Klappen met Willem | Novastar

Seffens de grens over

‘Muziek maakt me jong. Dan voel ik me nog altijd 16 jaar’

Joost Zweegers werd 50 jaar. Het deed hem niets. Anderen vierden een feestje. Hij wacht nog op de drang om een motor te gaan kopen. Hij geniet overigens wel van zijn leven. Hij loopt bovendien voor op schema: Vlotter dan normaal maakte Novastar een nieuw, zesde studioalbum: Holler & Shout. Hij is er supercontent mee, geniet van zijn nieuwe muziek en van de energie van zijn drie kinderen. “Dat zijn godsgeschenken. Hun energie is met niets te vergelijken.”

Tekst: Willem Jongeneelen | Fotografie: Paul Bergen

Joost Zweegers is een artiest met een gouden pen en strot. Een popjongen. Op Britse leest geschoeid, hoewel zijn wieg feitelijk in het Nederlandse Sittard stond en zijn vader en moeder respectievelijk van Geldrop en Eindhoven komen. Hij groeide op in het Belgisch Limburgse Neerpelt en woont inmiddels al een kleine 30 jaar in Antwerpen. Ondanks zijn nog altijd Nederlandse paspoort praat hij in de wij-vorm als hij het over Belgen heeft. Novastar wordt zowel in zijn thuisland, als bij zijn noorderburen als een Belgische groep of artiest gezien.

Want Joost, dat is Novastar, ook al staat die ster al behoorlijk lang daar boven aan die hemel. Daar ziet hij zelf niets van als hij ’s nachts in zijn kelder in Berchem muziek maakt. Hij woont daar prima, al geeft hij toe dat als hij niet zijn vrouw Isabelle en zijn kinderen had waarschijnlijk minder florissant zou wonen. “Ik heb feitelijk niets nodig. Of heel weinig toch. Ja, ik heb laatst nog een prachtige 12-string gekocht. Dan ben ik zo gelukkig. En weet je wat ik ook niet zou kunnen missen?

Het moment dat ik live, op het podium, naar de piano loop. Ik hoor dan het volk al. Ik merk dan dat de kruk weer niet goed staat, terwijl ik toch al een beetje op die toetsen begin te slaan. Ik rommel een half minuutje aan en dan ben ik los en begint de song echt. Maar die halve minuut daarvoor, dat moment, dat opkomen, dat even aanrommelen, dat wil ik voor altijd behouden!”

Anglofiel

Holler & Shout. Dat is de uiteindelijke albumtitel geworden. Schreeuwen en tieren? “Nee, je moet er geen agressieve lading aan geven. Het slaat op de expressie vanuit de kelder. Daar hebben we min of meer noodgedwongen door corona de laatste hand aan het album gelegd. Tachtig procent was al klaar. Opgenomen in Brighton, met hetzelfde team producers als waarmee ik In The Cold Light Of Monday opnam: Mikey Rowe en Andrew Britton.

Het is de eerste keer dat ik met dezelfde producers werkte. Ik ben sinds die vorige plaat muzikaal ook gewoon blijven doordraaien. Ik heb mijn juiste plek gevonden, als Anglofiel, bij hen daar. Iedere keer als ik aan de andere kant van dat water ben, is het alsof ik in een droom stap. Dat zorgt voor extra goesting. De attitude was dit keer: doorpakken. Normaal stop ik, nu werkte ik door. De boel warm houden. En er komt nog een derde plaat met deze gasten, zeker weten.”

Het was producer John Leckie, producer van Inside Outside [het vierde album van Novastar] die Mikey Rowe en Joost samen bracht. Die combi blijkt er een uit duizenden. Rowe, bandlid momenteel in The High Flying Birds van Noel Gallagher heeft een geweldige staat van dienst, als sessiemuzikant voornamelijk. “Daarvoor moet je pragmatisch zijn. Dat is hij. Ik ben dan weer een songwriter/performer. Deze zomer deed ik een aantal uitgeklede duo-shows met hem op een paar podia. Heerlijk om te doen. Er is een geweldige klik tussen ons.”

Rock Rally

Precies 25 jaar geleden won Joost als Novastar Humo’s Rock Rally. In tegenstelling tot de ietwat vergelijkbare Grote Prijs van Nederland is dat in Vlaanderen nog altijd een prestigieuze prijs. Voor Joost betekende het een definitieve ommekeer. In zijn muziekkelder prijkt de cheque die hij daarvoor ontving, ingelijst en wel. De prijs was, buiten de eer, destijds 350.000 Belgische Franken. Ongeveer 8.500 Euro. “Als je goed naar de cheque kijkt dan zie je dat Guy Mortier [presentator en destijds hoofdredacteur van het blad Humo] een streep door het getal 350 heeft gezet en daar hoogstpersoonlijk 400 van heeft gemaakt. Ik kon het goed gebruiken.

