Het Fenomeen André Hazes | Deel 2 van 6

Soundz blikt dit jaar met bloed, zweet, tranen en een berg ingewijden zes edities lang vanuit een andere invalshoek terug op het fenomeen Hazes. Deel 2.

Kleine Jongen. Dat is André Hazes al lang niet meer als hij in 1988 gaat werken met zijn nieuwe A&R manager Michael Peterson bij EMI. Nederland had de Amsterdamse zanger eerder al in de armen gesloten. Het werd een bijzondere samenwerking tussen die twee. Dat leidde onder meer tot een heus bluesalbum en de veelgeprezen, grensverleggende documentaire: Zij Gelooft In Mij. Dit jaar zou André 70 jaar geworden zijn.

Tekst: Willem Jongeneelen | Fotografie: Universal

In 1988 had André Hazes al twaalf studioalbums uitgebracht en een kleine twintig nummers de Top 40 ingezongen. Omdat André eerder al had aangeven zichzelf niet meer als volkszanger te willen profileren, maakte hij de overstap van Phonogram naar EMI. Om meer afslagen richting popmuziek in te kunnen slaan. De in 1953 in Den Haag geboren Michael Peterson werd in 1988 de nieuwe A&R manager bij EMI. “Wat al in de naam opgesloten zit, ik werd daar verantwoordelijk voor de artiesten en hun repertoire. Samen met Rob de Nijs en Robert Long vormde Hazes het supertrio van EMI, qua populariteit en verkoop. Die twee anderen droegen zelf repertoire aan of schreven dat. André vormde de grootste uitdaging om mee te werken, want die deed dat niet. Toch moest er iedere jaar een nieuw album van hem komen, want dat hadden we ook gewoon nodig om omzet te halen.”

Hagenees in Amsterdam

Michael Peterson heeft een Engelse vader en een Nederlandse moeder. Ze waren van Indonesië naar Londen gekomen, maar daar kon zijn moeder niet wennen. Dus groeide Michael op in Den Haag, tussen de eerste Haagse muzikanten in die bloeiende beatscene. “Ik was een muziekdier. Jaloers op die Indo-jongens. Ze speelden beter, zagen er beter uit en kaapten de leukste meisjes voor je neus weg. Op iedere hoek van de straat speelde er wel een bandje destijds, zo leek het. Toen ik de opname van de eerste single van mezelf terug hoorde, heb ik acuut voor de journalistiek gekozen. Zingen, dat moest ik maar niet meer doen.”
Voor de Haagse Courant/Het Binnenhof mocht Peterson regelmatig grote popartiesten interviewen, zoals Pete Townsend van The Who. “Omdat dankzij mijn pa mijn Engels goed was. Via die krant kwam ik regelmatig in aanraking met snelle jongens van platenmaatschappijen. Het viel me op dat ze allemaal in mooiere auto’s reden dan die journalisten. Ik ben voor het geld gezwicht. Maar al snel bleek ik ook uitstekend op mijn plek. Hoewel ik meer een popjongen was en meer met de muziek van mijn Haagse vrienden van Golden Earring had, lukte het me ook snel een goede relatie met Hazes op te bouwen.”

Of die bluesplaat, of niks

De start met André was vals. “Het laatste album voor mijn komst, Liefde Leven Geven, had niet het verwachte succes opgeleverd. Bovendien was hij al een tijdje klaar met smartlappen à la Johnny Jordaan en Willy Alberti, waarmee hij tot in de lengte der dagen bij een groot publiek had kunnen blijven scoren. Bij ons kennismakingsgesprek gaf André aan even helemaal niets te willen. Hij had het aantal optredens gehalveerd en wenste even een jaar géén plaat te maken. Dat kon natuurlijk niet. Dat was dodelijk. Hij was onze belangrijkste troef. Hij dacht dat ook ik weer zo iemand was die hem met een vrolijk hemd op de hoes van die middle of the road-repertoire wilde laten zingen. Ik vroeg: Wat wil jij dan? Zijn antwoord: Ik wil wel een bluesplaat maken. In het Engels nog wel. Ik wist dat dat eigenlijk niet kon. Maar ik wist ook dat dat dan meteen het einde van mijn carrière als A&R-manager zou zijn. Op een gegeven moment besefte ik: het is die bluesplaat maken of helemaal niks…”

Akkerman, Brood en Dulfer enthousiast

Michael Peterson overtuigde EMI dat dit de manier was om de ‘op sterven na dood zijnde’ zanger terug op de rails te krijgen. Die bluesplaat wilde hij maken, en het was aan mij om daar iets bijzonders van te maken. Ik zocht André op in zijn favoriete kroeg en zei: We gaan het doen! Maar alleen met de beste mensen die in Nederland met blues te maken hebben. André zei nog dat ik dat kon vergeten. Hij ging ervan uit dat die muzikanten niet met hem wilde werken. Ik schatte dat anders in en ben een rondje gaan bellen. De eerste die ik belde was gitarist Jan Akkerman. Die vroeg me waar ik die opnamen wilde gaan doen. Ik vertelde dat ik de studio van Arnold Mühren in Volendam in gedachte had. Oké, zei Jan. Hoe laat moet ik er zijn?

Daarna belde ik Herman Brood voor op piano. Die was ook meteen enthousiast. Saxofonist Hans Dulfer, idem dito. De enige die niet gelijk positief reageerde, was Harry Muskee. Hij moest er nog even over nadenken. Toen de plaat er eenmaal was, vertelde hij mij eerlijk dat hij dat compleet verkeerd had ingeschat. Om het goed te maken kwam hij op de verjaardag van André in Paradiso optreden. Dat bluesalbum heette Dit Is Wat Ik Wil. Het album werd opvallend positief ontvangen. Het was mijn eerste album met Hazes voor EMI. Dat had meteen ook mijn laatste kunnen betekenen. Dat werd het niet.”

Klassiek Hazes-album

Met die blues stond André Hazes volgens Michael zelfs in een vol Ahoy. “Al keken sommige fans ook wel raar. Als de blues-solo te lang duurde, gingen ze ook vaak maar een broodje bestellen. Na dat album kon ik eindelijk mijn eerste klassieke Hazes-album voor EMI gaan maken. Dat werd in 1990 Kleine Jongen. Met een andere sound, waarmee André zich helemaal gelukkig voelde. Hij voelde zich na dat blues-uitstapje duidelijk ook in bredere kring serieus genomen. Met de gelijknamige hitsingle was hij ook zo blij als een kind. We reden in zijn Mercedes op een zaterdagavond speciaal een keer samen door De Pijp en De Jordaan. Ik vertelde hem dat uit iedere kroeg Kleine Jongen te horen was. Dat was ook zo. Hij zat te huilen in de auto en riep: Ik ben er weer!”

Onzekerheid in goudeerlijke beelden

Michael Peterson en André Hazes werkten nog vele jaren samen. Met wisselend succes. “Zijn verslavingsgedrag was vaak lastig. Natuurlijk was het frustrerend voor mijn werk dat je er niet altijd uit kon halen wat er in zat.” Tegen de eeuwwisseling was er een nieuwe dip waar Peterson hem met een speciaal project uit redde. “Als A&R-manager had ik eerder gezien dat je met film ook iets kon bereiken. Dat had ik in Engeland met Cliff Richard (The Young Ones / Summer Holiday) en The Beatles (A Hard Days Night / Help) gezien. Met André, die zich niet laat regisseren, wilde ik op aanraden van het docu-bedrijf Zeppers dan ook geen speelfilm, maar een documentaire maken. Dat idee was er bij Zeppers al langer, maar toen zat mijn werk mij nog in de weg. Toen de teloorgang van de cd was ingezet en ik als A&R-manager bij EMI grotendeels weg was, kon ik alsnog met regisseur John Appel in zee gaan. Dat werd de documentaire Zij Gelooft In Mij, voor die tijd een baanbrekend document. Wij vonden het eigenlijk normaal om die onzekerheid van André in die goudeerlijke beelden terug te zien, want wij waren dat gewend van hem. Voor de rest was deze blik achter de schermen, met die camera overal bovenop, heel confronterend.”

Joris Ivens Award

De documentaire zorgde soms voor extra hoogspanning op de lijn tussen André en Michael. We hadden altijd al een andere achtergrond, maar die kwam tijdens het filmen van een aantal precaire situaties nog duidelijker naar boven. Er was soms best veel strijd. Godverdomme, jij ook altijd met je film, schreeuwde hij dan uit. Ik wist dat de opnamen een groter doel dienden. Maar confronterend, zeker voor André, waren die beelden natuurlijk ook. Het toonaangevende festival IDFA besloot zelfs te openen met deze documentaire. Ik zag in de zaal ook allemaal Japanse journalisten zitten, dus vroeg me eerlijkheidshalve af of dit nu wel zo’n goed idee was. Dat was het dus wel. Door deze film vond André aansluiting bij mensen van een ander cultureel niveau. Bovendien werd de film als beste van de IDFA bekroond met de Joris Ivens Award.”

Hiphop-eerbetoon

André Hazes is er niet meer. Zijn muziek blijkt echter springlevend, zo constateert ook Michael Peterson. “Mijn zoon Mink is 20 jaar. Hij is dj, draait vooral veel Nederlandstalige hiphop, maar sluit zijn sets in het holst van de nacht altijd af met twee Hazes-songs. Pap, dan gaat iedere keer opnieuw het dak eraf. Jongere generaties zijn gek op zijn repertoire. Ouderen draaien nog zijn plaatjes, jongeren streamen. Hazes is al 200 miljoen keer gestreamd. Dan komt er lang niets, en dan pas komt nr. 2: Marco Borsato. In september 2021 zou André 70 jaar geworden zijn. Universal wil dan een album uitbrengen met werk van Hazes, maar  bewerkt door veel van die jonge Nederlandse hiphopjongens. Lil Kleine is als eerste uitgenodigd, maar er gaan er nog veel volgen. Ik doe de A&R en bewaak als supervisor als vanouds opnieuw de opnamen. Mooie klus. Ik vraag de rappers en muzikanten om in alle vrijheid liedjes van André te bewerken, volledig naar hun eigen idee. Dat gaat een speciaal eerbetoon worden.”

Het Fenomeen André Hazes

Het Fenomeen André Hazes | Deel 1 van 6

 

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws

Soundz Podcast 6 is online

De Artiest in deze podcast is fotograaf Paul Bergen. Met hem praten we over zijn ervaringen met het fotograferen van muzikanten, zangers en zangeressen. Legendarische

Lees meer