Hoe Bowie weer David werd

Vijf jaar na de dood van David Bowie verschenen twee box-sets die inzoomen op de muzikant en de man die hij rond de eeuwwisseling was: Brilliant Adventure, over de periode 1992-2001, en Toy:Box, het ‘spookalbum’ dat in 2001 onuitgebracht bleef. Menno Pot verkent de jaren waarin beginvijftiger Bowie lekker deed waar hij zin in had.

Tekst: Menno Pot

Foto’s: Frank Ockenfels en Nina Schultz

Hoe de vergaderingen met het platenlabel precies verliepen weten we natuurlijk niet, maar toch kun je wel enigszins reconstrueren en aanvoelen hoe de op dat moment 53-jarige David Bowie in de loop van het jaar 2000 zijn platenlabel Virgin/EMI tot wanhoop dreef.

Om te begrijpen hoe dat zat, moeten we terug naar 23 augustus 1999, de dag waarop een ontspannen Bowie (52) in het Manhattan Center in New York een aflevering opnam in de reeks Storytellers, een populair concertprogramma van muziekzender VH1. De formule: een popartiest speelt songs uit zijn of haar hele carrière en vertelt er verhalen bij.

Het was in zekere zin opvallend dat Bowie meedeed: terugkijken was niet zo zijn ‘ding’. Een paar jaar eerder had hij een deel van zijn fans nog verjaagd met de tamelijk compromisloze elektronische albums Outside (1995, formeel 1. Outside geheten) en Earthling (1997), waarop hij flirtte met industrial en drum ’n bass, het ratelende elektronische dancegenre met struikelbeats waarop niet te dansen viel, in die tijd ook vaak jungle genoemd. Little Wonder werd de dragende hit van die fase.

Je kon veel van Bowies flirt met drum ’n bass zeggen (dat deden de critici dan ook; de albums riepen nogal gemengde gevoelens op), maar Bowie plaatste zich er wel weer mee in de artistieke voorhoede, de voorste loopgraaf van de popmuziek waarin hij zichzelf al zo vaak opnieuw had uitgevonden.

Het contrast met Storytellers had niet scherper kunnen zijn. Het was een sfeervol retro-avondje. Op het podium zat een vrolijke David Bowie op een kruk met een gitaar op zijn bovenbeen, vertellend, jongensachtig keuvelend met zijn band. Hij zag er goed uit. Ze speelden oude songs, Bowie vertelde erover. Paradoxaal genoeg zat ‘m daarin nou net de vernieuwing: hij deed wéér iets dat hij nooit eerder gedaan had en dat weinigen van hem hadden verwacht.

Eén van de songs die hij die avond uitvoerde, was een oudje uit de prille begindagen van zijn muzikale loopbaan: Can’t Help Thinking About Me van David Bowie & The Lower Third, een beatsingle uit 1966, nauw aansluitend bij het mod-geluid van bands als The Who. Het was destijds de allereerste single waarop hij zich David Bowie noemde; op eerdere singles had hij zich nog Davie of Davy Jones genoemd.

Het publiek reageerde enthousiast op de stevig rockende bewerking van het liedje uit de oude doos. Na afloop drukte Joe Elliott van Def Leppard, die als enorme Bowie-fan bij het optreden aanwezig was hem op het hart dat hij dat vaker moest doen: zijn sixties repertoire afstoffen.

Die suggestie ontkiemde. In de maanden daarna besprak Bowie het regelmatig met Mark Plati, de nieuwe gitarist in zijn begeleidingsband: hij wilde een selectie maken van toffe nummers uit zijn beginjaren en die opnieuw opnemen met zijn huidige band.

Plati was enthousiast, werd aanjager van het project en wierp zich op als producer. Hoe meer ze erover nadachten, hoe meer hout het sneed. De liedjes die David Bowie in de tweede helft van de jaren zestig uitbracht, waren niet alleen vergeten door het publiek, ze klonken ook allemaal zoals popmuziek in die tijd nu eenmaal klonk: een beetje dunnig van productie. Hij had die singles met steeds wisselende begeleidingsbands opgemomen, zodat er geen gevoelsmatige samenhang tussen bestond.

Dat kon hij allemaal repareren op het album dat nu, in de zomer van 2000, in de maak was en Toy moest gaan heten: een selectie re-recordings, aangevuld met enkele nieuwe composities. Bowie nam de geselecteerde songs op met de muzikanten die in 2000 zijn begeleidingsband vormden: Earl Slick en Gerry Leonard op gitaar, Gail Ann Dorsey op bas, Mark Plati op gitaar óf bas (hoe het maar uitkwam), Mike Garson op piano, Sterling Campbell op drums, plus nog wat vocale en instrumentale hulptroepen. Ze waren zich in de eerste maanden van 2000 aan het voorbereiden op Bowies grote optreden op het festival van Glastonbury, die zomer. Tussen mei en oktober 2000 namen ze, tussen de bedrijven door, een paar dozijn liedjes op. De definitieve selectie voor Toy kon later wel worden gemaakt – en dan kon het album in 2001 verschijnen.

Er was maar één groot probleem: platenmaatschappij Virgin/EMI deelde Bowies enthousiasme voor het Toy-project niet.

Terwijl Bowie en Plati steeds geestdriftiger werden, werd het label steeds sceptischer. Nieuwe versies van oude liedjes… daar was toch geen hond in geïnteresseerd? Het label zag er geen commerciële potentie in. De zaken gingen slecht, zoals het álle platenlabels slecht ging: ‘downloaden’, ‘piraterij’, ‘kopiëren’, ‘internet’, het waren woorden die als een orkaan van paniek door de muziekindustrie gingen. Platenmaatschappijen trapten de rem diep in, de zogenaamde majors (zoals Virgin/EMI) voorop.

Maar nog los van de escalerende downloadcrisis was ‘commerciële potentie’ ook een heikel onderwerp geworden als het over David Bowie ging. Hij beleefde in 2000 bepaald geen commerciële glorietijd. In de vroege jaren tachtig was hij een superster geweest, triomfen vierend op de golven van Let’s Dance (1983) en zijn nummer 1-hits met Queen (Under Pressure, 1981) en Mick Jagger (Dancing In The Street, 1985).

Die tijd lag aan het einde van de jaren negentig ver achter hem. Het wat non-descripte album Black Tie White Noise (1993) was commercieel gezien nog redelijk succesvol geweest, maar over het nicheproject The Buddha of Suburbia (1993) haalde het publiek de schouders op. Hoewel Outside en Earthling door de critici waren ontvangen als geïnspireerde blijken van een creatieve wederopstanding hadden ze Bowie toch ook veel publiek gekost.

De opluchting bij Virgin/EMI was in 1999 groot geweest toen Bowie aankondigde dat hij op zijn nieuwe studioalbum Hours… zou terugkeren naar een meer vertrouwd rockgeluid. Opener Thursday’s Child werd gedragen door synthesizers, maar was toch ouderwetse Bowie: songs, opgenomen met een band, met veel stilistische verwijzingen naar de jaren zeventig.

Gelukkig maar, dacht het platenlabel, en de hoesfoto verbeeldde dat gevoel: de kortharige Bowie van Outside en Earthling werd uitgeteld (of misschien wel dood?) ondersteund door de heel wat vitaler ogende Bowie van 1999, met langer haar. Een rock-Bowie, zou je kunnen zeggen.

Maar toen Hours… op 4 oktober 1999 verscheen, sloeg de publiciteitsgolf snel dood. In Groot-Brittannië tikte het album met moeite plaats 5 van de albumlijsten aan en zakte het snel weer weg.

In de VS had Bowie een enorme reputatie, maar het elektronische experiment van Earthling was er niet zo in de smaak gevallen, met een magere plaats 39 als resultaat. Hoe hard Virgin/EMI Hours… ook probeerde te pluggen als de terugkeer van de Bowie die Amerika wilde horen; de 47e plaats was de eindhalte, een lelijke streep door de rekening van de noodlijdende platenfirma. Ook een land als Nederland lag er niet erg wakker van: plaats 31.

Hours… was een flop. En dan moest er nu geïnvesteerd worden in Toy, een album met herkauwde sixtiesliedjes? Bowie covert zichzelf? In de nazomer van 2000 kwam het hoge woord van de platenbaas eruit: Virgin/EMI maakte gebruik van het contractueel vastgelegde recht om het album, in elk geval voorlopig, niet uit te brengen. Toy was ‘shelved’: het ging op de spreekwoordelijke plank.

Bowies verontwaardiging bereikte de media en het grote publiek nauwelijks, maar in later jaren zou zijn oude partner-in-crime, producer en arrangeur Tony Visconti, in interviews uit de doeken doen hoe teleurgesteld en verbolgen Bowie over de beslissing van zijn platenlabel was. Zelf was hij wél blij met Toy.

Het gevolg liet zich raden: Hours… zou zijn laatste album voor Virgin/EMI zijn. Toen in juni 2002 Heathen verscheen, stond de naam van zijn eigen platenlabel ISO Records op de hoes en tekende Sony-dochter Columbia voor distributie en promotie.

Niet dat het label en artiest windeieren legde, overigens: Heathen was ongeveer hetzelfde commerciële lot beschoren als Hours… Rond de millenniumwisseling was de grote David Bowie warempel een beetje marginaal geworden…

Nu zijn er dus twee dure, prestigieuze box-sets over de ‘millennium-Bowie’, verschenen aan weerszijden van de jaarwisseling: de vijfde box van de Era-reeks, getiteld Brilliant Adventure (1992-2001) en de complete, over drie cd’s of zes lp’s verspreide Toy-sessies in Toy:Box.

Wacht even, horen we de sceptische consument denken: waarom zouden we die boxen moeten kopen? Brilliant Adventure bestrijkt een van de minst succesvolle perioden uit Bowies loopbaan en is gevuld met relatieve flops, terwijl Toy:Box de uitgebreide versie van een veredeld coveralbum is, dat destijds niet eens het uitbrengen waard werd geacht?

Logische bedenkingen, maar terecht zijn ze niet, al was het maar omdat je de schitterende Era-reeks gewoon helemáál wilt hebben. Alle geremasterde studioalbums uit de betreffende periode zitten erin, aangevuld met een informatief boekje, live-materiaal en een rijkdom aan onuitgebracht werk, van losse singles en bijdragen aan filmsoundtracks uit die jaren tot nooit eerder verschenen radiosessies en restopnamen. Ook Toy zit in Brilliant Adventure: als enkelvoudig album, zoals het in 2001 bedoeld was te verschijnen. Toy:Box is er, als het ware, de ‘deluxe’-editie van.

Bijna altijd werpen de Era-afleveringen een ander licht op David Bowie in de periode die aan de orde is. Brilliant Adventure doet dat ook. Plotseling wordt goed voelbaar wat een vruchtbare tijd de jaren 1992-2001 voor Bowie waren, hoe geestdriftig hij nieuwe wegen bewandelde en – het ontroert een beetje – hoe gelukkig hij was.

Aan het begin van de periode die door Brilliant Adventure wordt belicht, op 24 april 1992, trad Bowie in het huwelijk met het Somalisch-Amerikaanse fotomodel Iman. Ze zou tot het eind van zijn leven Bowies vrouw blijven, hij was stapelverliefd op haar. Samen hadden woningen in Londen, New York, Sydney en op het Caribische eiland Mustique. Ze vierden er hun huiselijke geluk.

In augustus 2000 werd hij voor de tweede maal vader (hij had al een zoon, Duncan). Bowie en Iman verwelkomden nu een dochter: Alexandria, of kortweg Lexi. Gedurende de zwangerschap had Bowie ontspannen aan Toy gewerkt. Hij was inmiddels de vijftig voorbij en zag er geweldig goed uit. Ineens ging je je ook realiseren wat een aardige man hij eigenlijk was. In interviews was het alsof we eindelijk mochten weten wie hij echt was.

In de Brilliant Adventure-periode werd David Bowie, meer dan ooit, ‘gewoon David’. Hij voelde zich primair liefhebbend echtgenoot en vader. Was niet langer Ziggy Stardust, The Thin White Duke, Major Tom of de onaanraakbare superster van de jaren tachtig. Hij was een ontspannen muzikant in de hopelijk lange herfst van zijn carrière. De dagen van verslaving en ophef lagen achter hem. David Bowie deed lekker waar hij zelf zin in had en leek zich over de ‘commerciële potentie’ van zijn werk rond 2000 niet druk te maken.

