfiguren. “We waren een stelletje arrogante klootzakken. Maar wel klootzakken die konden spelen!”

Robert Plant: “Overdag was ik een koning, maar ’s nachts een klein jongetje dat verlangde naar zijn ouders”

Led Zeppelin
Led Zeppelin

‘Provinciaaltjes’ Bonham en Plant

Robert Plant: “Tijdens een van onze eerste tournees in Amerika moesten wij openen voor de band Iron Butterfly (januari, 1969, red.). Manager Peter Grant brieste vooraf: ‘Jullie spelen die krukken compleet van het podium.’ Nadat wij klaar waren, bleken de leden van die band onvindbaar te zijn. Ze waren gevlucht omdat ze het podium niet meer op durfden te gaan.” Maar ’s avonds durfden de ‘provinciaaltjes’ Bonham en Plant niet eens met het licht uit te slapen op hun hotelkamer. “We waren net twintig en nooit eerder langer dan twee dagen van huis geweest. Overdag was ik een koning, maar ’s nachts een klein jongetje dat verlangde naar zijn ouders”, weet Plant zich nog te herinneren.

Het ‘haaienincident’ en onbetaalde barrekeningen

Gevoed door veel drank en cocaïne haalden vooral hij en Bonham, samen met de knettergekke tourmanager Richard Cole, volstrekt idiote fratsen uit. Het meest berucht is het ‘haaienincident’, dat tot op de dag vandaag nog altijd de meeste extreme rock-‘n-roll-anekdote is. Het vond plaats in een hotel in Seattle waar Bonham en Cole vanuit hun hotelraam op haaien konden vissen. Zowel Page als Jones waren overigens niet aanwezig toen het gebeurde, maar Bonham en Plant wel. Volgens de overlevering zou Cole de neus van een haai in de vagina van een roodharig groupie gestopt hebben. In het beruchte Led Zeppelin-boek Hammer Of The Gods van Stephen Davis liet Cole vol trots optekenen dat de dame in kwestie wel twintig keer klaar kwam. “Het was echter geen haai, maar een red snapper”, voegde hij er nog fijntjes aan toe. Ook de vermeende aanranding van een vrouwelijke popjournaliste van het Amerikaanse blad Life, gaf voer aan de gewelddadige reputatie van de band. Page en Jones gaan hier negenentwintig jaar later logischerwijs niet erg diep op in. Basgitarist en organist John Paul Jones beschrijft de beginjaren wel als de wildste uit het bestaan van de band. “Ik moest er niet veel van hebben, maar ik weet dat ons Amerikaans management in New York bankroet is gegaan, omdat wij weigerden de barrekeningen van onze hotels te betalen. Er werd vreselijk veel gedronken en cocaïne gebruikt. Ja, meer dan bij andere bands.”

Led Zeppelin II: Whole Lotta Love

Het deerde de band niet. In 1969 was het Page immers al gelukt om de band volledig los te weken van de muziekindustrie. ‘Toen ik in 1968 met mijn spaargeld de opnames van onze debuutplaat bekostigde en die voor een paar honderd duizend dollar aan een platenmaatschappij kon verkopen, wist ik dat ik daarmee, net als The Beatles in hun laatste periode, mijn artistieke vrijheid had gerealiseerd.” Die brutale instelling loont als de band eind 1969 Led Zeppelin II uitbrengt. Het album opent met het seksueel geladen Whole Lotta Love. Het is het ultieme visiteplaatje en een uitnodiging voor chaos en destructie, zoals Jimmy Page het noemt. “Iedereen liep te zeuren dat we het nummer op single moesten uitbrengen, maar ik zag Led Zeppelin niet als een bandje van singles. Uiteindelijk hebben we het alleen in Amerika gedaan. Er werden er in drie weken meer dan een miljoen van verkocht en begin 1970 duwde onze plaat Abbey Road van The Beatles van de eerste plaats.”

Wekenlang als nomaden in Wales

Na het succes van de eerste twee platen, volgde de reflectie op het platteland. Deze episode speelde zich af in 1970 in het landhuisje Bron-Yr-Aur in de heuvels van Snowdonia in Noord-Wales. Plant en Page trokken er na thuiskomst uit Amerika meteen naartoe om zich te bezinnen op de toekomst. Led Zeppelin en Led Zeppelin II hadden een diep gat geslagen in de fatsoenspop van dat moment. Page: “Maar we moesten echt gas terugnemen anders had de band collectief het loodje gelegd. Robert en ik zijn echt letterlijk met een cassetterecorder bezakt afgereisd naar Wales en hebben daar wekenlang als nomaden geleefd. Het was de belangrijkste periode uit de historie van Led Zeppelin.”

