Billy Joel | van Atilla the Hun tot superster

Met meer dan 150 miljoen verkochte albums hoort Billy Joel tot de allergrootste sterren van de Amerikaanse popmuziek. Het kleine kereltje uit The Bronx met bakken vol talent werd een fenomeen. 72 jaar is hij nu, maar Joel trekt nog altijd met gemak stadions vol publiek. Met The Vinyl Collection Vol.1 krijgen zijn eerste zes studioalbums en twee live-registraties alle ruimte om te schijnen.

Tekst: Jean Paul Heck – Fotografie: Jim Houghton

Joel is een telg van muzikale ouders die elkaar ontmoetten tijdens uitvoeringen van Gilbert and Sullivan operettes in New York. Zijn pa was een klassiek geschoold pianist en probeerde ook zoonlief Billy op dat spoor te krijgen. Als leerling ging hij los op interpretaties van Tchaikovsky en Chopin, zeer tegen de wil in van zijn leraar. Uiteindelijk zou zijn liefde voor klassieke muziek later weer volledig opbloeien. Maar ook in zijn eerder werk is het terug te horen. Een song zoals The Ballad Of Billy The Kid en ook Streetlife Serenade laten dat duidelijk horen. Of pak het intro van The Stranger er maar eens bij. “Het is een factor die continu aanwezig is.

Klassiek heeft mij altijd geïnspireerd”, vertelde Joel mij jaren terug in Londen. Joel groeide op in de jaren 50 en 60. Een periode waarin de muziekwereld, zeker in Amerika, op zijn kop stond. Motown, Stax, Ray Charles, The Beatles…ze maakten allemaal een onuitwisbare indruk op de jonge Billy. “The Beatles waren mijn mentoren en alles wat ik later wilde worden. Zij waren echte muzikanten die iets geweldigs konden creëren. Niet zomaar een paar jongens die een hitje hadden. Zij deden alles zelf.”

Depressief

Billy viel al snel op als een meer dan gemiddeld goed pianist en keyboardspeler. In 1966 trad hij toe tot de band The Hassles. Met deze groep maakte Joel twee albums. Daarna formeerde hij samen met drummer Jon Small het collectief Attila. “Het was een harde band. Veel ruiger dan dit zou het nooit meer worden”, liet Billy in een interview weten. Terugkijkend zag het er allemaal belachelijk met Joel verkleed als een Hun met kettingen rond zijn nek. Hij werd er letterlijk depressief van en het 21-jarige talent kreeg psychische problemen. Hij belandde zelfs uiteindelijk een paar weken in een kliniek. Het was een hel voor hem, maar langzaamaan viel het dubbeltje de goede kant op.

In 1971 kreeg Billy een solo contract en dat leverde zijn debuutplaat Cold Spring Harbor op. Op de plaat staan de twee Joel-classics She’s Got a Way en Everybody Loves You know maar de matig geproduceerde plaat deed het niet best. Een goede naam opbouwen “Ik was klaar met New York en besloot naar Los Angeles te verhuizen.” Daar verdiende hij goed geld als pianist in een bar onder de naam Bill Martin. Billy nam een hip personage aan en die periode verwerkte hij later in de klassieker Piano Man. “Ik heb die songs gemaakt door observaties. De entertainer die elke dag hetzelfde kunstje doet, is net zo triest als de bezoekers die er avond naar avond zitten. Met als uitkomst: alleen muziek biedt ultieme troost.”

Destijds was Piano Man nog niet echt een grote hit, maar samen met het nummer Captain Jack begon Billy wel langzaam een goede naam op te bouwen. Op zijn tweede plaat Piano Man laveerde hij heel slim tussen rauwe rock-‘n-roll en de Tin Pan Alley en liet vele personages figureren in zijn songs. Het was duidelijk dat Elton John met zijn album Tumbleweed Connection een grote invloed op de jonge Billy had. Blues, pop, gospel, de songs hadden het allemaal en langzaam werd duidelijk dat deze New Yorker een blijvertje zou zijn. Na zijn terugkeer in New York ging hij meteen aan de slag met zijn derde werkstuk Streetlife Serenade.

Het werd een beetje een haastklus, omdat Billy na het scoren van een kleine hit met Piano Man de druk voelde. Met de ijzersterke song The Entertainer wist hij gelukkig toch wel het verschil te maken. De echte groei was pas te horen op Turnstiles dat in 1976 verscheen. Het vertrek uit Hollywood was duidelijk het leidend voorwerp in prachtsongs zoals Say Goodbye to Hollywood en New York State of Mind. Dat samen met ijzersterke composities, zoals Miami 2017 (Seen the Lights go out on Broadway) en het felle Angry Young Man waren andere absolute steekhouders op deze plaat. Zijn onafgebroken honger naar meer shows en zijn
groeiende stage-persona was de opmaat naar het absolute sterrendom.

Absolute topvorm

Het album The Stranger dat in 1977 verscheen was precies datgene waar de wereld op zat te wachten. Samen met nieuwe producer Phil Ramone die tot aan The Bridge uit 1986 al zijn albums zou produceren, vond Billy de absolute topvorm. Eigenlijk had hij George Martin voor de productie op het oog maar die had geen tijd. Met betere arrangementen, het gebruik van zijn eigen tourband in de studio en een loepzuivere productie, werd alles naar een niveautje hoger getild.

Maar het waren vooral de topsongs die The Stranger wellicht tot zijn beste plaat maakten. Nummers zoals: Just The Way You Are, She’s Always A Woman, Only The Good Die Young, Movin’ Out, Vienna en Scenes from an Italian Restaurant vormen nog altijd het hart van zijn live-set. Toch bekende Billy in Londen destijds niet zo blij te zijn dat juist zijn softe nummers zo succesvol waren. “Opeens was ik de ster van de soft rock, terwijl ik toch echt uit een andere hoek kwam.”

Toch bleef hij stijlmatig op koers met 52nd Street dat in 1978 verscheen. Pas op Glass Houses (1980) durfde hij met new wave- en zelfs punkelementen, afstand te nemen van zijn succesplaten uit de jaren 70. 52nd Street betekende ook zijn definitieve doorbraak in Europa. Opeens wilde iedereen met Billy Joel spelen en zo wist hij jazzgrootheden zoals vibrafonist Mike Mainieri (Steps Ahead), trompettist Freddie Hubbard en arrangeur Dave Grusin te verleiden om mee te spelen op het werkstuk. En ook 52nd Street bevatte bijna achteloos een aantal onvergetelijke composities zoals Big Shot, Honesty en My Life. Hij kreeg er net als bij The Stranger, twee Grammy Awards voor.

Vanaf dat moment was Billy Joel één van de grootste Amerikaanse sterren. Uiteindelijk zou hij na 52nd Street nog zes studioalbums maken, totdat hij midden jaren 90 besloot zich te richten op het schrijven van klassieke composities. Als live-artiest breekt hij nog steeds records en verkoopt in een vloek en zucht elk voetbal- en baseball stadion in Amerika en Engeland uit. En zelfs de jeugd ontdekt hem begin dit jaar toen
zijn songs Zanzibar en Vienna opeens een enorme hits werden.

Deel bericht op

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Meer nieuws