Zodra je je dat realiseert, ga je ook de muzikale rijkdom zien van wat hij in die jaren schiep. Ineens is The Buddha of Suburbia (1993) een heerlijk ongrijpbare soundtrack, waarop Bowie naar hartenlust experimenteert met pop en rock, maar ook ambient en jazz. Outside (1995) en Earthling (1997) sprankelen in hun elektronische eigenzinnigheid veel meer dan je onthouden had. Hours… is een onderschatte Bowie-plaat: stemmig, een beetje omfloerst en zonder hit, maar vol mooie songs van een muzikant die weer echt David Bowie wilde zijn, maar dan zonder het gedoe.

En ondertussen rockte hij lekker met zijn band, schavend aan zijn oudste liedjes, voor Toy.

Uit deze periode, 1999 om precies te zijn, dateert ook het legendarisch geworden interview met Jeremy Paxman in BBC Newsnight, over dat opwindende, maar in de ogen van de muziekindustrie toch vooral verontrustende fenomeen: het internet.

Het bestond al een paar jaar, maar beleefde in de tweede helft van de jaren negentig zijn grote publieke doorbraak en werd steeds massaler gebruikt voor het uitwisselen, downloaden en verspreiden van muziek. De muziekindustrie verkeerde in opperste staat van paniek, veel artiesten voelden zich ernstig bedreigd, maar tegenover Paxman toonde David Bowie zich juist enthousiast: álles zou door het internet veranderen, zei hij. Hij vond het schitterend en voorspelde (achteraf met grote visionaire precisie) op welke manier het internet de popmuziek zou veranderen.

“Het internet is de nieuwe vaandeldrager,” zei Bowie. “Oude monopolies bestaan niet meer. Wat ik heel interessant vind, is dat er een proces van demystificatie aan de gang is tussen artiest en publiek: het gaat niet meer om bepaalde, grote artiesten die voor de troepen uit gaan. Het draait om genres, om community. Het draait steeds meer om het publiek. Ik vind het, vanuit mijn perspectief, een ongelooflijk spannende en opwindende tijd.”

Interviewer Paxman wilde er niet aan: de scepsis droop van zijn gezicht. Daar zaten ze tegenover elkaar: een man die het internet zag als een fenomeen dat vooral veel kapot ging maken tegenover een visionair die er vooral de opwindende mogelijkheden van zag.

Bowie voegde de daad bij het woord. In de aanloop naar Hours… maakte hij muziek voor een computerspel van ontwikkelaar Quantic Dreams, Omikron: The Nomad Soul geheten. Hij en Iman spraken stemmen in voor het spel en werden digitale avatars in de Omikron-wereld, die ook online werd uitgevent. Het gros van de songs op Hours… zijn gebaseerd op die Omikron-muziek.

Bowie had in september 1998 zijn website gelanceerd: davidbowie.com, ook wel BowieNet genoemd. Waar de meeste artiesten nog een statische website hadden, trok Bowie alle registers open. Fans die zich registreerden, kregen toegang tot niet eerder verschenen muziek. Bowie organiseerde live-chats met fans en een heuse ‘Cyber Song contest’: hij zette een instrumentaal stuk muziek online en nodigde de fans uit er een songtekst bij te schrijven.

De winnende inzending zou door Bowie worden opgenomen en op Hours… verschijnen. Dat werd What’s Really Happening?, met songtekst van prijswinnaar Alex Grant. Nog vóór Hours… op 4 oktober 1999 officieel verscheen, konden fans het album al downloaden via BowieNet: een wereldwijde voorpremière. Bowies boodschap was duidelijk: internet is niet de vijand van de muziekindustrie, maar een nieuwe vriend. Vecht er niet tegen, maar omhels het. Het was inderdáád een Brilliant Adventure: in geen enkele andere periode van zijn loopbaan schoot Bowies creativiteit zo veel verschillende richtingen op. En dat internet?

Hij zou het een kleine 17 jaar later, in januari 2016, spectaculair inzetten om de wereld nog één keer totaal te verrassen: met een album over de dood (Blackstar, 8 januari), dat twee dagen, op 10 januari, een laatste groet bleek te zijn, een muzikale rouwkaart bij zijn overlijden aan kanker. Niemand had het zien aankomen; het moment was online tot in de puntjes geregisseerd door Bowie zelf.

Pas toen was zijn brilliant adventure echt voorbij.

Een kleurrijk overzicht | David Bowie (1947-2016)

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws