Ennio Morricone: De beloften van een Italiaanse aristocraat

Concertverslag

De grootste filmcomponist? Cijfermatig John Williams of Hans Zimmer, maar het werk van Ennio Morricone spreekt het meest tot de verbeelding. Zijn composities voor films als Once Upon A Time In The West en The Good, The Bad And The Ugly hebben de tand destijds moeiteloos doorstaan. Of zoals Metallica-zanger James Hetfield opmerkte: “Morricone is de allergrootste rockster ter wereld.”  We spraken hem een paar jaar geleden in Berlijn.

 Ennio Morricone is moe. De Europese tour een paar jaar geleden vol louter volgepakte arena’s laat zijn sporen achter op het destijds 86 jaar oude baasje. Maar Morricone’s drang zijn evangelie te prediken, is groter. In een mooi hotel doet hij ruim drie kwartier zijn best om zijn bizar grote oeuvre te duiden. De man schreef de muziek voor meer dan vijfhonderd films en televisieseries en componeerde daarnaast honderden autonome stukken. Maar ondanks zijn verdiensten sleepte de in Rome geboren en nog altijd woonachtige componist slechts een (ere-)Oscar in de wacht. Het maakt de filmmaffia van Hollywood volslagen belachelijk. Zeker nu Morricone de laatste jaren met een reusachtig Hongaars orkest de wereld over reist. De prestatiedrang is er nog altijd.

“Elke dag sta ik op en doe mezelf de belofte iets moois te creëren. Nu ik in de herfst van mijn leven de kans krijg zowel filmcomposities als eigen stukken live aan de wereld te tonen, moet ik zeker de honderd halen.”

Zijn gestel is nog altijd ijzersterk. De middag na de interviewsessie staat Morricone tijdens de soundcheck ruim een uur voor zijn manschappen. Zijn houding is streng, maar er is ook ruimte voor humor. Als een cellist een fout maakt, gaat Morricone quasi-geërgerd voor hem staan. “Je speelt geen banjo meneertje, maar cello. Snap je dat?”

Drie uur later dragen 18.000 Duitse fans de Italiaanse legende op handen. Het concert kent alle klassiekers uit het oeuvre van Morricone. En dat is niet gek voor een eigenwijze avant-gardist, die altijd heeft geweigerd te buigen voor de commerciële mores van Hollywood.

U heeft in 1958 een seminar van John Cage bezocht en richtte in die periode Gruppo di Improvvisazione di Nuova Consonanza op. De insteek: alle geluiden vallen binnen het domein van de muziek.

“Dat gebruik van alle geluiden was al eerder in Frankrijk uitgevoerd door een aantal componisten. Dat werd toen nog gezien als niet concrete muziek. Die buitenmuzikale geluiden heb ik ook gebruikt, maar wel in het kader van een orkest. Dat was en ís nog altijd mijn uitgangspunt. Na die eerste les van Cage heb ik een aantal vrienden bij elkaar geroepen. Dat was in het Duitse Darmstadt. Tijdens die meeting ontstond Gruppo. Simpelweg omdat er geen relatie bestond tussen de componist en de uitvoerder. Het was een soort van manco dat wij wilden verhelpen. Dat was echt een tijdsbeeld hoor, avant-garde.”

Morricone buigt naar voren en maakt allerlei rare geluiden; van een krakende trap tot een keffende hond.

“Ik gaf in die groep elk lid afzonderlijk een geluid, een noot, en die moesten ze op hun eigen manier reproduceren. Op die manier hebben wij de instrumenten ‘verkracht’. Uitgangspunt was altijd onzekerheid.”

U bent de laatste jaren met een groot orkest uit Boedapest op pad. Het schijnt uw favoriete orkest te zijn. Wat heeft een gezelschap nodig om aan uw eisen te voldoen?

“Ik had veel orkesten om uit te kiezen, dat mag je best weten, maar alles klopt aan deze groep. Muzikaliteit is natuurlijk van groot belang. Daarnaast moeten mijn muzikanten hun beroep aanbidden. Ik heb er een haarfijn gevoel voor als mensen de kantjes er vanaf lopen. Wellevendheid zie ik meteen. Ik heb heel mijn leven hard gestudeerd en dat verwacht ik ook van de anderen. Daarnaast moet er de wens zijn naar mijn ideeën te luisteren. Het orkest waarmee ik nu reis, is erg genereus. Dat is de voorwaarde om tot grote hoogte te stijgen. Al gebeuren er ook in dit orkest ongelukjes, maar slechts weinigen horen dat.”

Wat vindt u van de hedendaagse filmmuziek?

“Ik heb daar geen enkele belangstelling voor. Daarnaast wil ik niet negatief worden beïnvloed door dingen die mij niet aanstaan. Ik geef er de voorkeur aan weg te blijven van andere filmmuziek. Het is de enige manier om puur te blijven. Dat neemt niet weg dat ik veel respect heb voor het werk van collega’s. Wat ook speelt, is dat sommige componisten slechts de muziek componeren. De hele uitvoering geven ze uit handen. Zo kom je nooit precies achter de kundigheid van een bepaalde componist. Het probleem is dat veel filmmuziek wordt ingespeeld door dezelfde instrumentalisten, waardoor je een bepaalde uniformiteit krijgt. Dat doet afbreuk aan de originaliteit. Ik werk met mijn eigen mensen om zodoende mijn identiteit te waarborgen.”

U heeft films gemaakt met regisseur Sergio Leone en cameraman Tonino Delli Colli. Dat was een perfecte samenwerking. Quentin Tarantino gebruikt uw muziek uit die films in zijn werk in een compleet andere context. Wat vindt u daarvan?

“Tarantino is een speciale vent. Hij gebruikt muziek die hij goed in zijn films vindt passen. Daar heb ik totaal geen zeggenschap over. Quentin heeft mij gevraagd de filmmuziek voor Inglourious Basterds uit 2009 te schrijven. Maar ik had daar slechts twee maanden voor, dus dat ging niet werken. De manier waarop hij uiteindelijk mijn muziek integreerde, kan ik alleen maar waarderen.”

Zes jaar geleden zei u het rustiger aan te gaan doen, maar u bent drukker dan ooit… 

“Wil je me met pensioen hebben? Hoe oud denk je dat ik ben? Ik zie er toch niet uit als 85? Ik word de laatste vijftien jaar heel vaak gevraagd mijn muziek uit te voeren. Dat is niet altijd zo geweest. Nu die kans zich voordoet, grijp ik ‘m met beide handen. Daarnaast heb ik nu de tijd om eindelijk ‘absolute’ muziek te schrijven, muziek die helemaal niets met film te maken heeft.

Ik was onlangs met de Italiaanse dirigent Riccardo Muti in Chicago om daar een aantal van mijn composities uit te voeren. Het was een eerbetoon aan de slachtoffers van terroristisch geweld. Die momenten vervullen mij met trots. Wat betreft het componeren van filmmuziek is het nu wat rustiger.”

U vindt het vervelend bekend te staan als de man van de westerns. Hoe zou u het liefst de geschiedenisboeken in willen gaan?

“De muziek die ik voor westerns heb geschreven, is natuurlijk fundamenteel geweest. Zeker wat betreft experiment, maar ook voor het werk dat ik daarna maakte. Wat mij stoort, is dat in een land als Duitsland nooit eerder een stuk is uitgevoerd dat níet uit een van die westerns komt. Veel landen zijn niet geïnteresseerd in mijn absolute muziek. Dat is frustrerend. Daarom brengen veel mensen mij nog altijd alleen maar in verband met Sergio Leone en zijn films. Ik ben een componist, punt!”

Slechte muziek verpest niet meteen een film. Zo komen componisten toch nog vaak weg met middelmatig materiaal.

“Muziek en film is een heel speciaal huwelijk. Je kunt in drie seconden in de ban raken van een beeldhouwwerk, een muziekstuk of een schilderij, maar bij een film is dat anders. Die is toch tijdgebonden en dus níet tijdloos. Sergio snapte dat heel goed en schiep om die reden veel ruimte voor mijn muziek in zijn films. Dat heeft ervoor gezorgd dat een aantal van onze films tijdloos is. Mijn composities hebben zowel een muzikale als morele waarde. Ik kan nog altijd met tevredenheid terugkijken op mijn oude werk.”

Draagt filmmuziek wezenlijk bij aan klassieke en hedendaagse muziek?

“Een componist als Wagner streefde ernaar in zijn stukken alle kunstvormen terug te laten komen. Filmmuziek is het enige genre waarin alle muziekstromingen samenkomen: klassiek, dance, opera, rock, pop… En het blijft toch altijd hedendaags, omdat films nu eenmaal hedendaags zijn. Filmmuziek is de ultieme afspiegeling van de moderne kunst. Veel Russische en Italiaanse componisten zijn vergeten, omdat de muziek die zij indertijd maakten tijdgebonden was. Dat is uiteindelijk ook het lot van de meeste filmmuziek, al mag ik mij gelukkig prijzen dat een aantal van mijn stukken de tand des tijds heeft doorstaan.”

Voor regisseur Elio Petri heeft u drie prachtige soundtracks gemaakt. Wat voor werkrelatie had u met hem?

“Hij zit diep in mijn hart. Elio was een moeilijke man, maar tegelijkertijd ook een heel moedige regisseur. De eerste film die ik met hem deed, Un Tranquillo Posto di Campagna uit 1968, ging over een gestoorde kunstenaar. Die muziek maakte ik met Gruppo. Ik ben geen nostalgisch mens, maar natuurlijk denk ik terug aan collega’s als Elio en Sergio. Zij hebben de filmwereld kleur gegeven. Ik heb ze daar op mijn manier bij kunnen helpen.”