Dream Theater-zanger James Labrie (59) is en blijft een bijzonder fenomeen

Er is waarschijnlijk geen enkele zanger in het metalcircuit die zo wisselvallig presteert als deze geboren Canadees. Bij vlagen is het hartverscheurend goed, maar op momenten is het simpelweg niet om aan te horen. Dat Dream Theater hier in de AFAS Live zonder problemen mee wegkomt, onderstreept nog maar eens hoe krankzinnig goed de rest van de band is.

Tekst: Sebastiaan Quekel

De frustratie op zijn gezicht spreekt boekdelen. ,,Ik heb het verprutst”, lijkt hij te denken. Labrie let even niet op en zorgt er eigenhandig voor dat het eerste couplet van het ronduit epische The Count of Tuscany volledig in het water valt. Labrie begint twee seconden te vroeg met zingen en loopt daardoor voor op de muziek, waardoor Dream Theater zich even geen raad meer weet. Tot grote opluchting van de fans herpakt de band zich en dendert het weer in sneltreinvaart verder.

De fout van Labrie staat symbool voor de aftakeling van een ooit legendarische zanger. De frontman tikt bijna de zestig aan en lijkt met ieder concert verder terug te zakken in niveau. Vooral als Labrie de hoogte opzoekt gaat het mis en vliegt hij zo nu en dan grandioos uit de bocht. Wie erbij is zal het bevestigen: ‘About to Crash’ is ronduit vals, en in het lang uitgesponnen The Ministry of Lost Souls voel je bijna de opluchting in de zaal als Labrie achter de coulissen verdwijnt en zijn bandleden het werk laat doen.

Labrie, gehuld in een zwart metalshirt, blijft desalniettemin een fenomeen. Hij is geen geweldig frontman (die motoriek!), maar in essentie heeft hij wél een van de mooiste en breekbare stemmen uit de progmetal. Door alle teksten emotioneel te bezingen zorgt hij al tientallen jaren voor een verrukkelijke sfeer. Zijn snerpende en giftige geschreeuw passen bovendien precies bij het plaatje dat Dream Theater probeert te schilderen. Echter: Labrie is vreselijk koppig en blijft zichzelf onnodig uitdagen. Veel van zijn uithalen zijn niet mooi, te lang opgerekt en vaak ook onnodig.

Zo lijkt het alsof een concert van Dream Theater tegenwoordig een hele beproeving is, maar niets is minder waar. In muzikaal opzicht is Dream Theater een band die geen gelijke kent, vooral als alle registers worden opengetrokken. Het door pittige metalriffs gedragen Awaken the Master komt vroeg in de set aan als een klap in het gezicht, en in Bridges in the Sky komt de compositorische klasse alswel de virtuositeit van alle bandleden vol tot uiting. De gitaar van Sena European Guitar Award-John Petrucci en de scheurende toetsen van Jordan ‘tovenaar’ Rudess klinken opnieuw als engeleninstrumenten. De onnavolgbare drums van Mike Mangini – ditmaal op een veel kleiner drumstel – en de kneiterharde bas van de immer zwijgzame Mike Myung vormen samen een krachtig geheel.

Wat Dream Theater als geen andere band kan, is de luisteraar overrompelen met verschillende emoties. Het ene moment springen de tranen in je ogen als Petrucci zijn gitaar op een wonderschone manier laat huilen, zoals in het slotstuk van het twintig minuten durende A View From the Top of the World, en het andere moment dwingt de band je te headbangen op verwoestende metal als Endless Sacrifice. Meeschreeuwen gegarandeerd.

Zo blijft Dream Theater na 34 jaar nog steeds een van de betere groepen die er op deze aardkloot rondloopt. Labrie zit er dus bij de hoge noten en uithalen vaak naast, maar we moeten ook eerlijk zijn: zónder hem heeft de band eigenlijk geen bestaansrecht. Zijn stem – hoe afgetakeld ook – is bepalend voor de muziek en daarmee voor de rest van de band. Wie die gedachte tot zich neemt, kan alleen maar concluderen dat hij of zij opnieuw iets heel bijzonders heeft mogen aanschouwen.

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws