Interview met wereldberoemde Lenny Kravitz

Uit Magazine

Door: Jean-Paul Heck

Let Love Rule? Jawel, Lenny Kravitz predikt onverbiddelijk zijn boodschap van hoop, vrede en liefde. Ook in deze idiote tijden, het kan immers alleen maar beter worden, toch? In Parijs spreken we de rockheld over zijn geloof, acteerwerk, politiek en nieuwe album Raise Vibration, waarop een opvallende gast te horen is (Michael Jackson!).

Lenny Kravitz nodigt journalisten meestal uit in de plaats waar hij grotendeels woont. Parijs is hem lief sinds begin jaren ’90, toen hij daar met zijn voormalige geliefde Vanessa Paradis neerstreek. Hij heeft er een prachtig appartement dat hij regelmatig achter zich laat om naar zijn huis op de tropische Bahama’s te gaan, waar hij ook het nieuwe album Raise Vibration opnam. Maar we ontmoeten hem dus in Parijs. Strakke jeans omsluiten zijn smalle benen. Erboven draagt hij een vaal spijkerhemd. Een paar effen cowboylaarzen maken het plaatje af.

De laatste keer dat ik hem sprak, had hij kort kroeshaar. De enorme bos dreadlocks die hij nu draagt, maken hem al snel tien centimeter langer. De Amerikaan is in gesprek aan de telefoon. Het is duidelijk dat hij niet tevreden is over een aantal zaken. Dat is te horen aan zijn gebiedende toon. Bij binnenkomst is de donkere wolk boven zijn hoofd nog niet verdwenen. Kravitz is een baasje, maar dat wisten we al.

“Ik kies ervoor om positief en optimis- tisch te blijven, het is de enige weg”

Anderzijds verloopt zijn leven crescendo. Hij is weer verliefd en met zijn huidige tournee trekt hij moeiteloos grote zalen vol. Echt grote hits kunnen we het laatste decennium nauwelijks van hem noteren. Maar een rockster als Kravitz heeft eigenlijk helemaal geen hits nodig. Alleen al op zijn naam en faam kan hij prima zaken doen. Daarnaast loopt dat ander winkeltje ook prima. Kravitz is een veelgevraagd acteur en speelt in grote films en series. Al kondigde hij eerder deze maand aan hier voorlopig mee te stoppen.

Zijn nieuwe album is een ode aan liefde, compassie, vrede en religie. Thema’s die
hij al vanaf zijn Let Love Rule-dagen innig omarmt. Vier jaar geleden kwam zijn laatste album Strut uit. Een hiaat van dat kaliber roept bij een productief mannetje als Kravitz toch vragen op.

Paul McCartney predikt op zijn nieuwe album ‘Egypt Station’ een beetje op dezelfde manier de vrede zoals jij dat nu doet op ‘Raise Vibration’.“Dat is altijd al mijn ding geweest. Maar op dit moment is het onmogelijk om te negeren. Dit zijn extreem uitdagende tijden. We moeten voor een richting kiezen, want we staan op een belangrijk kruispunt en kunnen twee kanten op: de ene kant is volledige vernietiging van deze wereld en de andere is de weg naar

genezing. We hebben mensen die bepaalde wensen hebben en anderzijds lieden die aan de touwtjes trekken. Zij baseren hun beslissingen op macht, hebzucht, controle en geld. En zijn niet bereid om die zaken opzij te schuiven, zodat we in een harmonieuze wereld kunnen leven. En daarbij doel ik ook op het milieu, waar we heel belangrijke zaken moeten terugdraaien.”

Maar hoe ga je de figuren die nu de macht hebben dat duidelijk maken?

