BEACH BOYS

De wedergeboorte van de Beach Boys

Aan het begin van de jaren zeventig waren The Beach Boys gedwongen zichzelf opnieuw uit te vinden. Tegen politiek tumult en voortschrijdende milieuverontreiniging bood een glimmende surfplank immers geen verweer. De vijf cd’s tellende box Feel Flows: The Sunflower & Surf’s Up Sessions 1969-1971 traceert het ontstaansproces van twee tijdloze albums die een keerpunt in de carrière vertegenwoordigden.

Tekst: Chris van Oostrom    Foto: MPTVIMAGES.COM, ICONIC ARTISTS GROUP LLC

Mark Linett en Alan Boyd weten zo langzamerhand meer van The Beach Boys dan The Beach Boys zelf. De groep legt hen dan ook geen strobreed in de weg tijdens hun monnikenwerk als restaurateurs van het erfgoed. “Ze willen in de regel niets horen alvorens al het materiaal is verzameld,” aldus Boyd. “Pas dan krijgen we hun feedback en die betreft dan nog meestal slechts de presentatie van het geheel.”

Na hun met een Grammy beloonde activiteiten ten bate van The SMiLE Sessions hebben deze strandjuttende schatzoekers zich nu op het archief met de opnamen voor Sunflower (‘70) en Surf’s Up (‘71) gestort. Die vroege jaren zeventig markeerden een cruciale ontwikkeling in de groepsgeschiedenis. Terwijl Brian Wilson zich na het als traumatiserend ervaren Smile-debacle in de loop der jaren steeds meer uit de band had teruggetrokken, begonnen de overige leden zich als songschrijvers scherper te profileren.

Op Sunflower deden Bruce Johnstons Tears In The Morning en Dennis Wilsons Forever niet wezenlijk onder voor het beste waartoe Brian in die dagen nog in staat was. Democratie werkt niet altijd in een band, maar je kunt Sunflower rustig beschouwen als het eerste album van The Beach Boys als een hecht opererende unit waarin elk lid even belangrijk was als het andere. Dit eerste album voor Reprise kwam evenwel niet zonder slag of stoot tot stand, want de leiding van het label reageerde afwijzend op waar men aanvankelijk mee voor de dag kwam.

Men weigerde zelfs resoluut die eerste versie uit te brengen. Boyd: “Zij waren duidelijk de mening toegedaan dat de band tot beter in staat was. Dat bleven ze ook maar als een mantra herhalen. Ik weet niet hoe de groep destijds die aanvankelijke afwijzing verwerkte, maar het mag duidelijk zijn dat ze de uitdaging hebben aangenomen. Carl Wilson hield de band in die periode echt op de rails, ook al heeft hij in de ogen van de buitenwereld altijd wat moeite gehad om uit de schaduw van Brian naar voren te komen.”

Wie nu naar de bijdragen van Dennis op Sunflower luistert, hoort daarin voorstudies van het materiaal op diens solo-album Pacific Ocean Blue uit 1977. Een plaat die destijds overigens genadeloos werd neergesabeld door hetzelfde journaille dat het heden ten dage als onaantastbaar meesterwerk huldigt. “Rockcritici zijn een gevaarlijk volkje,” zegt Boyd grijnzend. “Ik kan me nog goed herinneren hoe Robert Christgau [nestor van de Amerikaanse popkritiek] in Esquire het optreden van Hendrix op Monterey beoordeelde en hem alle hoeken van de kamer liet zien.

De meest vernietigende opmerking bewaarde hij voor de laatste zin: ‘En hij kan ook nog niet eens zingen.’ Later heeft hij dat standpunt herzien, maar het gebeurt heel vaak dat iets op het moment zelf niet op waarde geschat wordt. Dennis werd daar ook de dupe van.”

Surf’s Up bewerkstelligde waar de groep in het algemeen en Dennis in het bijzonder al een tijdje vruchteloos naar gestreefd hadden: eindelijk werden The Beach Boys omarmd door de Woodstock-generatie, die in het voorgaande decennium nog met minachting de neus had opgehaald voor hun zonnige surfliedjes. Nu die ooit zo onbezorgd lijkende strandschuimers zich ook het hoofd braken over nijpende kwesties als het ecologisch evenwicht (Don’t Go Near The Water, A Day In The Life Of A Tree) en politioneel machtsmisbruik (Student Demonstration Time), konden ze op de universiteitscampussen wel een potje breken.

Boyd: “Hun image correspondeerde eind jaren zestig al niet meer met dat van het toenmalige rockpubliek. Ze traden trouwens ook in ‘71 nog steeds op in die witte pakjes en de groep had in dat veranderende tijdsgewricht gemakkelijk in de berm kunnen belanden. Dat was toen ook al gebeurd met zoveel andere sixties-acts.  Sunflower heeft pas mettertijd aan status gewonnen, maar het was Surf’s Up dat de crossover mogelijk maakte naar het publiek dat net als ikzelf vanaf het eind van de jaren zestig meer naar Cream, Jefferson Airplane en Hendrix was gaan luisteren.

Ik kocht de platen van The Beach Boys toen nog wel, maar ik viste ze uit de uitverkoopbakken. Toen Surf’s Up verscheen, leken The Beach Boys echter weer eigentijds en relevant te zijn. Ze werden opeens op FM-radio gedraaid! En het nieuwe publiek schreeuwde nu tijdens concerten net zo hard om Sloop John B en Help Me, Rhonda als de oude fans. Ze werden groter dan ze ooit geweest waren.”

Linett stelt niettemin terecht dat dit louter de gang van zaken in Amerika beschrijft. “In Europa en vooral in Engeland had de groep immers in al die jaren gewoon hun populariteit behouden. Toen Sunflower daar uitkwam, werd het zelfs onthaald als hun Sgt. Pepper’s.”

Waar Sunflower interne samenhang en consistentie vertoonde, maakte Surf’s Up een meer verbrokkelde indruk. Desondanks is het paradoxaal genoeg een meer beklijvend werkstuk gebleken, niet in de laatste plaats door de drie songs van Brian waarmee het album afsluit. Het niet minder dan magische titelnummer was bedoeld als een expressie van spirituele verlichting, maar laat zich nu beluisteren als het statement van een man die uit de zandbak van de jaren zestig kruipt en zijn ogen afschermt tegen het helle licht van een nieuwe realiteit.

“Dat was goedbeschouwd ook al het thema van Pet Sounds geweest,” zegt Boyd. “Er is zelfs een tijdje serieus sprake van geweest om de groepsnaam te reduceren tot simpelweg Beach, juist om die volwassenheid te benadrukken en zich zo van het oude image te ontdoen. Het is maar goed dat ze dat uiteindelijk toch niet gedaan hebben, want de oorspronkelijke naam had inmiddels een nostalgische marktwaarde gekregen.

Bovendien was er ondertussen een publiek ontstaan dat zowel Black Sabbath als Surf’s Up kon waarderen. Voor The Beach Boys betekende dat een ware wedergeboorte.”

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws