Blakend van het zelfvertrouwen overrompelde Editors gisteravond de Ziggo Dome met een rockshow die ze nooit eerder gaven, vol zwartgallige teksten, donkere elektronica en een frontman die zó op ging in de muziek dat het in de spectaculaire bisronde even helemaal fout leek te gaan.

Door: Sebastiaan Quekel

Met Editors weet de Ziggo Dome inmiddels wat het in huis haalt: een stadionrockband van formaat, die iedere keer weer overweldigende rockshows levert, vol messcherpe hits, knallend vuurwerk en een dolgedraaide frontman, die met zijn theatrale bewegingen de fans in opperste staat van vervoering weet te brengen.

Dat ze dat kunnen is geen publiek geheim, maar in de Ziggo Dome laten de Britten zich van een hele andere kant zien. Zanger Tom Smith, gestoken in een lange zwarte jas, graaft tot diep in zijn ziel en gaat al meteen bij de opener helemaal op in de muziek. Hallelujah (So Low) komt met de donkere elektronica en een moddervette Muse-riff als een sloopkogel binnen, waarin Smith met zijn zweverige armbewegingen de vuurpijlen zelf een kant op lijkt te sturen.

Het zijn de dingen die Smith als frontman kenmerken. Voor hem werken de obligate praatjes met het publiek niet. De Ziggo Dome moet het doen met een aantal keer ‘dankjewel’ op zijn beste Nederlands en wat handkusjes hier en daar, maar voor de rest laat de Brit zijn podiumcharisma het werk doen. Met effect. Tijdens Darkness At The Door slingert Smith als een reptiel over de catwalk, geeft handjes aan de fans op de eerste rij en ontroert hen met die heerlijke kopstem. 

Het blijft een genot Smith bezig te zien. Nee, een troetelbeer als Guy Garvey, die voor het persoonlijke oogcontact gaat, zal hij nooit worden, maar zelfs de grootste criticaster kan niet ontkennen dat hier een frontman van formaat op het podium staat. Dat komt vooral door zijn stem, die in de lage, donkere nummers aan Nick Cave doet denken. Het melodramatische Violence ontpopt zich met zijn sombere refrein en dreigende electro dan ook tot een hoogtepunt in de show. Vooral de wijze waarop de zinderende climax langzaam overgaat in de intro van het net zo donkere No Harm, is subliem.

Halverwege het concert sluit de Editors tijdelijk de hellepoort om zich te storten op het wat meer positievere geluid uit hun repertoire. Oude publieksfavorieten van de eerste twee albums volgen elkaar opeens in rap tempo op. Je zou zeggen dat Editors juist deze nummers het meest onder de knie heeft, maar opvallend is dat juist in deze fase het meeste fout gaat. De intro van An End Has A Start valt bijvoorbeeld door geluidsproblemen volledig in het water, en in Lights maken de afstandelijke gitaristen er al helemaal een potje van.

Terug naar recenter spul verkeert Editors weer in bloedvorm. Het stuiterende Eat Raw Meat = Blood Drool laat de fans massaal met de armen meezwaaien, en het melancholische Nothingness (met die prachtige Elbow-zanglijnen) legt zelfs de grootste criticasters in de zaal het zwijgen op. Sugar, nog zo’n machtig moment. Echoënd als een spook brengt Smith middenin een vuurzee de hele Ziggo Dome in vervoering.

Dan, in de finale, flikt Editors het om het publiek tot aan de bissen helemaal mee te krijgen. Het aanstekelijke Cold gaat gepaard met een confettibom, en Magazine en Papillon laten de zaal voor het eerst compleet op en neer deinen. Even later, in het meeslepende Marching Orders, dreigt de finale even in de soep te lopen als Smith – helemaal in zijn element - zijn microfoon laat vallen en het geluid abrupt verstoord wordt.

Maar het duurt niet lang of Smith herpakt zich en geeft de pakweg 16.000 aanwezigen alsnog een finale die het concert verdient: overdonderend, meeslepend en opnieuw vol vuurwerk en confetti. Op naar Pinkpop!

Zoeken

Laatste concertverslagen