Een kleurrijk overzicht | David Bowie (1947-2016)

David Bowie is op 10 januari 2016 overleden en het is een groot gemis voor ons allemaal. De muziek van David Bowie zullen we nooit vergeten, maar hij was ook een zeer interessante persoon wanneer je met hem sprak. Hierbij een terugblik naar het interview met David Bowie in 2002.

Tekst: Jean-Paul Heck

Vlot draait hij zich om en drukt zijn twee handen om mijn uitgestoken hand. “Hi, I’m David, how are you?” Hier staat hij dan. Een van de grootste mysteries uit de popmuziek blijkt een alleraardigste en erg correcte man te zijn. Een popicoon van 55 jaar die op een uiterst luchtige en relativerende manier kan terugkijken op zijn bizarre leven in de schijnwerpers. “Ik ben het superster zijn voorbij”, meent hij zelf. Maar dat neemt niet weg dat hij nog steeds met dezelfde bevlogenheid van het ene in het andere project duikt. Het nieuwe album Heathen is zijn vierde in zeven jaar tijd. Een cd waarin de nodige elementen van de klassieke Bowie-albums uit vooral de jaren zeventig zijn verwerkt. Angst, onzekerheid, verlangen en religie zijn de bekende thema’s.

david bowie interview

David Bowie: van hel naar family man

Over dat laatste zegt hij: “Religie is voor mensen die in de hel geloven. Spiritualiteit is voor de mensen die daar zijn geweest.” En reken maar dat Bowie in de hel is geweest. Talloze drugs- en drankverslavingen, familiaire en relationele ruzies en zijn soms willekeurige liefde voor zowel vrouwen als mannen hebben hem meerdere malen op het randje van de afgrond gebracht.  Maar Bowie is de laatste jaren een echte family man geworden. Al meer dan tien jaar is hij gelukkig getrouwd met het voormalige Somalische fotomodel Iman en in 2000 werd onze Tin White Duke voor de tweede keer vader. Als muzikant klinkt hij echter nog even weerbarstig en daar heeft hij zo zijn redenen voor: “Ik ben een gelukkig mens, maar ik haat gelukkige albums. Ik heb er thuis geen eentje in mijn platenkast en ik zal er ook nooit eentje maken.” Soundz sprak uitgebreid met David Bowie in zijn thuishaven New York.

Heathen is gemaakt met je oude producer Tony Visconti achter de knoppen en de songs zouden op elke willekeurige Bowie-plaat uit de jaren zeventig kunnen staan. Dwaalden jullie gedachtes tijdens de opnamen nog wel eens af naar die tijd?

“Die momenten zijn er geweest, ja. Vooral tijdens de afwerking van de plaat. We herinnerden ons dat we in 1969 aan Space Oddity werkten. En dat we toen het idee hadden dat die plaat absoluut het beste was dat we in ons hadden. En toen Tony en ik de laatste hand aan Scary Monsters (And Super Creeps) [‘80] legden, ontdekten we dat elke song op die plaat een bepaalde diepe, onafhankelijke kracht had. Bij de afronding van Heathen kwamen diezelfde gevoelens allemaal weer naar boven. We waren de plaat aan het mixen, keken elkaar aan en zeiden dingen als: ‘Dit gaat absoluut een succes worden’. Dat zijn machtige momenten, want zoiets heb je mij de laatste vijftien jaar niet meer horen zeggen. Succes meet ik al lang niet meer af aan de verkoopbaarheid van iets. Ik denk alleen nog in termen als ‘creatief succes’. Ik moet je zeggen dat ik dit keer extreem benieuwd ben wat voor reacties Heathen zal opleveren. Ik ben zelfs lichtelijk nerveus.”

Voor de buitenwacht blijft de terugkeer van Visconti een verrassing. Jullie hebben na Scary Monsters nauwelijks nog contact met elkaar gehad. Zeker niet nadat je hem vlak voor de opnamen van Let’s Dance (’83) aan de kant zette voor Nile Rodgers.

“Dat was een beslissing die ik op dat moment vanuit een creatief oogpunt maakte. En om diezelfde reden zijn we nu weer samengekomen: we hebben talloze platen met elkaar gemaakt en die ervaring wilden we in Heathen stoppen, zonder dat we al te opzichtig terug zouden grijpen naar het verleden. Het mooie is dat Tony en ik tijdens de opnamen van Heathen geen enkel creatief gevecht met elkaar hebben uitgevochten. Ongelooflijk. Vroeger was dat wel anders. Toen we Low [‘77] opnamen, hebben we zowat iedere veldslag uit de wereldgeschiedenis nagespeeld.