Ik woonde lang in Neerpelt, in Belgisch Limburg, en in Eindhoven. Ik ben al vroeg thuis weggegaan en op kamers gaan wonen. Toen ik die niet meer kon betalen, ben ik een etage naar beneden verhuisd en bij een vriend in zijn living gaan wonen. Een bank was alles dat ik had. Die zette ik in de hoek en dat was mijn stek. Ik woonde in die hoek, op die bank. Paar jaar volgehouden. Op een gegeven moment kwam er een drumstel en een gitaar elders in de kamer bij. Ook dat vond die vriend geen probleem.”

Joost heeft het een tijd zwaar gehad. Als hij nu nog eens in Eindhoven komt, rijdt hij altijd even langs de Heistraat. “In de zomer leefde ik als straatmuzikant, in de winter werkte ik als pizzabakker bij Pico Bello. Ik moest ergens van leven. Via een servicebureau heb ik voor Philips ook nog wat zaken in winkels geïnstalleerd. In de DCC-periode, voorlopers van computerspelletjes. Maar daar in Eindhoven schreef ik al wel de latere hits Wrong, Caramia en zelfs een eerste versie van Mars Needs Woman dat daarna heel lang op de plank is blijven liggen.”

Na zijn eerste deelname aan de Rock Rally, een minder succesvolle editie met de band The Sideburns, 4 jaar voor zijn winst met Novastar, verhuisde Joost naar Antwerpen. “Ik voelde meteen al dat het daar goed zat. Antwerpen was een veel creatievere stad. Inmiddels ben ik binnen de stad een aantal keren verhuisd, maar de eerste keer woonde ik samen in een huis met muzikante An Pierlé. We deden allebei auditie om les te krijgen op Studio Herman Teirlinck, een toonaangevende opleiding destijds.

Ik kwam er niet doorheen. An wel. Ze werd een van de laureaten. We hebben elkaar pas weer terug gezien in de finale van de Rock Rally. Ze spraken vooraf van twee potentiële winnaars.” Dan houdt hij even stil. “Ik won”, zegt hij daarna glimlachend. “En we zijn altijd goede vrienden gebleven.”

Fly on the wall

Een andere goede vriend die als een rode draad door de carrière van Novastar loopt, is zijn jeugdvriend/chauffeur/vertrouwenspersoon Arnold uit Lommel. “Hij rijdt me al 20 jaar rond. Na concerten is hij ook vaak samen met mij in mijn kelder. Hij met zijn sigaretje, ik soms met een sigaartje. Hij heeft veel liedjes zien ontstaan. Als een fly on the wall. Tot diep in de nacht, want hij heeft weinig slaap nodig. Ook als ik nieuws maak waar hij niet bij was, mail ik het hem. Hij is altijd de eerste die het mag horen. Hij is mijn eerste en mijn eerlijkste publiek. Ik was 14 toen we maten werden.

Het is een geweldig kerel. Hij kan mensen op een geweldige manier lezen. Ik ben een nachtmens. Géén caféganger, maar ik speel wel vier keer per week ’s nachts in de kelder. In de week tot drie uur, na shows nog langer. Als iets bezeten komt aanwaaien, ga ik wel tot zes uur door. Ik kan acht uur lang aan een song bezig zijn. Heel veel prutsels uitproberen, veranderingen aanbrengen, de brug verbeteren. Ik neem dat op een ouderwetse 8-track op. Het is dan te hopen dat ik de andere dag, na geslapen te hebben, nog zo enthousiast ben over het liedje.

Laatst ontdekte ik de andere ochtend met zware wallen onder de ogen dat dat zo was. Ik had zelfs de brug al opgenomen. Hilarisch, want dat wist ik niet meer. Ach man, ik was zo blij dat ik het meteen had afgemaakt!”

‘De beste jaren van je leven’

Joost werd dus 50 jaar. “Anders dan leeftijdgenoten kocht ik geen nieuwe velgen voor mijn auto en ook geen motor. Ik leef op een ander soort trip waarschijnlijk. Guy Mortier, inmiddels een buurtgenoot zei: Join The Club! Vijftig plus, het zijn volgens Guy de beste jaren van je leven. Voorlopig heeft hij gelijk. Ik ben iets rustiger nu. Ik realiseer me dat ik er veel langer over gedaan heb om de miserie na mijn val van het podium, 15 jaar geleden alweer, volledig te verwerken en los te laten.

Aan die val hield ik een verbrijzelde hiel over. Ik kon niet meer sporten en mijn energie niet meer kwijt. Ik zit zelfs nu tijdens ons gesprek niet voor niets met dat pootje omhoog. De chronische pijn is er nog. Mentaal heb ik het pas verwerkt toen ik met John Leckie begon te werken. Bovendien waren er lang die pillen, pillen, pillen. Nu heb ik iets ontwikkeld op een organische manier. Ik droog gemberschillen. Die maal ik en neem ik in met appelazijn. Lekker is anders, maar het resultaat is prima.”

Produceren

Joost voelt zich goed en vertelt te genieten van het feit dat er ook in Nederland laatst zoveel mensen op zijn solo-optreden in Bloemendaal waren afgekomen. “Voor zo’n klein menneke. Hoe puurder dat ik speelde, hoe zotter ze werden. Muziek maakt me jong. Dan voel ik me nog altijd 16 jaar. Muziek duwt me omhoog. Je moet op het podium integer blijven. Niet per se willen scoren. Je moet het niet doen om de man te zijn daar.” Ook in de studio heeft hij dankzij dat Britse producersduo rust in zijn hoofd gevonden.

Niet meer twijfelen of verder zoeken naar iets of iemand die het wellicht nog beter zou kunnen maken. Dat vinden van een juiste producer heeft hem hiervoor een aantal moeilijke perioden opgeleverd en niet zelden behoorlijk wat geld kost. Terwijl Joost ook zelf een heel behoorlijk producer bleek te zijn, een paar jaar geleden. “Niet overdrijven. Ik heb slechts één album ooit geproduceerd. Het debuutalbum En Hoe Het Dan Ook Weer Dag Wordt van Maaike Ouboter.

Ze raakt mij steeds opnieuw met bepaalde noten en kleuren, haar stem en fijngevoeligheid in het hoog. Ik ken niemand zoals zij. Zo puur, qua intensiteit. Ik zou met haar nog wel een plaat willen maken.”

Beatles/Young/Hazes

Terug naar het eigen werk van Novastar. Daarover zei hij in het verleden eens het volgende: ‘In de eerste songs die ik schreef, kwamen invloeden van drie helden samen. De intensiteit van Neil Young, het hartzeer van André Hazes, het melodieuze van The Beatles.’ Joost nu: “Dat klopt nog altijd. The Beatles hebben me lang in leven gehouden. Jarenlang heb ik in de Beatles Revival Band gespeeld. Dat was mijn enige boterham toen. Daardoor ben ik ook gaan bassen. Van Neil Young, waarmee ik als voorprogramma ooit samen door Europa toerde, heb ik zijn side fills monitorsysteem voor op het podium overgenomen.

Bijna geen enkele andere artiest doet dat. Alle energie komt binnen. Young maakt ook zijn feedback via die kasten. Iedereen raadde mij het systeem af. Ik ben er zo blij mee. Ik word nergens door afgeleid. Daarvoor was ik vaak een eikel op het podium. Continu bezig met een strijd over het geluid. Ook op dat vlak blijft Young voor mij dus een held. Het simpele feit dat ik met hem toerde, heeft trouwens op veel plaatsen nog altijd impact.”

Ook de liefde voor de derde artiest in dat bovenstaande rijtje blijkt bijzonder diep te zitten. “Ik zat op de tweede rij tijdens de uitvaart van André Hazes. Ik werd uitgenodigd door de directeur van EMI, die wist hoe groot fan ik was. Toen ik een jaar of 7 was zong ik op feestjes al Eenzame Kerst. Ik zong Hazes of Urbanus. Ik werd als kind enorm door Hazes geraakt. De producties uit de jaren tachtig, met Tim Griek, met die synths vind ik nog altijd bijzonder.

Bij die blues van hem raakte ik hem kwijt. Maar voor zijn vroegere ijle, mooie open stemgeluid konden ze me toen wakker maken. Ik weet nog goed dat we een keer met die Beatles Revival Band op een universiteitsfeest in Leiden optraden. We hadden net keihard Rock And Roll Music gespeeld. Mijn maatje in de band vertelde me toen dat ik de avond van mijn leven zou gaan beleven. Hij wist al dat André Hazes na ons zou optreden.

Hij kwam op en zijn chauffeur hield hem recht. Ik wilde dat niet zien. Hij zong alleen de eerste twee woorden van elk liedje, de rest deed de zaal. Het was beschamend. Hij was zo zat als een lor. Het meest opvallende was dat dat het publiek dus helemaal niets uitmaakte. Misschien was het die avond ook al wel zijn vijfde schnabbel. Fan ben ik wel altijd gebleven.”

Joost begint te lachen. “Alleen moet ik nu eerst nog door tien songs van Jr. heen als ik nog eens iets van hem wil opzoeken op YouTube…”

 

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws

Het concept BΔSTILLE

Bastille werkte zich met hun debuutplaat Bad Blood en de monsterhit Pompeii tot de eredivisie van de popmuziek. Acht jaar later presenteren de Engelsen het eerste conceptalbum. Met Give Me The Future gaan zanger Dan Smith en zijn mannen pas echt de uitdaging aan. Tijd voor een stevig onderhoud met deze charismatische meneer. Tekst: Jean-Paul…

Om deze content te kunnen zien heb je een Soundz Digitaal abonnement nodig.

Lees meer