Tekst: Sebastiaan Quekel

Het concert van Arcade Fire is nog geen tien minuten bezig of het kippenvel staat al bij iedereen in Ahoy duimendik op de armen. Prachtig is het moment wanneer zanger Win Butler zijn kenmerkende hoed af zet, richting de microfoon loopt en compleet uit het niets megahit Rebellion (Lies) opdraagt aan Eberhard van der Laan, de burgemeester van Amsterdam die de strijd tegen kanker vorig jaar moest opgeven. "We hoorden dat dit zijn favoriete nummer was, dus wij willen het vanavond graag voor hem zingen.”

Het eerbetoon aan Van der Laan – klein gebaar, maar met enorme impact - blijkt slechts een van de vele hoogtepunten van de avond. Het begint al meteen in de eerste minuut: een sportcommentator kondigt de bandleden op heerlijk overdreven wijze  als onverslaanbare bokskampioenen aan. Butler en de zijnen verschijnen helemaal achterin de zaal en huppelen met de handen omhoog dwars door de mensenmassa. Onderweg geven zij hun grootste fans wat highfives, terwijl zogenaamde lijfwachten er alles aan doen om hen op afstand te houden. Pretentieus? Misschien, maar alles gebeurt met een knipoog.

De zowel geliefde als gehate boksring, die in het Sportpaleis in Antwerpen middenin de zaal stond, is voor het optreden in Rotterdam thuis gebleven. Gelukkig, want die show – waarbij veel Nederlanders aanwezig waren - voelde in alle eerlijkheid een beetje afstandelijk en onpersoonlijk aan. Het contrast in Ahoy is dat wat betreft immens. Het heerlijk enthousiasme en de ongebreidelde energie van de band is tot achterin de zaal voelbaar. Rots in de branding is Win Butler: onvermoeibaar als hij is springt hij op verhogingen, danst met zijn immer breeduit grijnzende vrouw Régine en verschijnt meer dan eens op het piepkleine podiumpje in het midden van de zaal.

arcade fire foto 2

 Niet alleen hij is op de top van zijn kunnen, ook bij de rest spat de energie van het podium. Bassist Will Butler blijkt minstens zo gestoord als zijn broer, ramt met harde slagen op de snaren van zijn basgitaar en speelt al springend en zwaaiend op zijn tamboerijn. Multi-instrumentalist Richard Reed Perry is nog zo’n belangrijke factor, deze man staat werkelijk overal, speelt bijna elk instrument dat op het podium staat en blijkt de grootste knuffelbeer van de band te zijn. De beeldschone Sarah Neufeld is minstens zo talentvol en zwiert met haar viool alsof het haar laatste avond is.

Ga je naar Arcade Fire, dan weet je kortom niet waar je moet kijken. De visuals hebben hier een belangrijk aandeel in, die staan namelijk in de meeste gevallen in dienst van het nummer. De twee lichtmasten aan de zijkanten van het podium zorgen voor fraaie aangezichten. Dat is vooral zo tijdens het verstillend mooie My Body Is A Cage, waarbij Butler heel toepasselijk achter een tralies lijkt opgesloten. Het zwoele Put Your Money on Me baadt de zaal in een groene gloed, terwijl de Ahoy even later met het schip ten onder lijkt gegaan rtijdens het ultraschattige Electric Blue. Een discobal die boven de hoofden van het publiek zweeft licht in alle kleuren op tijdens het broeierige Here Comes The Night Time: in Antwerpen futloos en langdradig, hier een knaller van jewelste.

Niet stoppen totdat iedereen in de Ahoy knock-out ligt, dat lijkt het devies deze avond. Op steenworpafstand lijkt dat goed te lukken, maar achterin de zaal vervallen veel luisteraars in luidruchtig geklets. Vooral tijdens de ballads - zoals het hartverwarmende We Don't Deserve Love, waarbij Butler in het midden van de zaal een karaoke-versie opvoert - kan men het niet laten om er hardop doorheen te praten. Wat ons betreft kunnen die ‘lul niet lolly’s, een initiatief van Nederlandse poppodia om luidruchtige concertgangers de mond te snoeren, niet snel genoeg komen.

Gelukkig zijn deze storende momenten op één hand te tellen: Arcade Fire knalt met hun gelaagde, maar snoeiharde muziek als een straaljager door de geluidsbarriére. Uitstekend voorbeeld is het nummer Reflektor, dat in Ahoy uitgroeit tot een explosief en psychedelisch meesterwerk. Even later flikt Arcade Fire hetzelfde kunstje met Creature Comfort: op de plaat lang niet zo bijzonder, maar live mondt het nummer uit in een geweldige euforische ervaring.

Na twee uur spelen duiken de bandleden springend, puffend en hijgend de coulissen in, om vervolgens op weergaloze wijze het concert af te sluiten. Drie bisnummers krijgt Rotterdam in totaal, maar vooral afsluiter Wake Up zet de zaal voor een laatste keer in vuur in vlam. Zo eindigt het concert precies zoals het begon: bombastisch, spectaculair maar vooral muzikaal briljant. Arcade Fire is een stadionrockband van wereldklasse geworden.

Arcade fire foto 1

Beeld: Ans van Heck Photography

Zoeken

Laatste concertverslagen