Maar Heathen was een eenvoudige en zelfs prettige klus om te doen. Het is een album dat we bijna met z’n tweeën hebben gemaakt. Op een haast semi-amateuristische manier. De plaat is opgebouwd rondom demo’s en heel veel van die partijen zijn gewoon blijven staan. Ik vergelijk ons een beetje met hobbyisten die op zondag met duizenden lucifers urenlang bezig zijn om een kathedraal te maken. Die gasten doen dat alleen maar voor zichzelf.”

Op Heathen speel je opvallend veel instrumenten zelf. Wat dat betreft is de werkwijze te vergelijken met wat je deed op de plaat Diamond Dogs uit 1974.

“Het lijkt er heel veel op. En ook op Low heb ik veel zelf ingespeeld. Cello’s, saxofoon, gitaar, bas, vibrafoon, piano, percussie en een batterij synthesizers. Ik ben geen groots muzikant, maar ik denk dat ik een perfect gevoel heb voor stijl en vorm. Ik weet vaak precies wat een song nodig heeft om exclusief te klinken. Als ik een synthesizer bespeel, dan zal een specialist dat afdoen als amateurisme. Maar verdomd dat het werkt! Ik noem het mijn eigen ‘handmade kwaliteit’. Diamond Dogs, Low, Station To Station [‘76], Scary Monsters en nu ook Heathen hebben allen die specifieke kwaliteit.

Voor mij zijn dat ook de meest interessante albums. In de jaren zeventig wilde ik met elke plaat een ander landschap creëren van stijl en geluid. Ik wist precies wat ik wilde en daarom voel je nu nog steeds mijn enthousiasme uit de speakers blazen. Daarnaast heb ik een ondefinieerbaar instinct dat er voor zorgt dat ik altijd de juiste geluiden voor een album weet te vinden. Het is een soort ‘atmosferisch talent’.”

Ondanks je ‘atmosferische talent’ heb je telkens voor ieder album de hulp van een producer ingeroepen – en in het geval van Low, Heroes en Lodger zelfs een producer én iemand die zich speciaal met geluiden bezighield: Brian Eno. Zou je nu ook een plaat helemaal in je eentje kunnen maken? Ik bedoel, met jouw ervaring moet dat inmiddels toch lukken.

“Ja, misschien wel. Maar het is altijd prettig om iemand om je heen te hebben die het beste in je naar boven haalt. Tony Visconti is zo iemand. Zelf heb ik ook het vermogen om anderen boven zichzelf uit te laten stijgen. De collaboraties die ik met andere artiesten ben aangegaan leidden meestal tot hun beste werk. Ik weet dat ik daar erg goed in ben. Mijn goede vriend Lou Reed is mij eeuwig dankbaar voor het werk dat ik deed op zijn plaat Transformer [’73].

En ik kijk met heel veel plezier terug op de albums die ik samen met Iggy Pop maakte [The Idiot, Lust For Life en TV Eye]. Ik kan een bepaalde kracht in een muzikant naar boven halen en hem dwingen om die ook te gebruiken. Door mij komt zo iemand op hoogten waar hij nog nooit eerder is geweest. Ik houd daarvan, het geeft mij het idee dat ik soort regisseur ben.

“Tony is mijn regisseur als ik een plaat opnemen. Hij zorgt voor een veilige omgeving en dat is met mijn karakter erg belangrijk. Ik weet dat ik een middelmatige muzikant ben, maar hij zal mij nooit uitlachen. Tony Visconti is mijn veiligheidsnet en daarnaast is hij de beste arrangeur die er maar is. Ken je het laatste Mercury Rev-album All Is Dream? Ook zijn werk. Prachtig toch? Ik weet dat de kracht van die plaat door een groot deel wordt bepaald door de strijkersarrangementen van Tony.”

Tijdens de opnamen van Heathen kreeg je ook nog bezoek van Who-gitarist Pete Townshend, Foo Fighters-leider Dave Grohl en Moby, die een song mixte. Voor de gezelligheid of was daar nog een speciale reden voor?

“Pete had al eens meegespeeld op de song Because You’re Young van Scary Monsters. En voor Slow Burn wilde ik opnieuw die jagende ritmegitaar van hem horen. En wat Dave betreft: ik ben altijd een grote fan van Nirvana geweest en ik vond hun uitvoering van The Man Who Sold The World van een uitzonderlijk hoge kwaliteit. Kurt Cobain en zijn band begrepen de essentie van mijn werk. Daarnaast is Dave Grohl net als ik een enorme fan van Neil Young. Toen ik besloot om I’ve Been Waiting For You te coveren, dacht ik dus meteen aan hem.

We hadden ook nog een wereldberoemde toetsenman gevraagd om aan de songs te werken. Ik zal zijn naam niet noemen, maar hij kwam met allemaal van die moeilijke, geprogrammeerde geluiden aanzetten.

Het klonk eigenlijk veel te goed en het haalde het organische karakter uit de nummers. Ik had de songs op mijn eigen, wat klungelige manier ingespeeld op heel oude, niet voorgeprogrammeerde synthesizers die ik ook veel op oude platen als Space Oddity, Hunky Dory [‘72] en The Rise And Fall Of Ziggy Stardust [‘72] gebruikte. Die man deed daar nogal lacherig over. Maar ik heb natuurlijk gewoon mijn zin doorgedreven.”

Is het moeilijk voor jou om dingen van anderen aan te nemen?

“Nee, maar ik wil gewoon niets te maken hebben met die sfeer van negativisme en conservatisme die er vaak hangt rondom grote sterren die al meer dan dertig jaar bezig zijn. Een uitspraak als ‘dit gaat echt niet werken’ tolereer ik van niemand. Ik kan niet leven met een vooringenomen reactie die is gebaseerd op een bepaalde verwachtingspatronen. Het is de doodsteek voor elke vorm van creativiteit.”

Gebruik je ook manieren om creativiteit kunstmatig op te wekken?

“Ik nam en neem altijd beslissingen die niets van doen hebben met de technische mogelijkheden of onmogelijkheden van een studio. In de aanloop naar de opnamen probeer ik in een soort droomtoestand te komen waardoor ik in staat ben om de muziek puur te beoordelen op gevoelsmatige merites. Ik heb ooit gezegd dat ik mij op een schip waan en over de zee uitkijk. In de verte zie ik aan de horizon de mist optrekken. Dat soort trucjes gebruik ik al mijn hele leven. In het begin gebruikte ik daar cocaïne voor, later whisky en nu de genegenheid en het vertrouwen van mijn gezin.”

Van die drie lijkt drugs me toch het makkelijkst om in een droomtoestand te geraken.

[Lacht] “In de tijd van Low, Heroes en Lodger was het voor mij heel makkelijk, ja. Maar ik besefte ook heel goed dat ik hard op weg was om het volgende slachtoffer van de rock & roll te worden. Iggy en ik hebben elkaar uit het moeras getrokken en Brian Eno was degene die mij de inspiratie gaf om dat gevecht muzikaal vorm te geven. Hij contrasteerde compleet met mijn karakter. Ik was meer de schilder die om de haverklap met nieuwe kleuren op de proppen kwam, terwijl Brian constant de overtollige verf weghaalde. Maar veel mensen weten niet dat het Tony Visconti was die er voor zorgde dat het uiteindelijk ook werkte.”

Het is duidelijk dat Heathen raakvlakken heeft met je albums uit de jaren zeventig. Je laatste albums waren niet echt verkoopsuccessen, dus er zal snel gezegd worden: ‘Bowie gaat bewust terug in de tijd’.

“Dat besef ik als geen ander. Maar dat is een gevaar dat elk nieuw album van David Bowie met zich meebrengt. Het zou heel makkelijk zijn om een album te maken waarop ik de glamrock van Diamond Dogs, het innovatieve van Lodger of de funk van Young Americans [‘75] combineerde. Maar dat heb ik nooit geprobeerd. Op Heathen moest de ervaring en diepte te horen zijn van de dingen die ik in al die jaren heb gemaakt. In de teksten kijk ik niet terug, maar ik gríjp terug. Ik probeer niet iets opnieuw te doen maar ik negeer mijn verleden niet. De laatste tijd heb ik geprobeerd om met albums als Earthling [‘97] en Outside [‘95] buiten mezelf te treden en ik denk dat dat aardig is gelukt. Ik hoop dat de liefhebbers van mijn muziek nu in Heathen mijn levensvragen, mijn angsten en mijn spirituele invloeden terughoren.

Mensen moeten maar gewoon van me aannemen dat ik met Heathen nooit de bedoeling heb gehad om een plaat te maken die in het verlengde ligt van mijn vroegere werk. Het zou er alleen maar afbreuk aan doen. Ik ben al eens eerder in die val getrapt. Na het succes van Let’s Dance [‘83] heb ik mij laten verleiden tot een gemakzuchtige plaat als Tonight [‘84]. Ik had net een succesvolle tournee achter de rug [de Serious Moonlight-tour], ik was bezig met een film [Merry Christmas Mr. Lawrence] en ik had amper tijd gehad om nieuwe songs te schrijven.

Zoiets wreekt zich. Ik ging zonder concept de studio in. Eigenlijk was het album al muzikaal achterhaald toen het uitkwam. Daar was trouwens ook nog een andere reden voor: ik voelde mij in die tijd zielsgelukkig en dat geluk nam ik mee de studio in. Geluk is tussen de vier muren van een opnameruimte geen goede raadgever.”

De bizarre omstandigheden waaronder je Heathen hebt opgenomen, moeten wat dat betreft geholpen hebben. New York, september 2001…

“Klopt, hoewel we niet in New York zelf zaten toen die aanslag plaats vond. We waren in onze studio in het plaatsje Shokan nabij Woodstock. Het landhuis waarin we de studio hadden gebouwd stond op een heuvel en vanaf het terras kon je ’s avonds altijd een prachtige gloed boven New York zien hangen. Tijdens de opnamen heb ik de studio vrijwel niet verlaten. Terwijl Iman en mijn dochtertje thuis in ons appartement zaten, keek ik vanaf de berg naar die gloed boven New York.

Ik belde elke avond naar huis en als ik mijn dochtertje Alexandria aan de telefoon had, ging ik aan de rand van het terras staan en zwaaide naar haar terwijl ik door de telefoon gilde: ‘Ik zie jullie, papa is hier!’ Na de ramp kreeg die romantische lichtgloed natuurlijk een heel andere betekenis. Zeker als je het allemaal van een afstand bekijkt en je weet dat je gezin in die stad zit.

“We waren net bezig met de opnamen van I Would Be Your Slave. Daarvoor wilden we het Scorchio Quartet vanuit New York laten overkomen. Ze zouden op 13 september komen, twee dagen na de ramp dus. Het rare is dat ik in die song zing: Open up your heart to me/Show me who you are/And I would be your slave. De boodschap is eigenlijk een vraag aan God: ‘Geef mij een teken’. Nou, het instorten van de Twin Towers was niet bepaald het teken waar ik om had gevraagd. Twee leden van het Scorchio Quartet woonden om de hoek van het World Trade Center en dat gebied was in de dagen na de ramp een soort slagveld. Je moest je paspoort laten zien om de stad uit te kunnen komen. De sfeer was zo melancholisch, zo intens. Die dag verloor ik voorgoed het vertrouwen in de onschuld van de wereld.”

Zeker als je weet dat je vrouw Iman en je dochtertje op dat moment in de stad zijn. Je moet je compleet gek geworden zijn.

“Absoluut, gek van angst. Mijn vrouw stond in de keuken om een ontbijtje voor Alexandria te maken toen het gebeurde. Ik belde met haar omdat ik net op de televisie had gezien wat er was gebeurd. Tijdens dat telefoongesprek gilt ze: ‘Mijn God, er is een tweede vliegtuig het World Trade Center binnen gevlogen’. Het eerste wat ik toen riep was: ‘Get the fuck out, you are under attack’. Dat was mijn eerste reactie. Ik bedoel, ons appartement ligt in de wijk Little Italy op een kwartier lopen van het World Trade Center.

Iman heeft meteen Alexandria onder de arm gepakt en is naar vrienden gerend die tien blokken zuidwaarts in Manhattan wonen. De hele dag heb ik haar gebeld en bijna geëist dat ze naar de studio zou komen. Maar Iman heeft een bepaalde intuïtie voor dit soort dingen. ‘Dit zal niet nog eens gebeuren’, zei ze. ‘Lightning always strikes twice’. Die zin bleef ze maar herhalen. Drie dagen later is ze gewoon weer teruggegaan naar het appartement.”

Had je niet zoiets van: ik moet direct terug naar huis.

“Ik kon de stad onmogelijk inkomen en mijn gezin zat veilig bij vrienden. Pas na vier dagen ben ik naar New York afgereisd. Ik ben er een paar dagen gebleven en toen weer teruggegaan naar de studio. Ik moest Heathen afmaken. Ik ben een muzikant, weet je. En muzikanten zijn nogal egocentrisch ingesteld. Maar verder heb ik alles voor mijn gezin over, hoor. Toen ik voor de tweede keer vader werd, ben ik zelfs met roken gestopt om mijn vrouw niet in gevaar te brengen. In de jaren zestig en zeventig zou ik daar geen seconde over hebben nagedacht. Ik ben een socialer wezen geworden.”

Sindsdien heb je ook nooit overwogen om New York vaarwel te zeggen? Je hebt huizen zat.

“Nee, geen moment. Ik hou van die stad. Het is een fijne omgeving om kinderen op te voeden. De kwaliteit van het leven is hier perfect, een beetje ouderwets zelfs. De New Yorkers voelen zich erg verbonden met elkaar. Wat dat betreft is het niet te vergelijken met Londen. Een Londenaar vraagt echt niet op straat aan mij: ‘Hoe gaat het ermee?’ Hier wel en dan is het nog gemeend ook. Begrijp me goed, ik hou van Engeland en vooral van Londen. Heb zo’n zwak voor die stad, maar het is voor mij bijna onmogelijk om me daar nog in het openbaar te vertonen.

Ik ben er veel vaker dan de meeste mensen beseffen, maar ik moet mijn hoofd er wel letterlijk bedekken. Wil gewoon niet meer ’s ochtends wakker worden en er achter komen dat er een fotograaf onder mijn bed ligt. Dat zijn dingen die ik echt heb meegemaakt. Maar wie is er nu geïnteresseerd in de slaperige kop van een 55-jarige popster? Ik wil niet meer op de voorpagina van een roddelblad staan. Dat is een nachtmerrie.”

Je bent vader en al meer dan tien jaar getrouwd met dezelfde vrouw. Toch krijg ik bij het beluisteren van Heathen niet het idee dat je een gelukkig mens bent.

“Oh, maar ik ben heel gelukkig. Alleen vertoont mijn karakter nog steeds wat naargeestige trekjes. De ene dag kan ik in een euforische stemming verkeren, terwijl er de andere dag een donkere wolk van depressiviteit en ellende boven mijn hoofd hangt. Ik zoek nog steeds graag de stilte op en vecht in die stille uren tegen mijn demonen. En daar schrijf ik over.”

Ik hoorde je in de song Afraid zingen: I wish I was smarter/I wish I was taller…

“Ja, en dat is precies zoals ik me voelde op het moment dat ik dat schreef. Vroeger verschool ik me graag achter een andere identiteit om zelfvertrouwen te veinzen. Om een beter mens van mezelf te maken dan ik in feite was. Maar ik kwam er al heel snel achter dat dat helemaal niet nodig was, omdat het menselijk ras in zijn geheel eigenlijk niet zo heel veel voorstelt – al heb ik die stelling de laatste jaren wel weten te nuanceren. Maar goed, dat doe ik dus al een hele tijd niet meer. Nu praat de echte David Bowie. I don’t want to be a faker no more.”

Over Outside werd anders ook gezegd dat je je een ander personage had aangemeten.

“Dat vond de media, ja. Maar dat is onzin. Een jaar of zeven terug was ik erg gefascineerd door New Yorkse kunstenaars die macabere aspecten in hun werk naar voren lieten komen. Dat gegeven wilde ik vermengen met de kennis die ik had over klassieke monsters zoals de Minotaurus. Daarvoor ontwikkelde ik fictieve personages die leefden in een fictieve stad. In feite plaatste ik de stad die ik op Diamond Dogs beschreef in deze tijd. Op mijn laatste album Hours… keerde ik weer terug naar de persoon Bowie, zonder dat het autobiografisch werd. Er staan songs op die ik schreef voor mijn generatie. Heathen is veel persoonlijker.”

Veel mensen zullen zich afvragen waarom een grote ster als Bowie het nodig vindt om twee covers (I’ve Been Waiting For You van Neil Young en Cactus van The Pixies) op zijn nieuwe album te zetten.

“Omdat ze mijn eigen songs versterken. Het past allemaal precies in elkaar en daardoor maken ze de plaat af. En daarbij heb ik het altijd geweldige nummers gevonden. Toen ik I’ve Been Waiting For The Man voor het eerste hoorde raakten de tekst en de melodie mij frontaal. Ik weet nog dat die lp in 1969 uitkwam. Er stond een afschuwelijk geschilderd portret van Neil op de cover, maar toen ik de plaat op de speler legde, besefte ik wat een fantastische muzikant hij was. De diepte van zijn lyrics en de opbouw zijn fenomenaal.”

Zegt de tekst misschien ook iets over je eigen leven? Met je vrouw Iman als de reddende engel waarop je altijd hebt gewacht?

“Misschien wel, ja. Maar ik had ook haar reddende engel kunnen zijn hoor, haha. With the feeling of losing once or twice… Nou, Iman is in haar leven ook wel een paar keer de draad kwijt geweest. Wat dat betreft kunnen we elkaar de handen schudden. Dat is ook de reden waarom wij zo’n sterke band hebben.”

Als je Heathen afzet tegen de rest van je oeuvre, hoe hoog schat je deze nieuwe plaat dan in?

“Eerlijk gezegd vind ik de songs die ik voor Heathen heb geschreven de beste die ik sinds jaren heb gemaakt. Het concept van Outside is prima en ook naar Earthling en Hours [‘99] kan ik nog erg goed luisteren. Maar ik durf gerust te stellen dat de nieuwe liedjes kunnen wedijveren met de beste dingen die ik voor Scary Monsters en Diamond Dogs schreef. Songs als Slip Away, Slow Burn en Everybody Says ‘Hi’ hebben een eigen leven en… Kijk, ik heb mezelf nooit gezien als een songwriter in de traditie van een Bob Dylan of Neil Young.

William Burroughs leerde mij ooit: ‘David, je mag jezelf pas een schrijver noemen als je in staat bent om de rest van de wereld in mist te laten op gaan’. Wel, nadat ik de songs voor Heathen had geschreven en opgenomen, durfde ik voor het eerst hardop te zeggen dat me dat gelukt was. ‘Wauw, ik ben een songwriter!’ Als ik nu achter mijn computer zit om een tekst te schrijven, wordt het leven als vanzelf op het tweede plan gezet en dat heb ik nooit eerder gehad. De nieuwe liedjes had ik tien jaar terug niet kunnen schrijven.

Vaak vond ik dat er wat diepte ontbrak in mijn werk. Het lijkt wel of ik een vlies doorbroken heb. Pak Afraid of I Wanna Be Your Slave, dat vind ik nu al twee Bowie-klassiekers. In het verleden slaagde ik er in om per album maar één of hoogstens twee van die topnummers te schrijven. Heathen staat er vol mee. Ik heb echt het gevoel dat ik de komende jaren mijn beste werk ga maken en dat heeft niets met opportunisme te maken.”

Heb je daar een verklaring voor?

“Misschien is het mijn nieuwe vaderschap. Door de komst van Alexandria heb ik een psychologische omslag gemaakt. I Demand A Better Future gaat over het gevoel dat een vader heeft. Er klinkt ook een soort wanhoop in door. Ik ben 55 jaar oud en zij is pas 21 maanden. Dan ga je toch rare dingen in je hoofd halen. Want wie gaat er voor haar zorgen als ik er niet meer ben? Dat zijn de dingen die mij nu echt bezighouden. Ik heb zoiets van: God, dat is jouw taak! En die taak zul je ‘fucking’ goed moeten uitvoeren. Trek daarom om te beginnen maar eens de stekker van die wereldwijde geweldsmachine uit het stopcontact.”

Je zegt net zelf dat je privé heel gelukkig bent, maar om je heen lijkt de wereld er slechter aan toe dan ooit. Is dat geen bizar contrast?

“Héél bizar. Ik heb ooit gezegd dat ik mijn hoofd waarschijnlijk al lang in de oven had gestoken als ik Iman niet had ontmoet. Dat vind ik nog steeds. Op 6 juni zijn we tien jaar getrouwd en het zijn de beste jaren van mijn leven geweest. De wereld is een puinhoop en zonder iemand naast je die je kunt vertrouwen ben je eigenlijk verloren. Ik ben van nature een behoorlijk depressief mens. Ik had mij van het nieuwe millennium iets heel anders voorgesteld, ik dacht écht dat er iets zou veranderen. Maar we zijn als kreupelen de 21ste eeuw binnen gestrompeld. Het is afschuwelijk. Dat gedoe in Afghanistan, het probleem tussen Palestina en Israël waar nooit een einde aan lijkt te komen, die talloze andere zaken die door de media angstvallig stil worden gezwegen…

En daar dwars tegenover staat dan mijn eigen kleine geluk. Mijn leven is op dit moment een soort parallel universum. Ik heb een gelukkig gezinsleven en creatief zit ik op mijn top. Het is zo perfect in balans dat ik er weleens bang van word.”

Hoe slechter het met de maker zelf ging, hoe beter zijn platen werden. In talloze bizarre vermommingen zweefde David Bowie door de jaren zeventig op een roze wolk met witte stippen. En hij liet een wereld achter die nooit meer hetzelfde zou zijn.

Een kort en kleurrijk overzicht van David Bowie

David Bowie

1967 – 1971  Ster In Een Jurk

  • David Bowie/Space Oddity/The Man Who Sold The World

“Mijn eerste platen waren signalen van latente muzikale potentie. Een combinatie van onschuld en onbenulligheid”, zegt David Bowie anno 2002 over zijn eerste stappen in de muziekwereld. Die onschuld raakt hij al snel kwijt als hij eind 1969, net na de release van Space Oddity, een remedie vindt voor zijn kiespijn: LSD. Vanaf dat moment slaat de waanzin toe. Zijn gitarist Mike Ronson uit die tijd: “David was er absoluut zeker van dat hij werd achtervolgd door mannen van Mars.” Ook op aarde groeit het aantal Bowie-volgelingen en zijn populariteit strekt zich uit tot over de Atlantische Oceaan.

In 1970 verschijnt voor het eerst een interview met hem in de Rolling Stone, waarin de Engelse zanger spottend vergeleken wordt met actrice Lauren Bacall. Muzikaal slaat hij terug met de plaat The Man Who Sold The World. Op de hoes ligt Bowie in jurk op een sofa, een shockerende uiting van androgyn gedrag die hij niet alleen voorbehoudt voor zijn art work of shows. “Als hij bij mij in de auto stapte, leek het wel of de koningin binnentrad”, weet zijn toenmalige chauffeur. The Man Who Sold The World is een donkere plaat vol onheilspellende teksten die qua productie verder volledig aan de ster voorbij gegaan is.

“Ik heb die plaat als een chronisch verslaafde gemaakt. Ik was in die tijd volledig verslaafd en was meer op zoek naar het gevoel van sensatie dan naar kwaliteit van de muziek.” Later zullen mensen zoals Kurt Cobain en Boy George The Man Who Sold The World echter uitroepen tot een van de invloedrijkste albums in de popgeschiedenis. Het publiek ziet dat anders. Zijn derde album flopt volledig. Blij wordt Bowie alleen van de geboorte van zijn zoontje Zowie in de zomer van 1971.

1971 Uit De Kast

  • Hunky Dory

Met zijn nieuwe, hoogst ambitieuze manager Tony Defries aan zijn zijde beseft Bowie terdege dat hij zich meer moet gaan bemoeien met de creatieve kant van zijn carrière. Met de latere Yes-toetsenman Rick Wakeman haalt de zanger naast de instinctief spelende Ronson de nodige melodie en creativiteit in huis. Hunky Dory, dat in december 1971 uitkomt, wordt dan ook een zegetocht voor Bowie. De New York Times ziet hem als ‘de meest intellectuele en briljante artiest tot nu toe die de langspeler gebruikt om zijn gevoel voor kunst en stijl uit te drukken’.

Bowie zelf is ook apetrots. “Het is de eerste keer dat er mensen naar mij toe kwamen en me feliciteerden met de songs die ik had geschreven. Dat had ik nog niet eerder meegemaakt.” Het is ook het album waarop Bowie voor het eerst durft uit te komen voor zijn gevoelens voor mannen. Angie Bowie zal later bekennen dat beiden het bed deelden met zowel mannen als vrouwen. In de Engelse Daily Mirror roept Bowie: “Ik ben homofiel.”

1972  – 1974 De Kameleon

  • Ziggy Stardust/Aladdin Sane/Diamond Dogs

Hoe kunst en banaliteiten samen kunnen gaan bewijst Bowie uiteindelijk op The Rise And Fall Of Ziggy Stardust dat in juni 1972 uitkomt. Met rood haar, een gepoederd en gestift gezicht en een bizar Star Trek-pak speelt hij de exotische decadentie, gepersonifieerd door zijn alter-ego Ziggy Stardust. “Ik verzon het imago van een volledig geloofwaardige rockzanger die een verbond had gesloten met God en buitenaardse wezens. Sterker nog, mijn imitatie was beter dan die van The Monkees. Mijn rock & roller was meer plastic dan alles daarvoor en dat was precies wat die tijd nodig had.”

Lang zal Ziggy niet leven, want begin 1973 introduceert Bowie alweer een nieuw personage. Eigenlijk is Aladdin Sane dezelfde figuur als Ziggy Stardust, maar dit keer reist hij door de VS. “Als reactie op de oppervlakkigheid van het touren door Amerika”, aldus Bowie. “De liedjes op de plaat waren oké maar ik heb ze nooit goed uit kunnen werken.” In 1973 maakt hij het tussendoortje Pin Ups (met louter coversongs) en hij verzint de titel voor een nieuwe lp die nooit zou uitkomen: The Best Haircut I Ever Had.

Ook ontmoet hij beatdichter William Burroughs, wiens invloed samen met die van George Orwell aan de basis ligt van de plaat Diamond Dogs. “Het gaat over een stad in verval. Een stad waarin de jongeren geen thuisbasis hebben maar als gangs op de daken van huizen leven en in feite de stad in hun bezit hebben.” Bowie produceert de plaat zelf en bespeelt ook het merendeel van de instrumenten. “Ik kwam tijdens de opnamen voor het eerst in aanraking met cocaïne en dat had zo zijn uitwerking. Diamond Dogs is het product van al mijn obsessies en gekten.” De zin ‘Is it nice in your snowstorm/Freezing your brain?’ uit de song Sweet Thing zegt genoeg.

1975 –1976 Doorbraak In Amerika

Young Americans/Station To Station

Ondanks de artistieke impact van Diamond Dogs is het Bowie nog steeds niet gelukt om écht door te breken in de VS. Daar moet verandering in komen met Young Americans. “Ik luisterde als kind heel veel naar Live At The Apollo van James Brown. Mijn ontmoeting met die in de huisband van de Apollo speelde deed de rest.” Met gelouterde sessiejongens, zoals bassist Willie Weeks, saxofonist David Sanborn en de Puerto Ricaanse-gitarist Carlos Alomar, aan boord laat Bowie zich van zijn meest funky kant zien.

Samen met John Lennon componeert hij het nummer Fame, dat hem eindelijk een superster in Amerika maakt. Achteraf blijkt Bowie echter niet erg gelukkig met Young Americans. “Als ik als tiener die plaat in mijn handen had gekregen, dan was die zeker in de vuilnisbak beland.” De cocaïne begint inmiddels een steeds grotere invloed op zijn denken te hebben. In 1975 wordt hij zo paranoia dat hij denkt dat zijn naaste medewerker John Dove een CIA-agent is. Hij laat zijn voornaam David vallen, stort zich op de occulte en wil voortaan alleen nog zijn eigen lichaamssappen drinken.

Zo vriest hij zijn eigen urine in om het ontdooide goedje een paar dagen later op te drinken. Reden: hij wilde alleen nog zijn eigen lichaamssappen drinken. In Hollywood neemt hij Station To Station op, een feit dat hij later zelf uit de boeken heeft moeten vernemen. “Als ik naar Station To Station luister, lijkt het wel een product van een ander persoon.” Dat klopt, want dit keer speelt hij Thin White Duke. En dat nieuwe alter-ego heeft een meesterwerk afgeleverd dat het beginpunt zal zijn van een nieuwe fase in Bowie’s leven.

1977 – 1979 De Berlijnse Trilogie

  • Low/Heroes/Lodger

Als Bowie in april van 1976 in Berlijn speelt en allerlei voormalige Nazi-bolwerken bezoekt, schaft hij een zwarte Mercedes aan waarmee hij zich de rest van de tour door Europa laat rijden. Een foto waarop hij de Hitlergroet geeft, brengt de wereld in rep en roer. “Ik was compleet gek en liet me sturen door mijn obsessie voor mythologische figuren.” Tijdens deze tour ontmoet hij Roxy Music-toetseman Brian Eno. Hij besluit om met hem zijn nieuwe plaat Low op te nemen in Berlijn. De redenen zijn duidelijk: hij wil weg uit de VS waar hij volledig is ondergesneeuwd.

Bowie: “De laatste keer dat ik in Amerika was snoot ik een keertje mijn neus en de helft van mijn hersenen kwamen naar buiten.” De verhuizing betekent ook de definitieve breuk met zijn vrouw Angie. Berlijn ademt een sfeer uit die verdomd veel lijkt op datgene wat hij eerder op Diamond Dogs beschreef. En hij ontdekt elektro-pioniers Kraftwerk. Bowie: “Zij gaven mij het idee wat muzikaal surrealisme precies inhield.” De coke-loze Bowie kent een enorm productief jaar.

In 1977 tourt hij anoniem door Engeland als toetsenman van vriend Iggy Pop, hij produceert diens plaat The Idiot, evenals Devo’s Q: We Are We Not Men? A: We Are Devo! Verder doet hij een duet met Bing Crosby en neemt hij ook nog eens het album Heroes op – opnieuw in Berlijn. “Low en Heroes waren de lofzang voor mijn eigen redding”, meent Bowie nu. Het opvallend opgewekte Lodger uit mei 1979 completeert de Berlijnse trilogie, al wordt de plaat daadwerkelijk opgenomen in Zwitserland en New York.

1980  De Weg Naar Het Grote Publiek

Na de definitieve scheiding van Angie besluit Bowie om een plaat te maken met zoals hij het zelf zegt ‘enige commerciële potentie’. “Er zat een behoorlijke dosis positivisme in mijn lijf toen ik Scary Monsters (And Super Creeps) maakte. In de songs heb ik de demonen uit mijn verleden uitgeleide gedaan. Het is mijn meest persoonlijke werk. Ik laat de luisteraar voor het eerst toe in mijn verleden.” In de maand van de release speelt Bowie op Broadway de hoofdrol in The Elephant Man. In december 1980 is ook een zekere Mark Chapman bezoeker van de voorstelling.

Na het zien van The Elephant Man schiet hij John Lennon dood voor diens appartement. Scary Monsters staat op dat moment overal hoog in de hitlijsten en veel van zijn vroege fans zien de plaat als Bowie’s creatieve slotakkoord. Drie jaar verovert hij het grote publiek met Let’s Dance.

De twee nieuwe verrassingstracks die gereleased zijn met oude opnames van David Bowie:

 

 

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email

Meer nieuws