Klappen met Willem | Arno Hintjes

Helaas is Arno Hintjes vandaag (23 april 2022) op 72-jarige leeftijd van ons heen gegaan. Hieronder het laatste interview wat onze redacteur Willem Jongeneelen november 2021 nog met hem had.

Tekst: Willem Jongeneelen | Fotografie: Paul Bergen

,,Zijn de Chippendales al gearriveerd?”, zo grapt Arno Hintjens bij binnenkomst op het kantoor van zijn platenmaatschappij PIAS in Brussel. Het is zijn eigen ondeugende manier om fotograaf Paul Bergen en mij te begroeten vlak voor het interview met fotosessie. Arno lacht, is vrolijk en ziet er ondanks de vele kilo’s die hij is kwijtgeraakt goed uit. ,,Ik voel me prima. Ik heb gisteren met mijn band gerepeteerd en heb er intens van genoten.

Ja, ik ga weer optreden. Nee, ik ben niet genezen. En nee, ik maak me geen illusies. Ieder mens gaat dood. Ik heb pancreaskanker. De zwaarste vorm. Ik heb mijn ziekte geaccepteerd. Ik leef vandaag. Ja, dat is anders dan vroeger. Ik profiteer van het leven en kan beter relativeren. Ik heb het mooiste beroep dat er bestaat. Ik heb nog nooit moeten werken!”

De ontmoeting stond gepland vóór de release van zijn album Vivre, de succesvolle pianoplaat die Arno (Oostende, 1949) al jaren in zich had, maar dit jaar eindelijk uitbracht. De ontmoeting werd zeven maanden uitgesteld, Arno kreeg na de opnamen een terugval en moest in het ziekenhuis verder aansterken. Het was schrikken voor iedereen die de zanger én zijn muziek een warm hart toe draagt toen ze hem in het begin van 2020 voor het eerst met zijn toen kaal geschoren hoofd zagen.

Arno had in november 2019 te horen gekregen dat de diagnose alvleesklierkanker was vastgesteld. De chemo had er in gehakt, maar Arno zat niet bij de pakken neer en wilde zo snel mogelijk weer zijn normale leven oppakken en muziek gaan maken. Zijn ziekte, het langere herstelproces en die verdomde pandemie werkten niet mee. ,,Maar ik ga weer optreden. Zonder corona had ik al op tournee geweest. Optredens in Zwitserland en Duitsland zijn afgelast. Nu staan de eerste data weer voor februari 2022 in de boeken. Ik kijk er enorm naar uit!”

Vivre

Repeteren doet hij met zijn reguliere band, niet met Sofiane Pamart, de klassiek geschoolde Franse pianist waarmee hij Vivre opnam. Die plaat bewees wat velen stiekem al heel lang wisten: zijn liedjes blijven, in alle eenvoud opgenomen met slechts toetsen en stem, ook fier overeind. ,,De plaat verkoopt geweldig. Ik kreeg heel veel positieve respons. Ja, dat doet goed. Platenbaas Kenny Gates wilde dat ik een keer een heel album zou maken op de manier waarop Serge Gainsbourg ooit alleen met piano Par Ce Que van Aznavour opnam.

Dat was ook een lang gekoesterde wens van mijn Franse manager. Ik heb het lang tegen weten te houden. Tot we met die lockdown zaten. Je moet toch iets doen… De hele plaat is in slechts vijf dagen opgenomen. Het selecteren van de songs deed ik puur intuïtief. Ik heb er niet lang over nagedacht.”

‘Echt, ik begrijp dat niet, die keuze voor een Brexit’

Je Veux Vivre zingt hij in wat we als het titelnummer mogen beschouwen. Hij wil leven in een wereld zonder jaloezie, en waar de pessimisten blij zijn. Hij profileert zich op het album ook als een Solo Gigolo, proost met ons op het leven en legt werkelijk heel zijn ziel in zaligheid in schitterende versies van prachtige chansons als Elle Adore Le Noir en Les Yeux De Ma Mère. Ze wonnen aan emotie naarmate zijn stem iets meer ging kraken en de jaren gingen tellen. Arno klinkt op Vivre rauw, hees en intens.