“De ego’s van deze mensen zijn volledig ontspoord. En dan bedoel ik echt ontspoord! En veel mensen denken dat het wel goedkomt en dat het gevaar van volledige vernietiging niet echt is. Maar zo is het niet. Toen wij elkaar in 2012 spraken, was net Barack Obama als president herkozen. Het blijft schokkend en haast onrealistisch dat we zes jaar later in een ander Amerika leven. Het is schokkend maar wel de realiteit. Ik zing in de song It’s Enough de zin: I just thought somehow that things would get better.En als je mij in 1998 had gevraagd waar we twintig jaar later zouden zijn, had ik verwacht dat we nu in een totaal andere wereld zouden leven. Ik kies ervoor om positief en optimis- tisch te blijven. Het is de enige weg.”

Ik sprak onlangs John Carter Cash en hij wist helemaal niet dat jij in hetzelfde appartement had gewoond als zijn ouders John en June. Je zingt daarover in de song ‘Johnny Cash’.

“Dat was in december 1995. Ik woonde in hetzelfde gebouw als John en June. Toen ik hoorde dat mijn moeder was overleden, waren zij de enigen in mijn omgeving. Hij was zijn tweede album met Rick Rubin (Ameri- can II: Unchained) aan het opnemen in de kelder van dat appartement. We waren dus als het ware ‘flatmates’.

“Het is zo raar als er bij zo’n boodschap geen familie of naasten bij je zijn. En dan zijn daar opeens Johnny Cash en June Carter Cash, de mensen die me konden bijstaan. Zij hebben me getroost, met mij gesproken en vastgehouden. Het was een monumentaal moment in mijn leven. Ik kende Johnny eerlijk gezegd niet zo heel goed. Ik had natuurlijk veel over hem gelezen en films gezien. Maar de momenten dat we bij elkaar waren, heb ik Johnny leren kennen als een liefdevol en bezorgd mens.”

En nu? Je zei in een ander interview dat je als muzikant herboren bent.

“Ik kies ervoor om bij elke plaat herboren te worden. Het is telkens een nieuwe versie van mijzelf. Maar dat geldt toch voor iedereen? Als het goed is, ontstaat er telkens een nieuwe versie van jezelf. We groeien in het leven en via foto’s kunnen we terugkijken. Gaandeweg reageer je anders en zie je wijzigingen in je gedrag. Veel mensen om mij heen vinden dat Raise Vibration niet klinkt als een plaat van iemand die al 29 jaar muziek maakt. Dat vind ik een groot compliment. Ik moet ook zeggen dat de intensiteit tijdens het maken enorm was. Ja, het was wederom een nieuwe start en dat voelt fantastisch.”

Die wedergeboorte duurde iets langer dan ge- woonlijk. Hoe komt dat?

“Ik moest wachten, want zelfs denken aan nieuwe muziek was al te verwarrend. Ik speel alle instrumenten en heb in al die jaren zoveel verschillende stijlen aangepakt. Ik kan dus werkelijk elke kant opgaan. Maar ik wilde er niet over nadenken. Het moest als het ware vanzelf komen. Alle songs zijn boven komen drijven in dromen. Dan werd ik wakker en nam ik meteen de nummers op.”

Een opvallend gast op ‘Raise Vibration’ is je oude vriend Michael Jackson. Hoe dat zo?

“Ik heb ooit een nummer met Michael opgenomen voor zijn album Invincible. Dat heette I Can’t Make It (Another Day). Ik had toen ook het nummer Low geschreven, wat op deze plaat is beland. Als Michael nog had geleefd, weet ik zeker dat ik het aan hem had gegeven. Ik bleef zijn stem horen toen ik bezig was met het nummer.

“Mijn liefde voor Michael gaat terug naar mijn zesde jaar. Toen nam mijn vader mij mee naar een concert van The Jackson Five in Madison Square Garden in New York. Mijn vader had vooraf niet gezegd waar we naartoe zouden gaan. Zelfs toen ik bij The Garden aankwam, wist ik niet wie er die avond zou optreden. Maar toen we bij onze stoelen kwamen, zag ik opeens Aretha Franklin, die vlakbij ons ging zitten. Ze was prachtig en om haar heen flitsten camera’s.