Maar toen Led Zeppelin III in 1970 uitkwam, werd het viertal meteen overgoten met onsmakelijke kritieken. De befaamde journalist Lester Bangs kopte in de Amerikaanse Rolling Stone: “Hun muziek is even vluchtig als goedkope stripverhalen. De ongevoelige lompheid op zich heeft iets ontzagwekkends, te vergelijken met een spektakelfilm van Cecil B DeMille.” Jon Landau, de meest befaamde muziekcritici van dat moment en later beschermheer van Bruce Springsteen, ging nog verder door te stellen: “Led Zeppelin maakt harde, onpersoonlijk en exhibitionistische rommel die oppervlakkig en agressief is.” In mei van dit jaar bezocht ik de Ardent Studios in Memphis en sprak met oprichter en eigenaar John Fry over het moment dat Jimmy Page er was om Led Zeppelin III te mixen. Fry: “Ik vond hem een hele gevoelige, serieuze en uiterst correcte jongen. Heel anders dan de boeren van Amerikaanse bands, zoals Lynyrd Skynyrd en The Allman Brothers die hier ook waren geweest.” Led Zeppelin leek gevangen in twee werelden. Aan de ene kanten lonkte nog altijd het Engelse platteland, maar tevens was er het Sodom en Gomorra van Hollywood, een weelderige tweede thuishaven was waar het viertal kon snuiven, neuken en feesten. Van Led Zeppelin III werden uiteindelijk ‘slechts’ tien miljoen  exemplaren verkocht, maar Page maalde daar niet om. “Voor mij was die plaat vreselijk belangrijk, omdat zelfs voor mijn periode bij  The Yardbirds folk mijn grootste invloed was. Ik luisterde liever naar een akoestische gitarist, zoals Bert Jansch, dan naar Jimi Hendrix of Eric Clapton.”

Illustere fan Elvis Presley

Rondom 1972 kreeg Led Zeppelin er een illustere fan bij: Elvis Presley. John Paul Jones ontmoette hem meerdere malen. “Elvis wist dat wij op dat moment veel meer platen verkochten, maar daar had hij geen moeite mee. Ik ben ooit bij hem thuis geweest en het eerste wat hij deed was mij een horloge geven dat volledig met diamanten was ingelegd. Hij was wel vreselijk jaloers op ons vliegtuig The Mothership. Dat wilde hij zelfs kopen van ons.” De geschiedenis daarna is bekend.

3x de belangrijkste Led Zeppelin-albums 

Eigenlijk zijn de eerste zes releases Led Zeppelin, II, III, IV, Houses Of The Holy en de dubbellaar Physical Grafitti allemaal essentiële albums. De platen hebben zo’n enorme invloed gehad op met muzieklandschap en rockbands van toen en nu, dat het misdadig zou zijn om er eentje niet te vernoemen. Vanaf het album Presence dat in 1976 uitkwam, werd het allemaal wat minder, maar zelfs een Led Zeppelin in mindere vorm was nog altijd de concurrentie met gemak de baas. Hierbij de drie belangrijkste Led Zeppelin releases.

  1. Led Zeppelin (1969)

Het is niet veel bands gegeven om op het debuutalbum volwassen en distinctief te klinken. Het niveau van Led Zeppelin was echter meteen akelig hoog en op dit debuut leverde het viertal krakers, zoals Good Times Bad Times en Dazed and Confused en Communication.

  • Led Zeppelin II (1969)

Led Zeppelin II klinkt minder eclectisch dan het debuut, maar de ijzersterke rocksongs maken van deze snel opgenomen opvolger een klassieker. Het herbergt vrij direct repertoire en de songs zijn minder uitgesponnen. De opener Whole Lotta Love en het hitgevoelige Ramble On zijn de vette uitschieters.

  • Led Zeppelin IV (1971)

Als we dan toch moeten kiezen, is IV het absolute meesterwerk van Led Zeppelin. En dat komt niet door Stairway to Heaven, het meest bekende nummer van de band. Net zoals op III gebruikten de heren steeds meer folkinvloeden, maar de sound van deze plaat definieerde de band en de hardrock van de jaren zeventig voor eeuwig.

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws