George Ezra bewijst zichzelf in uitverkocht Paradiso

Tekst: Christian Sier

Beeld: Ans van Heck Photography

We hebben lang moeten wachten op nieuwe muziek van singer-songwriter George Ezra: vier jaar maar liefst. Hij heeft met reden zo lang op zich laten wachten, want de zanger haalt de inspiratie voor zijn songs vooral uit lange rondreizen door Europa. Tijdens zijn uitverkochte concert in Paradiso wisselt hij oude en nieuwe nummers af met amusante anekdotes en neemt hij zijn publiek mee op zonvakantie.

Nieuwe muziek, nieuwe band

Op zijn onlangs verschenen tweede album Staying At Tamara’s heeft de blues plaatsgemaakt voor zomerse indie-pop gericht op een breder publiek, maar de diepe zangstem van de 24 jaar oude artiest klinkt nog net zo zalvend als op zijn debuutplaat. Dat is live ook het geval, zeker bij de lagere stempartijen. Sluit je ogen en je hoort een bejaarde gospelpriester uit Jackson, Mississippi. Ook de andere muzikanten zijn in vorm. George heeft zijn begeleidingsband moeten uitbreiden voor het nieuwe materiaal, want songs als Don’t Matter Now en Get Away zitten vol toetsenloopjes en blaaspartijen. Hoewel de zanger zich niet laat overschaduwen door zijn nieuwe Wall of Sound, verliezen oudere nummers als Barcelona wel iets van hun schoonheid door die penetrante orgels en trombones. Over het algemeen is de band echter goed ingespeeld op de dynamiek van Ezra.

George de verhalenverteller

Ook op het gebied van interactie met het publiek is George enorm gegroeid. In interviews sprak hij openlijk over de angststoornis waar hij in vlagen aan lijdt, maar gaf hij ook aan nergens last van te hebben wanneer hij bezig is met muziek maken. Van het ietwat verlegen mannetje van vier jaar geleden, is in ieder geval niets meer over. De aandoenlijke Brit lacht naar zijn publiek en lijkt zich enorm op zijn gemak te voelen, alsof hij op het verjaardagsfeestje van zijn tante aan het spelen is in plaats van in een Amsterdamse poptempel. Tussen de liedjes door neemt de kersverse showman George de tijd om te vertellen hoe en waar zijn nieuwste creaties tot stand zijn gekomen. Zo schreef hij de melodie van zijn hitsingle Paradise terwijl hij ziek op bed lag en bedacht hij de tekst van het optimistische Pretty Shining People tijdens het mensen kijken in een park in Barcelona. Ezra’s verhaaltjes maken de liedjes een stuk interessanter: je gaat beter naar de teksten luisteren. Het is een verademing om te kijken naar een artiest die de tijd neemt om iets over zijn muziek te vertellen, zeker in vergelijking met al die artiesten die zo snel mogelijk hun setje afronden en weer naar huis gaan.

Meezingconcert

De setlist van het concert is gevarieerd en komt langzaamaan op gang. Het zwaarste lied van de set, het in samenwerking met First Aid Kit geschreven lied Saviour, is handig ingedeeld tussen twee vrolijkere songs. Het hoogtepunt van de avond is het Paul Simon-eske Shotgun, een track die live een heel andere dimensie krijgt ten opzichte van het album. Eigenlijk zijn alle liedjes van het optreden meezingers, zonder geschreven te zijn als potentiële Top-40 hits.

Muzikant van de toekomst

De toegift bestaat uit een cover van These Days van de Engelse danceformatie Rudimental, gevolgd door het blues-achtige Leaving It Up To You. Als afsluiter speelt hij zijn monsterhit Budapest, waar het allemaal mee begon. Met dit concert laat George Ezra zien dat hij het stadium van eendagsvlieg eindelijk is gepasseerd en klaar is voor een glansrijke muziekcarrière. Op 30 oktober komt hij terug naar Nederland voor een concert in de veel grotere AFAS Live: de perfecte gelegenheid om te bewijzen dat George Ezra en zijn muziek echt toekomstbestendig zijn.

george ezra foto

 

Editors - Ziggo Dome

Blakend van het zelfvertrouwen overrompelde Editors gisteravond de Ziggo Dome met een rockshow die ze nooit eerder gaven, vol zwartgallige teksten, donkere elektronica en een frontman die zó op ging in de muziek dat het in de spectaculaire bisronde even helemaal fout leek te gaan.

Door: Sebastiaan Quekel

Met Editors weet de Ziggo Dome inmiddels wat het in huis haalt: een stadionrockband van formaat, die iedere keer weer overweldigende rockshows levert, vol messcherpe hits, knallend vuurwerk en een dolgedraaide frontman, die met zijn theatrale bewegingen de fans in opperste staat van vervoering weet te brengen.

Dat ze dat kunnen is geen publiek geheim, maar in de Ziggo Dome laten de Britten zich van een hele andere kant zien. Zanger Tom Smith, gestoken in een lange zwarte jas, graaft tot diep in zijn ziel en gaat al meteen bij de opener helemaal op in de muziek. Hallelujah (So Low) komt met de donkere elektronica en een moddervette Muse-riff als een sloopkogel binnen, waarin Smith met zijn zweverige armbewegingen de vuurpijlen zelf een kant op lijkt te sturen.

Het zijn de dingen die Smith als frontman kenmerken. Voor hem werken de obligate praatjes met het publiek niet. De Ziggo Dome moet het doen met een aantal keer ‘dankjewel’ op zijn beste Nederlands en wat handkusjes hier en daar, maar voor de rest laat de Brit zijn podiumcharisma het werk doen. Met effect. Tijdens Darkness At The Door slingert Smith als een reptiel over de catwalk, geeft handjes aan de fans op de eerste rij en ontroert hen met die heerlijke kopstem. 

Het blijft een genot Smith bezig te zien. Nee, een troetelbeer als Guy Garvey, die voor het persoonlijke oogcontact gaat, zal hij nooit worden, maar zelfs de grootste criticaster kan niet ontkennen dat hier een frontman van formaat op het podium staat. Dat komt vooral door zijn stem, die in de lage, donkere nummers aan Nick Cave doet denken. Het melodramatische Violence ontpopt zich met zijn sombere refrein en dreigende electro dan ook tot een hoogtepunt in de show. Vooral de wijze waarop de zinderende climax langzaam overgaat in de intro van het net zo donkere No Harm, is subliem.

Halverwege het concert sluit de Editors tijdelijk de hellepoort om zich te storten op het wat meer positievere geluid uit hun repertoire. Oude publieksfavorieten van de eerste twee albums volgen elkaar opeens in rap tempo op. Je zou zeggen dat Editors juist deze nummers het meest onder de knie heeft, maar opvallend is dat juist in deze fase het meeste fout gaat. De intro van An End Has A Start valt bijvoorbeeld door geluidsproblemen volledig in het water, en in Lights maken de afstandelijke gitaristen er al helemaal een potje van.

Terug naar recenter spul verkeert Editors weer in bloedvorm. Het stuiterende Eat Raw Meat = Blood Drool laat de fans massaal met de armen meezwaaien, en het melancholische Nothingness (met die prachtige Elbow-zanglijnen) legt zelfs de grootste criticasters in de zaal het zwijgen op. Sugar, nog zo’n machtig moment. Echoënd als een spook brengt Smith middenin een vuurzee de hele Ziggo Dome in vervoering.

Dan, in de finale, flikt Editors het om het publiek tot aan de bissen helemaal mee te krijgen. Het aanstekelijke Cold gaat gepaard met een confettibom, en Magazine en Papillon laten de zaal voor het eerst compleet op en neer deinen. Even later, in het meeslepende Marching Orders, dreigt de finale even in de soep te lopen als Smith – helemaal in zijn element - zijn microfoon laat vallen en het geluid abrupt verstoord wordt.

Maar het duurt niet lang of Smith herpakt zich en geeft de pakweg 16.000 aanwezigen alsnog een finale die het concert verdient: overdonderend, meeslepend en opnieuw vol vuurwerk en confetti. Op naar Pinkpop!

Thirty Seconds To Mars deelt Ziggo Dome-podium met fans

Tekst: Luca de Louw

Thirty Seconds To Mars brengt 6 april, na 5 jaar werk, een nieuw album uit. Precies een half jaar voor die datum werd ‘The Monolith Tour’ aangekondigd. Vanavond, op 20 maart, staan ze in de Ziggo Dome.

Tien minuten lang klinkt het mysterieuze Monolith intro door de zaal, totdat de ‘bunker’ van grote led-lichtschotten, midden in de zaal, langzaam omhoog gaat. Binnen 30 seconden is de zaal, door het opzwepende elektronische house-intro van Up in the Air, omgetoverd tot een discotheek outta space: Mars natuurlijk. Door het publiek wordt nog net geen gat in het dak van de Ziggo Dome gesprongen.

Goddelijk?!

Next up: Kings and Queens. Frontman en tevens acteur Jared Leto rent over het podium, gehuld in een gekleurde poncho, die doet denken aan de ‘Amazing Technicolor Dreamcoat’ van Joseph, uit de musical van de makers van Jesus Christ Superstar. Wanneer Leto een moment neemt en zijn armen in de lucht spreidt, is hij in combinatie met zijn flinke baard, donkere lange haar en zijn pilotenbril, de moderne versie van Jezus. De woorden Jesus, messiah en God vliegen ook voorbij in de teksten die hij zingt gedurende de show. Zou hij ook op water kunnen lopen?

Het goddelijke gevoel van op het podium staan, wil hij niet alleen voor zichzelf houden. Hij pikt wat random ‘gekke’ mensen uit het publiek, die het ook even mogen ervaren. Waaronder de 7-jarige Ties, die even op de drums van Leto’s broer Shannon, tevens enige andere bandlid op het podium, mag spelen.

Oorlog

Af en toe stopt Jared abrupt de show, wanneer hij zich bijvoorbeeld afvraagt waarom iedereen op de tribune nog zit. ‘’ Sta op voor Thirty seconds to Mars’’, roept hij. Daarna roept hij iedereen op een vuist te maken, ‘fight, fight, fight’, tijdens This is War. Tegen het einde van het nummer gaan er immense zilveren ballonen door de zaal, die hij zelf met een gebalde vuist af en toe terug het publiek in beweegt.

 30 seconds to mars

Jared overstemd

Search & Destroy, Do or Die en Dangerous Nights, een van de singles van het nieuwe album, komen ook nog voorbij. Zelfs een cover van Rihanna’s Stay. Tijdens veel nummers wordt Jareds stem bijna overstemd door het publiek, de drums en de muziek, die op een bandje meeloopt (inclusief opgenomen zang). Wanneer dit wat zachter is, klinkt zijn stem minder goed.

Grote finale met Guitargods

Hij lijkt te eindigen met Rider, een nummer van het nieuwe album. Leto zingt You’ll miss me when I’m gone, zwaait een keer en de ‘ledlichtbunker’ daalt weer neer. Het blijft even donker en dan zijn ze terug met Walk on Water. ‘’Zijn jullie klaar voor een verassing?’’. Tegen het einde van het nummer maakt Eloi Youssef (zanger Kensington) even zijn intrede en zingt een aantal zinnen mee.

Dan is het tijd voor de vier guitargods, de winnaars van de 3FM-actie, aangekondigd door 3FM-DJ Frank van der Lende. De hele show zijn er geen gitaren op het podium te ontdekken. Nu, wordt er samen met Jared, die ‘m er ook even bij heeft gepakt, flink wat afgescheurd  tijdens de track Conquistador. Closer on The Edge, zorgt samen met veel fans op het podium, voor de afsluiter. De witte confetti knalt over het publiek. Terwijl de stroom mensen even later naar buiten loopt, dwarrelt deze nog steeds de zaal rond.

Beeldbron header: Instagram 30secondstomars

TOTO: in topvorm in de Ziggo Dome

toto 2Toto is een kat met negen levens. Zo vaak leek het in de historie van de band uit Los Angeles fout te gaan maar telkens weet het collectief op te krabbelen. 40 jaar lang nu alweer. De 40 Trips Around The Sun World Tour is het reizende live-feestje dat gisteravond Ziggo Dome aandeed.

door: Jean-Paul Heck

En de grote venue zat bomvol. Logisch ook wel want Nederland is Toto-land nummer 1. Nergens zijn de fans zo devoot en vasthoudend. Maar dat geldt ook voor de band. Zangers, drummers en bassisten kwamen en gingen maar de kern van de groep is altijd intact gebleven. Toetsenman en oprichter David Paich en gitarist Steve Lukather hebben nooit verzaakt. Met de terugkeer van de originele toetsenman Steve Porcarco in 2010  is ook een groot deel van de klassieke sound hersteld. Dat was al enigszins te horen op het laatste album Toto XIV (2015) maar live is de band op dit moment in topvorm. Paich die jarenlang nog nauwelijks wilde zingen, zit goed in zijn vel en dirigeerde net zoals in de jaren ’80 de band vanachter zijn vleugel. Ook Lukather oogt gezond en speelde zoals gebruikelijk de sterren van de hemel en zong zijn nummers loepzuiver. De typische geluidjes van Porcaro blijkt echter het cement tussen de stenen. Zeker omdat Toto met de komst van drummer Shannon Forrest eindelijk een slagwerker heeft gevonden die net zo lui, gruizig en old school kan spelen als de legendarische Jeff Porcaro. Na de dood van Porcaro was het toch altijd zoeken naar die juiste sound. Daarnaast heeft Toto voor deze tour wederom de befaamde percussionist Lenny Castro en zanger/saxofonist Warren Ham ingehuurd. Een man die ook al in de jaren ’80 met de band toerde. Met de komst van de hoog zingende bassist Shem von Schroeck is het de sound van de band verrijkt. Ook zanger Joseph Williams verzaakte gisteravond geen moment. De man die in 1986 Bobby Kimball voor twee albums verving, is met afstand de beste keuze voor de band.

Toto 1

 In de Ziggo Dome hanteerde de band gelukkig niet het greatest hits principe. Na een aantal nieuwe nummers, graaide Toto die in de repertoirezak en dat was mooi om te horen. Zo kregen de fans een spetterende versie van English Eyes te horen, een klasse-track van het haast vergeten album Turn Back. Ook het instrumentaaltje Jake To The Bone werd weer eens van stal gehaald en met Forrest achter de drumkit klinkt haast net zo goed als indertijd met Jeff Porcaro. Halverwege het concert dook de band de historie in en vertelde Paich, Lukather en Porcaro beurtelings een sappige anekdote. Toetsenman Porcaro kreeg zelfs de kans om de Michael Jackson-hit Human Nature te schrijven. Een song die hij eigenlijk voor Toto componeerde maar door producer Quincy Jones werd opgepakt voor het album Thriller. Naar het einde toe kwam er een vreselijk strakke versie van Goodbye Girl voorbij, werd Angela van de debuutplaat voor het eerst sinds jaren van stal gehaald en werd zelfs de pareltjes Lion en Stranger in Town van dat andere vergeten album, Isolation, gespeeld. Met ondermeer het thema van de film Dune en het heerlijke Make Believe van Toto IV werd koers gezet naar de slotsong The Road Goes On. Het was meteen een voorschot op de toekomst want één ding is haast zeker: over 10 jaar staan we weer in de Ziggo Dome om een halve eeuw Toto te vieren

Steven Wilson: legende van de progrock

wilson 2In de loop der jaren heeft Steven Wilson (50 lentes jong) als singer-songwriter, producent én frontman een keizerrijk opgebouwd waar de meeste artiesten een puntje aan kunnen zuigen. Als muzikaal leider van proggigant Porcupine Tree veroverde hij de harten van miljoenen mensen, maar ondertussen heeft zijn solocarrière een dergelijke legendarische status gekregen. Zijn uitverkochte show in AFAS Live onderstreept dat we hier te maken hebben met een van de grootste muzikale geniën van deze tijd.

tekst: Sebastiaan Quekel

Dat zou ook zonder zijn shows het geval zijn. Werkelijk ieder album van deze Britse proggod is een schot in de roos, waarvan zijn laatste (To The Bone) misschien wel de geschiedenis zal ingaan als zijn magnum opus. Wilson kan dan ook op een staande ovatie rekenen als hij vroeg in de set verklapt dat hij zijn laatste geesteskind bijna in zijn geheel in Amsterdam zal opvoeren.

Twee uur en veertig minuten klokt het concert dan ook, maar Wilson gaat er als een speer doorheen. Op setopener To the Bone smeedt de bebrilde Brit alles samen wat hem al jaren tot hét gezicht van de hedendaagse progressieve rock maakt. Een harstochtelijk lied waarin Wilson veel belangrijke thema’s aansnijdt. Zelf weet Wilson als geen ander dat zijn muziek vaak zwaar beladen is. ,,Maar hey”, lacht de Engelsman. ,,Jullie zouden hier niet staan als jullie niet van sombere muziek hielden. Toch?”

En zo is het maar net. Wilson hoeft maar één woord te fluisteren of één snaar op zijn ‘gloednieuwe gitaar’ aan te slaan, en de AFAS luistert ademloos. Het ontroerende Pariah, een duet met zangeres Ninet Tayeb, werpt zich al snel op als een van de eerste hoogtepunten. Ze is er zelf niet bij, maar dat lost Wilson heel slim op door haar gezicht levensgroot op een doorzichtige sluier te projecteren. En dan volgt die uithaal met die prachtige muzikale uitbarsting: duimendik kippenvel.wilson 1

 

De show in Amsterdam blijft continu tot in de puntjes verzorgd. Het podium is zo ingericht alsof Wilson bij ons in de huiskamer staat te spelen. Tegelijkertijd brengt de Engelsman visueel zijn meest indrukwekkende show in zijn loopbaan. Achter de muzikanten springt een groot scherm direct in het oog, waarop stemmige beelden en delen van cartoony videoclips getoond worden. Later in de show keert de (prachtige!) doorzichtige vitrage tijdens meerdere nummers terug, zoals in Song of I, waar een vrouwelijke danser zich om Wilson lijkt heen te dartelen. Net een hologram.

De verpletterende metalriffs in Home Invasion, de funky basmelodieën en psychedelische gitaarsolo’s in Porcupine Tree-nummer The Creator Has a Mastertape, de ingetogen en beeldschone piano in Refuge: met de zeer veelzijdige setlist vallen de bezoekers van de ene verbazing in de ander. Wat vooral beklijft is misschien wel het beste nummer dat Porcupine Tree ooit heeft gemaakt: het bloedstollend mooie en retespannende Arriving Somewhere but Not Here. Een dertien minuten durende achtbaanrit waarin Wilson en zijn muzikanten zichzelf weten te overtreffen, voor zover dat deze avond nog kan.

En wat blijft het een voorrecht om Wilson – helemaal in zijn element – bezig te zien. De beste man is alweer vijftig, maar staat met net zo veel bezieling en passie op de bühne als in de Porcupine Tree-jaren. Met strakke handgebaren dirigeert hij de muzikanten en als een nummer tot uitbarsting komt zwiept hij vurig met zijn lokken. En, niet te vergeten, blijft het een bijzonder leuke vent.

Honderduit vertelt Wilson verhalen over vroeger, over zijn voorliefde voor ABBA en Prince en hoe die popartiesten zijn laatste album gevormd hebben. Het levert zelfs een bijzonder moment in de show op. Tijdens Permanating – een feestnummer dat zo op de radio gedraaid kan worden – doopt hij de AFAS Live even om tot een discotheek. En hij komt er nog mee weg ook.

Toch bewaart Wilson het allermooist voor het laatst. ,,Dit is misschien wel het beste nummer dat ik ooit heb geschreven”, vertelt hij, en daar kan hij nog wel eens gelijk in hebben ook. Wanneer de eerste donkere pianotoetsen door de zaal galmen en Wilson de eerste zinnen fluistert, weten de mensen het. The Raven that Refused to Sing, bijna mooier kan muziek niet zijn, en bijna mooier kan deze muziekreis van bijna drie uur niet beëindigd worden. Wat een avond.  

Zoeken

Laatste concertverslagen