‘Classic’ Pinkpop laat tijdens jubileum oude tijden herleven

Concertverslag

Dit jaar viert Pinkpop het vijftigjarig bestaan en dat hebben de bezoekers van het Limburgse festival geweten ook. Organisator Jan Smeets liet namelijk een keur van sterren uit het verleden aanrukken, waaronder The Cure, Golden Earring, The Pretenders en Fleetwood Mac. Dat pakte in veel gevallen prima uit, maar sommige veteranen hebben de tand des tijds maar matig overleefd. Soundz dompelde zich onder in dit bad met oude bekenden en jong talent.

Op de openingsdag van Pinkpop 2019 vindt al vroeg in de middag een clash der generaties plaats. In de Brightlands Stage-tent laat de piepjonge Yungblud met zijn aanstekelijke mix van punk, hiphop en pop zien dat hij een ras-entertainer is, terwijl tegelijkertijd op de IBA Parkstad Stage de band mag opdraven die ook in 1970 al op de festivalposter stond: het Haagse Golden Earring. De groep rond frontman Barry Hay weet de meute prima te bespelen met golden oldies als When The Lady Smiles en Radar Love, maar de stem van de leadzanger vertoont toch wat slijt, waardoor hij niet altijd even zuiver zingt. Dat dit de pret niet mag drukken, zeker opgevuld met wat vlammende solo’s van de overige bandleden, blijkt uit het enthousiasme van het volledig volgestroomde veld.

De sympathieke George Ezra doet hierna op het hoofdpodium waar hij goed in is: een vrolijke popshow neerzetten. Hits als Shotgunen Budapestworden van begin tot einde meegezongen, maar echt spannend wordt het nooit bij de Britse singer-songwriter. Het blijft dan ook opmerkelijk waarom de programmeurs deze feel-good-artiest op de main stage hebben gezet, terwijl de oude rockers van de Golden Earring, zeker gezien hun status, die plek veel meer verdienden. Een andere vrolijke popshow komt op naam van nieuwkomer Davina Michelle. De zangeres voert in de Brightlands Stage een coverfeestje op, die tot ver buiten de tent wordt bekeken. De Rotterdamse laat zien over zang- en entertainkwaliteiten te beschikken, maar ze zal toch met een meer eigen geluid moeten komen voordat ze aan de powerdame die na haar op het hoofdpodium mag optreden, kan tippen.

Want Anouk steekt op de eerste dag van Pinkpop er met kop en schouders bovenuit. De Haagse rockdiva heeft er vanaf de eerste minuut zin in en haar ontwapenende lach is, behalve bij een ingetogen ballad als Michel,niet van haar gezicht te krijgen. Enig minpuntje: Anouk voert geen enkel nummer uit haar prachtige Nederlandstalige repertoire op, wat als toegift bijvoorbeeld prima had gepast. Singer-songwriter Jacob Banks draait hierna het tempo weer even flink terug. Met zijn sfeervolle songs en diepe stemgeluid, weet hij het veld bij het IBA Parkstad Stage te betoveren en sleept hij de bezoekers vrijwillig mee in zijn melancholische trip.

Na de Brits-Nigeriaanse soulman geeft Jamiroquai de show die je van een topentertainer verwacht. Een gelikte show van de ‘space cowboy’, vol groovy acidjazz, waarbij hij helaas wel enkele topsongs achter wegen laat, maar waar zowel jong als oud ditmaal heupwiegend samenkomen. Dagafsluiter Mumford & Sons komt minder goed uit de verf en dat ligt vooral aan de Britse folkrockers zelf. Want als na een paar nummers het beste kruid –  met Caveen Little Lion Man– al is verschoten, is er van opbouw naar een climax helaas weinig sprake meer.

Dag twee begint letterlijk en figuurlijk zonnig, want op het hoofdpodium laat Kraantje Pappie de jongere bezoekers van het festival in heerlijke weersomstandigheden al vroeg in de middag stuiteren op zijn aanstekelijke beats. Diezelfde feestgangers hebben hierna echter weinig keuze om hun springmodus te behouden, want zowel Blood Red Shoes als het er recht tegenover geprogrammeerde White Lies geven vooral de rockliefhebbers een flinke shot adrenaline. Dat hierna The Kooks, dat vorig jaar nog vanwege ziekte van frontman Luke Pritchard moest cancelen, een luchtig meezingfestijn verzorgde, maakte echter veel goed bij de popfans. Dat de Britten hierbij het veld voor het hoofdpodium echter maar matig vol kregen, moet een doorn in het oog zijn geweest voor de enorme schare aanhangers van Rowwen Hèze. De Limburgse veteranen leverden een topshow af, waarbij hits als Bestel Mar en Kwestie van Geduld massaal meegezongen door het massaal toegestroomde publiek, tot ver buiten Landgraaf te horen waren.

Vooraf werd reikhalzend uitgekeken naar de comeback van Krezip, die de vijftigste editie van Pinkpop nog fraaier moest kleuren. De Brabantse band leverde muzikaal, maar helaas had de show – vanwege de voortdurende anekdotes die zangeres Jaqueline Govaert oplepelde – wat weinig vaart, waardoor de trip down memory lane nooit helemaal op gang kwam. Lenny Kravitz, ook zo’n Pinkpop-dinosaurus, kon die de aandacht wel het hele optreden vasthouden. Met heerlijk uitgesponnen versies van Let Love Ruleen It Ain’t Over Till It’s Over tekent hij op dat moment voor de show van de dag, maar dan moet het echte hoogtepunt nog komen.

Want de mannen van The Cure weten in maar liefst tweeënhalf uur tijd het complete terrein van Pinkpop in te pakken. De wereldhits als Friday I’m in Love, Close to Me, Why Can’t I Be You en Boy’s Don’t Cry worden tot het einde bewaard, wat voor een intense spanningsopbouw zorgt, waarbij de Britten geen enkel moment verzwakken. Afsluiter Armin van Buuren laat vervolgens de draf- en renbaan in Landgraaf trillen met diepe bassen en keiharde breaks. Dat de dj daarbij David Lee Roth en Marco Borsato meebracht, zorgt voor extra feestvreugde bij de danceliefhebbers.

Op tweede Pinksterdag is het weer net zo grillig als de geprogrammeerde acts. Het Nederlandse Indian Askin bevestigt hun status als potentiele festivalheadliner en de al gearriveerde Jet Rebel laat zien dat hij toch steeds weer weet te verrassen op het podium. Het Britse Bring Me The Horizon, dat in de Verenigde Staten stadions uitverkoopt, is een van de weinige snoeiharde bands op deze editie van Pinkpop. De band onder de bezielende leiding van frontman Oliver Sykes is de verrassing van de slotdag en weet zelfs met hun melodieuze metalcore een enorme moshpit te creëren voor het podium. De fijnste momenten deze maandag beleven de bezoekers echter in de Brightlands Stage-tent, waar eerst The Pretenders laat zien dat de band – ondanks hun pensioengerechtigde leeftijd – nog steeds pure rock-‘n-roll door de aderen heeft stromen en vervolgens Eurovisiesongfestivalwinnaar Duncan Laurence toont dat hij meer in zijn mars heeft dan Arcade. Met volledige band, inclusief strijkers, neemt hij de bezoekers in de bomvolle tent mee in zijn droomwereld. Dat niet alle nummers even spannend zijn, is nog een puntje om aan te schaven voordat hij in de Ziggo Dome staat, maar met deze show op het jarige Pinkpop, laat Laurence zien dat de potentie hoog is.

De Britse synthpopband Bastille stond al eerder op Pinkpop en mag nu ook weer opdraven als headliner. Het is een band waar je van houdt of die je haat, maar op dit festival zijn de boe-roepers flink in de minderheid. De show zit dan ook prima in elkaar en frontman Dan Smith weet precies wat zijn fans willen horen: de bekende bombastische meezinghits. De jubileumeditie van Pinkpop wordt afgesloten door Fleetwood Mac en moet het hoogtepunt van het weekend worden. Helaas kunnen de Britten naast hun schitterende repertoire, niets extra’s leveren. De show komt nooit echt op stoom en zangeres Stevie Nicks beperkt zich tot wat warrige anekdotes over de muziek van de band. Toch is het optreden zeker geen sof, maar dat komt vooral door nummers als Little Lies, Don’t Stop en Go Your Own Way, die na zoveel jaren nog steeds kippenvel opleveren.

Pinkpop 2019 was een turbulente reis tussen het verleden en het heden. Hierbij leunde het programma wel erg veel op namen die ooit op het festival glorieerden. Op zich is daar niets mis mee en zeker gezien de jubileumeditie een begrijpelijke keuze. Maar of het Limburgse festival afgelopen weekend de harten van jonge, debuterende bezoekers – die in de toekomst voor de continuïteit van Pinkpop moeten zorgen –  heeft gestolen, is de grote vraag.