“Toen gingen de lichten uit en kwamen The Jackson Five het podium op. Ik ging bijna dood! Ik was zo’n enorme fan en had destijds al hun singletjes. De volgende dag wist ik het zeker: dit is precies wat ik de rest van mijn leven wil doen. Op dat moment kon ik niet bevroeden dat ik ooit nog met Michael Jackson zou werken en met Aretha Franklin zou optreden. Ik had altijd een goed contact met Aretha. Ze is te vroeg gegaan, net als David Bowie, Prince en Tom Petty. Allemaal collega’s die ik goed kenden.”

“De lichten gingen uit en The Jackson Five kwamen op… ik ging bijna dood!”

Even terugkomend op de invloed van Michael Jackson. De productionele geest van zijn oude plaat waart rond op je nieuwe album.

“Ik heb heel veel aan Quincy Jones te danken. Zeker bij het maken van Raise Vibrationheb ik goed geluisterd naar hoe hij platen produceerde en omging met arrangementen. Of het nu platen waren die hij maakte met Michael Jackson, The Brothers Johnson of George Benson. Maar ook naar de platen die Earth, Wind & Fire eind jaren ’70 en begin jaren ’80 maakte met David Foster, Charles Stepney en George Massenburg. Die platen klinken nog altijd fenomenaal. Low is daar volledig op gebaseerd: twee gitaren, bassyn- thesizer, een mini-moog, echte bastgitaar, een blazersarrangement, een heel orkest, erg veel percussie en allerlei Afrikaanse instrumen- ten. Net zoals Maurice White van Earth, Wind & Fire het deed. Die man was magisch, een absoluut genie. Ik ben zeer door hem en zijn band geïnspireerd.”

Ik begrijp overigens dat je filmloopbaan even op een laag pitje staat?

“Ik maak volgend jaar mijn eerste eigen film, die ik zal regisseren en waarin ik acteer. Daarnaast wil ik ook de soundtrack ervan schrijven. Maar nu ben ik volledig gericht op de komende tournee. Ik ben zo trots op deze plaat. Een nummer als Here To Love, waarop alleen piano en strijkers staan, is één van mijn meest persoonlijke songs ooit.”

Je geloof is ook een terugkerend onderwerp. Wellicht meer nog dan voorheen.

“De openingssong We Can Get It All Together is zeker een ode aan God. Ik zing daar de zin: I thank you Father for giving me life beyond the grave. Het is echt een gebed, haast een processie waarin ik tegen God praat. Ik zeg tegen hem dat ik beter wil worden, dat ik wil groeien en kan omgaan met mijn zwakheden. Ik wil mijn bestemming bereiken en diegene worden die ik wil zijn. En niets mag die groei als mens in de weg staan.”

“Misbruik in de kerk is niet God. God is liefde, God is mooi.”

Je bent zeer gelovig maar de onrust binnen de Amerikaanse katholieke kerk over misbruik moet je niet ontgaan zijn. Test dat jouw geloof?

“Dat is niet God. God is liefde en God is mooi. Daar wil ik het bij laten.”

Wat anders. Ik zag onlangs een filmpje waar
je te zien was met een geweldige verzame- ling artefacten, zoals de bokshandschoenen en schoenen die Muhammad Ali droeg in een gevecht met Joe Frazier, een sweater van John Lennon, een jumpsuit en laarzen van James Brown en nog veel meer. Bizar!

“Ach, ze hebben maar een heel klein stukje van mijn verzameling gezien. Ik heb veel meer, zoals de handgeschreven teksten van Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, een gitaar van Prince en de handge- schreven setlist die Jimi Hendrix had gemaakt voor zijn optreden op Woods- tock. Het is gewoon leuk, het zijn allemaal spullen van mensen die mij hebben geïnspireerd. Ik heb veel aan deze artiesten en sporters te danken.”