Heather Nova: Tussen de Oester en de Parel

Geen categorie

In 2019 maakte Heather Nova duidelijk dat de cirkel voor haar nu rond was. Met Pearl leverde ze een album af dat in zowel muzikaal, als thematisch opzicht een directe lijn trok naar haar in 1994 verschenen doorbraakplaat Oyster. Ze was voor Soundz dus graag bereid om terug te blikken op wat ze in die jaren tussen het vinden van de oester en het blootleggen van de parel heeft afgescheiden.

Pearl, het tiende studioalbum van de uit Bermuda afkomstige Heather Nova, is een mooi voorbeeld van wat in het Engels doorgaans wordt aangeduid als closure. Niet alleen werd de samenwerking met producer Youth hernieuwd om het vijfen- twintigjarig jubileum van Oyster te vieren, ook pende ze met Over The Fields een vervolg op de emotioneel pijnlijkste song van die fameuze doorbraakplaat: Island, het lied over de man die zich ooit aan haar vergrepen had. “Hij was stervende en ik wilde hem laten weten dat ik hem vergeven had”, aldus een inmiddels op berusting afgestudeerde Nova. “Het is ook alweer dertig jaar geleden. Hij had me een brief geschreven die weliswaar weer allerlei pijnlijke herinneringen naar boven haalde, maar waaruit tevens bleek dat ik hier met een ernstig getroebleerde ziel te maken had. Het achterliggende idee bij die song was: ik hoop dat je in een volgend leven de kans krijgt om het beter te doen. Want ik was niet de enige die hij pijn gedaan had.”
Berusting dus, zoals gezegd. En wanneer je een kwart eeuw na het uitbrengen van een plaat getiteld Oyster op de proppen komt met een album dat Pearl wordt gedoopt, dan laat je er ook geen enkele twijfel over bestaan dat je de balans hebt opgemaakt van wat zich in de tussentijd heeft aangediend. Een perfecte aanleiding dus om Nova eens aan de tand te voelen over haar huidige perspectief op de albums die ze sinds eerstgenoemde cd het licht heeft laten zien.

SIREN (1998)

Oyster was een album dat met een zekere onschuld gemaakt was. Met Siren wilde ik iets totaal anders doen. Vandaar dat Youth ook maar twee nummers op die plaat heeft geproduceerd. Ik wilde mezelf niet herhalen. Er werd veel van die plaat verwacht, omdat het na Oyster als mijn tweede album werd gezien, daarbij voorbijgaande aan Glow Stars (‘93), dat ik in Zuid-Londen met mijn vriendje op een lo-fi multi-track cassetterecorder had opgenomen. Die hoge verwachtingen leidden er ook toe dat ik terugkeerde naar Bermuda, want ik wilde me even helemaal terugtrekken uit de Londense muziekbusiness. Ik was overrompeld door de respons die Oyster had veroorzaakt. Kon niet omgaan met de roem. In een klein hutje heb ik toen Siren geschreven. Songs als London Rain en What A Feeling gaan ook echt over het zoeken naar mezelf in de chaos waarin ik terechtgekomen was. Daarnaast wilde ik een echte poprockplaat maken en daar ben ik redelijk in geslaagd.”

SOUTH (‘01)

“De platenmaatschappij wilde nu weleens een hit en dus werd ik gedwongen om met meerdere producers te werken. Ik werd van Zweden via Los Angeles naar Londen gekatapulteerd, dus het eindresultaat South is erg verbrokkeld. Ver van mezelf en mijn eigen visie verwijderd. Ik heb me toen ten aanzien van de platenmaatschap- pij te onderdanig opgesteld, omdat men te veel druk op me uitoefende.”

STORM (‘03)

“De plaat Storm heb ik zelf gefinancierd, omdat ik mijn onafhankelijkheid wilde heroveren. De platenmaatschappij maakte de kunstenares in mij kapot. Al die executives die zich met je creativiteit bemoeien, het voelde totaal verkeerd aan. Ik heb Storm gemaakt met Mercury Rev, van wie ik fan was. Ik hield van hun heiige, wazige sound en ze waren volledig bereid om mijn begeleidingsband op die plaat te zijn, ook al was dat iets heel anders dan ze gewend waren. Het was tevens het compleet tegenovergestelde van wat de platenmaatschappij van me verlangd zou hebben.”

REDBIRD (‘05)

“Ik voelde me herboren nadat ik een kind had gekregen. Alsof mijn hart geëxplodeerd was. Veel van de songs zijn liefdesliedjes, zij het dan gericht aan mijn kind. Maar het album is deels over geproduceerd, niet rauw genoeg.”

THE JASMINE FLOWER (‘08)


“Noem het mijn unplugged album, zo je wil. The Jasmine Flower is gemaakt in mijn thuisstudio. Ik wilde alles terugbrengen tot de naakte essentie. Maar het kan nog naakter, vind ik nu: gewoon een microfoon die aan het plafond hangt en naast mij alleen nog een cellist in de kamer of zo.”

300 DAYS AT SEA (‘11)

“Een duiker had het kompas opgedoken van de boot waarop ik opgegroeid ben en dat riep veel herinneringen en inzichten op. Ik was nu moeder en dacht veel na over het verleden en wat voor rol die boot in mijn leven gespeeld had. Ik heb overigens in geen jaren meer naar de plaat 300 Days At Sea geluisterd. Ook hier vind ik dat bepaalde gedeelten over geproduceerd zijn, al zijn er aspecten van dat album die me zeker bevallen.”

THE WAY IT FEELS (‘15)

“Ik wilde in de Verenigde Staten een echte laid-back, Americana-achtige plaat maken, want dat had ik nog niet eerder gedaan. Het beviel me, dat onderkoelde geluid, maar ik heb nu het gevoel alsof ik iets achterhield. En niet alleen omdat ik niet voor pure country ben gegaan. Ik hoor ook een zekere droefheid. Dat is het grote verschil met Pearl: er is veel passie, ik sta in vuur en vlam! Dat uitte zich trouwens eveneens in het opnieuw samenwerken met Youth. We zijn totaal verschillende individu- en en soms leidde dat tot botsingen, maar dan wel in een vriendelijke sfeer. Onze verschillen complementeren elkaar meestal, gek genoeg. Of ik me ten tijde van Oyster bewust was van zijn werk in Killing Joke? Nee, niet echt en ik was ook niet bepaald een fan toen ik me er wel bewust van werd. In het begin van mijn carrière ben ik eens het voorprogramma tijdens een van hun tournees geweest en dat was de enige keer dat ik ooit ben uitgefoeterd. Ik was destijds zo’n meisje met alleen een akoestische gitaar en voor het podium stond een getatoeëerde meid die gedurende mijn hele set dezelfde kreet bleef schreeuwen: Fucking bollocks!