Eén track voegde hij op speciaal verzoek van Gates aan het album toe: een uitgeklede versie van Putain Putain, zijn aloude vloek, afkomstig van Choco, het derde album van T.C. Matic, uit 1983. Hij maakte er een nieuwe, iets aangepaste versie van. Arno spreekt daarin, ook puur intuïtief, zijn vloek uit over de Brexit. ,,Ik heb veel vrienden in de U.K. Bij hen heeft die Brexit enorm veel pijn gedaan. Ik dacht fuck it en

bestede er met een knipoog een nieuw stukje tekst aan: Bye bye Brexit, we’re still gonna eat fish and chips! Maar serieus, die Brexit is niet om te lachen. Voor Engelse muzikanten is het moeilijk geworden om naar Europa te komen. Echt, ik begrijp dat niet, die keuze voor een Brexit. Ik begrijp zoveel al veel langer niet. Op mijn voorlaatste album stond een aanklacht tegen Trump, een man met de coiffure van Donald Duck. Hoe kun je op zo’n politicus stemmen?

Niet dat het hier beter is. De grootste partij in Vlaanderen is een extreem rechtse partij. Mensen vergeten dat soms. Dat is echt geen rock-‘n-roll meer. In Wallonië daarentegen is de grootste partij dan weer extreem links. We leven in een vreemde tijd.”

Sartre

Het doet Arno enorm veel pijn dat hij de wereld om hem heen ziet polariseren. Hij ziet dat groepen feller tegen elkaar opgezet worden en dat er racisten en fascisten steeds meer voet aan de grond krijgen. Arno was in zijn leven, muziek en teksten juist altijd voor het verbinden van mensen. Hij snoof graag andere culturen op om er samen mooie nieuwe dingen uit te creëren. Arno groeide op in Oostende. ,,Ik kom uit een familie die in het verzet zat. Tegen de fascisten.

Jonge mensen weten amper wat dat is, het verzet, solidariteit. Mijn pa heeft één oorlog meegemaakt, mijn opa zelfs twee. Mijn pa deed zijn legerdienst in de U.K. bij de RAF, mijn grootmoeder verjoeg SS’ers. Mijn generatie, en alles dat er na kwam, maakte géén oorlog mee. Ik leefde in de jaren zestig, zeventig en tachtig en the sky was the limit. Niets was te gek. Ik was een provo. Ik vertrok liftend naar Kathmandu, in Nepal. Langs de kant van de weg, je duim omhoog en je kwam overal. Moet je nu eens proberen. Gaat je niet lukken.

De bakker deed het brood in de brievenbus en buiten lag een envelopje met geld voor hem klaar. Het was een fantastische tijd. In 1961 kwam ik in Londen een au pair tegen. Een Française. We besloten naar Parijs te gaan. Met de trein naar Dover, met de boot naar het vasteland en dan door. Daar deed je ruim twee dagen over. Op Place de la République kwamen we de filosoof Jean-Paul Sartre met zijn madam, de feministe Simone de Beauvoir tegen. Twee uiteenlopende werelden kwamen samen en wij waren er getuige van. Ik wil niet teveel sentimenteel terugblikken, maar dat was toch een mooiere tijd dan tegenwoordig.”

Stotteren

Zijn ziekte, maar zeker ook de verplichte lockdowns, hebben Arno een aantal zaken doen beseffen. ,,Vóór de corona hebben we allemaal met onze kont in de boter geleefd. Zoals ik al eerder zei: the sky was the limit. Alleen besefte we ons dat niet altijd. Nu wel. Ik geniet nu misschien ook wel meer van muziek maken. We zijn een show in elkaar aan het steken. Die heet ‘Un Chanteur de Charme’. Voor de pauze met alleen bas, piano en zang.

De tweede set is dan met de volledige band: drums, gitaar, bas, keyboards. Waarom ik ooit muziek ben gaan maken? Daar heb ik de laatste tijd veel over nagedacht. Muziek was therapie voor me. Ik stotterde vroeger. Als je zingt gaat dat weg. Ik moest me uiten en via muziek kon ik dat. De liefde voor muziek is begonnen bij mijn vriend Frank thuis. Hij had twee teenage sisters. Die waren wat ouder en hadden een platenspelertje en singles: One Night With You van Elvis Presley en Telstar van The Ventures.

Ik wilde die plaatjes steeds opnieuw horen. Ik werd zot van de muziek. Ik moest dat horen. Ik raakte er in trance van en raakte er verslaafd aan. Dat ben ik nog. Muziek geeft adrenaline. Muziek heeft me ook nog nooit bedrogen. Had ik griep, zodra ik op een podium stapte was dat direct voorbij.”

‘Ik waakte er altijd voor geen kopie van anderen te zijn’

Arno noemt muziek zijn maîtresse. Hij raakte er verslaafd aan, nooit aan drugs. ,,Coke heb ik slechts twee keer geprobeerd. Dat was niets voor mij. Ik heb helaas veel talent op zien branden en er aan kapot zien gaan. Meedoend om erbij te horen. Ik heb altijd mijn eigen plan getrokken. Ook binnen de muziek. Wat wij met Tjens Couter in de jaren zeventig maakte was nooit hip. Er zat rock en blues in, en we jodelden soms zelfs. We speelden in Engeland in

‘College Tours’ en schopten het tot in Plattenküche op de Duitse tv. Geen idee waarom het toch opgepakt werd. Ik waakte er altijd voor geen kopie van anderen te zijn. Daar had ik schrik van. Het moest origineel zijn. Ik heb ooit zelfs een liedje van een plaat laten halen omdat het teveel ergens anders op leek. Ik had het niet gejat, het was onbewust gegaan. Covers heb ik natuurlijk wel veel gezongen. Zo begon het ooit ook, samen met gitarist Paul Decoutere, op straat.

We speelden vooral veel oude bluesnummers, van Sonny Boy Williamson, Howlin’ Wolf en Lightnin’ Hopkins. Op terrassen, voor koppels. We gingen dan steeds dichterbij spelen. De man haalde dan meestal al snel 100 francs tevoorschijn met de woorden: Zwijg! Op die manier veel geld opgehaald toen, haha.”

Compains

De ogen van Arno glunderen als hij bovenstaande anekdote vertelt. Hij wilde op voorhand niet teveel terugblikken tijdens het interview, maar hij doet het stiekem toch. Helemaal toevallig lijkt het natuurlijk ook niet dat er het laatste jaar in een kort tijdsbestek zijn album Vivre vol remakes van oudere hoogtepunten verscheen, er een driedelige documentaire reeks over hem op de Vlaamse tv verscheen en dat hij bij de MIA’s (Music Industry Awards) een Lifetime Achievement Award in ontvangst mocht nemen.

In diezelfde periode ontvielen hem twee geliefde compains. Twee trouwe metgezellen die hem zeer dierbaar waren. De eerste was Oostendenaar Hubert Decleer, een leraar zedenleer die Arno als zijn mentor beschouwde. Hij was het die Arno op jonge leeftijd de eerste bluesplaten liet horen. Decleer overleed op 81-jarige leeftijd als een autoriteit in het Tibetaanse boeddhisme in Kathmandu. De tweede was bovengenoemde gitarist Paul ‘Couter’ Decoutere. Met die blues-icoon vormde Arno het duo Tjens Couter.

Later was Couter ook verantwoordelijk voor de C in T.C. Matic ten tijde van de oprichting van die band. ,,Beide mannen aanvaarden hun dood. Ik heb ze niet lang voor hun dood nog bezocht en gesproken. Dat heeft me goed gedaan, al doet een definitief afscheid altijd pijn. Ik heb nooit over de dood gezongen. Het ging altijd over het leven. Ik heb natuurlijk ook een fantastisch leven gehad. Ik heb overal op mogen treden. In de U.S.A., Vietnam, Guadeloupe, je kunt het zo gek niet bedenken. En in heel Europa.

Ik mag niet klagen, heb nooit honger gehad en veel liefde in mijn leven gekend. Ook de liefde biedt adrenaline en werkt verslavend. Ik heb geluk gehad mijn leven aan muziek en liefde te kunnen wijden.”

Herman Brood

Bij Mirko Banovic, zijn bassist en al vele jaren een van zijn muzikale partners in crime, is Arno in Gent weer aan het repeteren geslagen. ,,Ik ben ook weer aan nieuwe nummers aan het werken. Daarin zing ik niets over corona. Ik bezing opnieuw het leven. De mens inspireert me. Iedere morgen zit ik in mijn straat in Brussel weer op een caféterras. Thee drinken en mensen kijken. Die indrukken komen later in liedjes die ik ook weer op het podium ga brengen. Zo is het altijd gegaan.

Wanneer dat ophoudt? Daar denk ik niet aan. Zolang het gaat, gaat het. Ik sta graag op het podium.” Hij kijkt er naar uit, zijn fans ook. Omdat hij daar graag de clown uithangt, maar ook als hij mensen muisstil krijgt tijdens een serieuze ondertoon. Hij bleef zijn hele podiumleven een soort ondeugd. Een kwajongen op leeftijd, die omarmd wordt als volksheld. Op dat vlak is hij soms te vergelijken met de Nederlanders André Hazes sr. en Herman Brood; goed geleefd, soms wat dingen gedaan die wellicht minder verstandig zijn, maar toch altijd die gunfactor van het publiek hebben blijven behouden.

,,Herman Brood heb ik in een Amsterdamse bar ontmoet. Hij vroeg me: Arno, blijf je nog even hier? Ik zei ja, en hij ging even op en neer naar zijn atelier. Hij kwam terug met vier schilderijen voor me. Heel lief, heel bijzonder. Ik ben daarna helaas wat te lang in die bar blijven hangen. Ik ben uiteindelijk vertrokken zonder die schilderijen. Pfff, dat was niet netjes. Heel ondankbaar ook. Altijd spijt van gehad. Ik ben de volgende dag teruggegaan, maar die schilderijen waren er natuurlijk niet meer.

Zoiets is me vaker overkomen. Op een filmfestival won ik een prijs voor de beste filmmuziek. Een fraai beeldje. Na mijn bezoek aan het toilet vond ik mijn weg terug niet meer. Dat beeldje heb ik nooit meer teruggezien. Zo heel erg vond ik dat nu ook weer niet. Dat van die schilderijen van Herman Brood wel.”

Kerstavond

Arno is en blijft een publieksartiest. Hij is voor de shows van begin 2022 ook weer oude songs aan het selecteren. Oh La La La, zijn klassieker van het debuutalbum van T.C. Matic uit 1981, zit daar uiteraard ook weer bij. ,,Ik moet dat doen. Het publiek vraagt daar om. The Rolling Stones moeten ook Satisfaction spelen. Ik vind dat niet erg. Dat heeft ook te maken met respect hebben voor je publiek. Natuurlijk, ik moet het elke dag zingen. Maar de mensen in de zaal zien mij niet iedere dag.

Ik doe het dus graag, want het geeft de mensen plezier. Mijn muziek biedt een lach en een traan.” Dat doet het al heel lang. In de jaren tachtig met T.C. Matic, sindsdien al ruim twintig albums lang solo, en soms met een bijzonder project tussendoor, zoals in 1991 met het meesterlijke Charles et Les Lulus. ,,Mijn zoon maakt elektronische muziek. Trap. Hij vertelde me laatst Charles et Les Lulus de beste plaat uit mijn hele oeuvre te vinden. Dat verbaasde me wel.

Ik kijk er zelf ook met heel veel plezier op terug. Er is ooit ook een bijzonder optreden van die band op dvd verschenen. Opnamen gemaakt op kerstavond, 24 december, in de Ancienne Belgique in Brussel. Dat was een speciaal optreden voor mensen die géén familie hadden. Om op die manier kerstavond niet alleen te hoeven vieren. De zaal was afgeladen vol en het werd een fantastische avond voor die mensen én voor de band.”

‘Jane Birkin belde me om te vertellen hoe mooi ze mijn ABBA-cover vond’

Fabiola

Arno is altijd in geweest voor speciale projecten en samenwerkingen. Ook al stammen ze uit een andere wereld. Zo loopt hij weg met de Brusselse rapper Zwangere Guy. ,,Hij noemt me ‘nonkel Arno’ en bracht op zijn album Brutaal een eerbetoon aan Putain Putain. Ik vind dat fantastisch. Hij heeft revolte. Hij is op een goede manier opstandig. We hebben ook al samengewerkt. Weet je wie ik dit weekend nog sprak? Jane Birkin belde me op.

Naar aanleiding van die nieuwe muziek van ABBA hadden ze op de Franse radio mijn versie van Knowing Me, Knowing You gedraaid. Ze had het nog nooit gehoord in mijn versie en vertelde me voor het eerst goed naar de tekst geluisterd te hebben. Ze belde om me te vertellen hoe mooi ze mijn coverversie vond. Ik na die al heel lang geleden eens op. In mijn herinnering deed ik dat ooit eens voor Koningin Fabiola. Ze was fan van ABBA.

Fabiola had ook een fantastisch soort humor. Nadat ze eens was bedreigd doodgeschoten te worden met een kruisboog, verscheen ze de volgende bijeenkomst met een appel voor die Wilhelm Tell.”

3 essentiële albums

1. T.C. Matic – T.C. Matic (1981)

Spraakmakend debuut van de band met Arno in de spits, en inmiddels Jean-Marie Aerts als gitarist/producer. Het album spat uiteen als een uniek brouwsel met elementen uit de Amerikaanse blues en funk, het Franse chanson, Belgische havenkroegliederen en meer. Hoekige ritmes, funky gitaarlijntjes, puntige synthesizerpartijen en een zanger die er als eerste in slaagde het minderwaardigheidscomplex dat Belgen internationaal niets voorstelde overtuigend van tafel zwiepte.

2. Charles et Les Lulus – Charles et Les Lulus (1991)

Geslaagd sideproject van het alter ego van Arnaud Charles Ernest Hintjens. Net als later in Charles & The White Trash European Blues Connection gebruikt Arno daarin zijn tweede voornaam. De samenwerking tussen Arno, de Belgische blueslegende Roland van Campenhout en de veelgevraagde muzikant Ad Cominotto op accordeon en toetsen was even kortstondig als geslaagd. Hun eigen songs waren net zo origineel als hun eigenzinnige versies van klassiekers als It’s All Over Now (Bobby Womack), Little Red Rooster (Willie Dixon), Gimme That Harp Boy (Captain Beefheart).

Hilarisch was, vooral tijdens de optredens, hun interpretatie van de traditional La Paloma van de Spaanse componist Sebastián Yradier.

3. Arno ft. Sofiane Pamart – Vivre (2021)

Het zestiende soloalbum van Arno, na zijn avonturen in TC Matic en wat daar nog aan vooraf ging. Geen ‘Best Of’, maar een selectie liedjes die alleen met klassiek geschoolde toetsen en die stem van Arno fier overeind blijft. Intuïtief samengesteld, al zal de intieme aanpak, zijn geestesgesteldheid ten tijde van zijn ziekte en de vreemde periode waarin de opnamen plaats vonden (lockdown tijdens corona) een rol gespeeld hebben. Geweldig songs, stuk voor stuk machtig sterk uitgevoerd. Om stil van te worden.

 

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws