Bart van der Weide van Racoon | Recht uit het Hart

‘IK WIL AAN HET ROER’

Hij wist het zeker. Dat Nederlandstalige album moest er komen. Oceaan in 2012 slingerde het boeltje aan. Nadat zijn zus Anne in 2016 overleed, werd de focus nog groter. Bart van der Weide toont zich groots op Spijt Is Iets Voor Later. Een majestueus werkstuk met indringende teksten en werkelijk sublieme liedjes.

Tekst: Jean-Paul Heck Fotografie: Paul Bergen

Soundz zoekt Bart op in zijn woonplaats Kloetinge, een idyllisch dorpje dat aanleunt tegen Goes. Hier woont hij met zijn gezin in een prachtig huis dat aan de rand is gelegen. Zijn tuin, maatje half voetbalveld, is het decor voor twee uurtjes Bart van der Weide. Spijt Is Iets Voor Later is Barts plaat. Maar juist op deze plaat schuift zijn kompaan en gitarist Dennis Huige ook aan als tekstschrijver. Samen met hem en alleskunner Maarten van Damme creëerden ze dit meesterwerkje. En dan te bedenken dat Dennis in eerste instantie helemaal niet aan boord wilde stappen.

Stel dat Dennis zijn poot stijf had gehouden.

“Dan was ik gewoon met Maarten aan de bak gegaan. Deze plaat moest er immers komen. Ik snap ook waarom Dennis het in eerste instantie helemaal niet zag zitten. Ik heb mijn hele leven al Nederlandstalige muziek om mij heen gehad. Niet over de boxen, maar gewoon echt live in huis. Mijn ouders zongen thuis de hele dag voor mijn zusjes en mij. Liedjes zoals Witte Rozen, Achter In Het Stille Klooster, Aan De Oever Van De Rotte, Haveloos Ventje, Ketelbinkie. Maar ik wilde de tokkels van Dennis en de Americana-invloeden van Maarten. Dat tezamen met mijn droge, botte strot in het Nederlands. En ja, dat is wel gelukt, denk ik.’

De songs doen mij soms denken aan oud-Nederlandse liedjes. Ken je Lou Bandy?

“Nee, ik zoek hem meteen op. Aha, hier, Rats, Kuch en Bonen, Wie heeft in de Suiker In De Erwtensoep Gedaan… (Bart laat de liedjes uit zijn telefoon schallen)
Man, dit is fantastisch! Hier ga ik eens even flink in leunen. Dit is wat mijn vader aan het neuriën was. met een sigaar is zijn mond, scharrelend rond de bloembakken. Als tiener verafschuwde ik het, maar als kind niet, hoor. Dan zat ik met mijn moeder aan bad. Zij met een glas wijn en een Barclay sigaret. Ik was 4 jaar. Dan kroop ik erbij en moest ik met een scheermes haar benen scheren, terwijl zij Witte Rozen zong. Een kutlied, want het liep immer slecht af. Ik wilde altijd dat ze het opnieuw zong en dat het dan wel goed zou aflopen.”

En ken Conny van den Bos? De song Sjakie van den hoek?

Bart pakt weer zijn telefoon erbij.
“Ik vind de intro al geweldig. Fantastisch!!!! Hier ga ik veel plezier aan beleven.”

Wat was jouw muzikale basis?

“De basis was veel country. Jimmy Dean, Johnny Cash, maar ook Dolly Parton. Mijn vader had een hele kast vol met countryclassics. Hij was overigens nooit ergens echt fan van. Mijn ma was degene die Neil Diamond en het oude werk van Chris de Burgh erin bracht. Mijn pa, nu 79 jaar oud, komt in meerdere liedjes op het album voorbij. Hij is fantastisch en echt van de oude stempel. Hij kan geen ei bakken. En als hij een natje of een stukje kaas wil, dan smakt hij wat en roept: Marie! Hij is de oude klassieke Don. Ooit was hij kapitein op een tank in het leger.

Daarna ging mijn vader naar de HLO in Den Haag gegaan en is gymleraar geworden. Daar heeft hij mijn moeder leren en zij ging om met Hagenezen aan de verkeerde kant van het spoor. Ze had zelfs nog verkering met de eerste drummer van de Golden Earring. Via Zeist zijn ze uiteindelijk in Zeeland beland. Ik ben een echte Zeeuw, net als mijn zusje. Maar ma is een Hagenees en mijn pa een Amsterdammer. Zeeland wad destijds pure noodzaak. Ze hadden niet zoiets van: laten we eens gezellig naar dat Christelijke, bekrompen, stugge en koude Zeeland verhuizen. Dat was in die tijd ook echt zo.”

Was je een goede leerling?

“Nee joh.  Ik heb 8 jaar over mijn HAVO gedaan. Zowel in de tweede, als de vierde blijven zitten en in de vijfde gezakt. Dan mocht toen allemaal nog. Mijn zus Marjolein adviseerde mij om naar de Sociaal Academie te gaan. Daar ging ik op kamers met onze drummer Paul. Hij en ik zijn water en vuur. Wij kennen elkaar al vanaf ons achtste jaar. We hebben 7 jaar aan een stuk in Utrecht naast elkaar gewoond. Uiteindelijk leek het wel op een kapotgelopen relatie. En wat deden we? We gingen weer samenwonen in drie loodsen in Woerden. Haha! Maar dan wel wat verder uit elkaar. Uiteindelijk ben ik de eerste die terug is gegaan naar Goes. Waarom? De liefde voor mijn Miranda. Haar ken ik al mijn hele leven en we waren hele goeie matties. Eerst was het alleen maar seks en toen ontdekten wij dat we heel veel van elkaar houden.”

Ik snap die terugkeer naar Zeeland wel. Wat een prachtige plek is dit.

“De rust is heerlijk. Toen ik kort na de verhuizing even terugkeerde naar Utrecht, werd ik gek. Doe allemaal eens normaal daar! Ik wil nooit meer terug naar de Randstad. Als ik er ben, vind ik het leuk. Maar ik kan elk moment omdraaien en terug naar Kloetinge rijden. Ik zou mezelf ophangen als ik in zo’n klein huisje in de grote stad moest wonen. Lang leve Zeeland. Ik hou van die nuchtere Zeeuwen.”

Even over Racoon. Dennis vertelde mij dat hij telkens na een succesvolle plaat vond dat de band een minder album maakte. Hoe kijk jij daar tegenaan?

“Wat mij betreft kun je de eerste vier Racoon-albums gewoon wegflikkeren. Ik vind de liedjes goed, maar ik kan er niet meer naar luisteren vanwege mijn eigen stem en de kinderachtige teksten. Michel Schoots is een hele goeie pre-producer, maar als we dan echt de studio ingaan, zocht ik altijd naar een wat zweverige sound.  Een beetje in de stijl van de band Motorpsycho met een rauw randje. De laatste plaat vind ik gewoon de beste. Liverpool Rain vind ik overigens wel een supermooie plaat, maar tijdens de opnames was de sfeer om te snijden. Producer Wouter van Belle wordt als band je dood als je daarmee werkt. Vooral Paul kreeg het destijds zwaar voor zijn kiezen.”

Het is wel een sleutelplaat voor Racoon geworden. Alles moest wijken voor het perfecte liedje.

“Dat zou ik gezegd kunnen hebben. Maar ik wil gewoon wat meer te zeggen hebben.”

De tijd van een absolute Racoon-democratie is voorbij?

“Absoluut! Vroeger waren we een band met vier kapiteins, maar daar ben ik van teruggekomen. Ik wil aan het roer staan en bepalen wat het gaat worden. Dan heb ik het over de liedjes die uit mijn koker komen. Ik moet er helemaal achter kunnen staan. In het verleden knalde het vooral tussen Stefan [Stefan Kroon: voormalig bassist] en mijzelf. Hij was een echte punker. Stefan is een ijdele man, maar heel rechtlijnig. In de begintijd keek ik altijd tegen hem op. Hij was een soort van broer, temeer omdat hij 9 jaar ouder was. Als Dennis en ik met een song kwamen, ging Stefan daar altijd even overheen. Daardoor werd het minder zoetsappig. Maar ik ging steeds minder naar hem luisteren en dat vond hij niet leuk. Uiteindelijk werd de sfeer minder en stapte hij uit zichzelf op. Dan ben je een hele grote, hoor.”

Ik begreep van Dennis dat je in het begin de nodige moeite had met het zingen in het Nederlands. Wanneer viel het kwartje?

“Rondom Oceaan stoorde ik mij mateloos aan mijzelf als ik Nederlands zong. Pas later heb ik dat nummer goed leren zingen. Een beetje bottig. Haha. Maar wel recht uit mijn hart. Uiteindelijk kwamen er bij het schrijven steeds meer Nederlandse flarden voorbij. Die liedjes die wij toen hadden, kregen een slinger in DWDD toen we daar de huisband waren. Daar moesten we een keer binnen 15 minuten een 40 seconden durende song componeren, omdat die vent van Lucky TV uitviel. Maar dan zijn Dennis en ik op ons best. Het was een item over het stijgen van de waterspiegel.

Dennis is een hele slimme, belezen, maar ook emotioneel goed onderlegde knul, die precies weet hoe hij iets kan raken zonder iemand meteen te beschadigen. Ik schop gewoon waar Dennis de man van de nuance is. Voordat we gingen componeren, stuurde hij mij een app met vijftien zinnen die raakvlakken met dat onderwerp hadden. Ik denk dat DWDD Dennis echt een goede duw heeft gegeven om dit te gaan doen.”

En dan scoor je na Oceaan in het coronajaar 2020 weer een mega-hit met Het Is Al Laat Toch.

“Tja, we hadden geen idee, maar die kwam wel binnen bij de mensen. Dennis luistert nooit naar de radio en ik amper. Voor ons werd het een grote hit op papier. De cijfertjes bewezen dat het zo was, simpelweg om dat we de song niet live konden spelen. Maar eerlijk gezegd vind ik het ook wel heerlijk om niet op het podium te staan.”

Pardon?

“Ik ben toch een beetje zoals Anouk. Ik vind optreden eigenlijk helemaal niet zo leuk. Theaters wel. Dat vind ik erg tof, omdat de mensen verplicht worden om te luisteren. Maar op grote festivals en in clubs sta ik mezelf alleen maar naar de tandjes te zingen. Ik ben dan ook altijd strontnerveus. Het is ook een kunstje, hè. Je laat ze meeklappen, soms dubbel, dan weer enkel. En hupsakee, la!”

Ik vind dat je soms op Dave Matthews lijkt. Die maakt ook van die rare geluiden op het podium en zegt soms ouf of the box dingen.

Bart zet meteen de Dave Matthews-song The Space Between in: “You cannot quit me so quickly There’s no hope in you for me. No corner you could squeeze me. But I got all the time for you love The space between. The tears we cry. Ik ben altijd al fan geweest van hem. Nou ja, fan. Ik ben alleen fan van mijn pa en ma, Randy Newman, mijn kinderen en mijn vrouw.”

De teksten van jou en Dennis op Spijt Is Iets Voor Later zijn heel direct. Ze gaan recht naar het hart.

“Het komt alleen wat duidelijker naar voren. Kijk, een Engels liedje duurt gewoon wat langer voordat het indaalt. Mijn songs zijn altijd persoonlijk geweest. Je moet niet proberen om altijd mooi te klinken. De mooie woorden in de teksten zijn meestal van Dennis. Maar het is wel echt een Bart-plaat. Kijk, Zo’n song als Geef Je Hart Niet Zomaar Weg gaat natuurlijk over mijn dochter. Ik wil haar op de ziel drukken niet te goed van vertrouwen te zijn, maar ook dat er goeie tussen zitten die je wel kunt vertrouwen.”

Ik bespeur ook geen mooischrijverij of aanmatigende vrolijkheid.

“Als ik de radio aanzet en hoor iemand zingen: Leef alsof het je laatste dag. Leef alsof morgen niet bestaat, irriteert mij dat. Ik sta niet achter die boodschap. Je moet pakken wat je moet pakken en niet pakken wat je kan. Als je dat wel doet, ben je een misselijke pisvlek. Van sommige dingen moet je lekker met je poten afblijven. Ik leer dat ook mijn kinderen. Respecteer jezelf en een ander te allen tijde. Als iemand het tegendeel bewijst en niet te respecteren valt, dan kun je losgaan. En geniet ten volle, zonder een ander pijn te doen.’

Het is eigenlijk niet eerlijk hoe gemakkelijk jij zingt.

“Ik kan niet veel, maar dat kan ik echt. En ja, het gaat mij gemakkelijk af. Anderzijds heb ik een schurfthekel aan mezelf als ik mij hoor praten. Het is zo bot en zo plat. Ik knauw en dat vind ik niet mooi. Als ik praat, denk ik dat ik het best netjes doe en dan hoor ik mezelf terug en schrik ik mij rot. Hoor je Zeeuws als ik praat?”

Ja.

“Ik vind accenten heel belangrijk. Ik heb altijd veel dialecten door elkaar gemixt als ik zing. Wat ik mooi vind, gooi ik erin.”

Historie Van Een Man, een song over je vader, heb je met je zus Kaat gezongen.

“Dan hoor je meteen dat zij veel beter zingt dan ik. Daar gaat je compliment! Ze zingt het met net zoveel passie zoals ik. De traan, hart op de tong. Het gaat over onze vader en dat hoor je. Hoe hij erop reageerde? Niet echt. Hij stond op en liep naar het toilet. Nu hij wat ouder is, zie ik hem wel steeds emotioneler worden. Ik heb de laatste tijd meer knuffels van hem gehad dan in al die jaren vooraf. Dan pakt hij mij bij de schouders en zegt: Bartje, je weet toch wel dat ik heel erg trots op je ben? Het gaat overigens ook over de vader van Dennis en het is wellicht wel de beste song die wij ooit samen hebben geschreven.”

Als je nu niet zo’n goede stem had gehad en goede liedjes kon schrijven, wat had Bart dan gedaan?

“Dan zat ik of in het leger of ik had een stapel kinderboeken geschreven of was met een kajak de wereld over gegaan. Niet alleen, want dat durf ik niet. Ik wil alles delen. Ik weet ook zeker dat ik een stuk avontuurlijker was geweest en dan had ik al dit moois niet gehad. Geen Miranda, geen Tim en geen Senna.”

Maarten, jullie bassist, is getrouwd met jouw zus Kaat en neemt ook deel van het gitaarwerk voor zijn rekening. Hij is een belangrijke man binnen Racoon geworden.

“Voor Dennis was dat in eerste instantie best wel lastig. Maar met z’n drietjes zijn we echt geweldig. Sinds Maarten erbij is, gaat het binnen Racoon zo gemakkelijk. Het is gezellig, rustig en de egoklopperij is verdwenen. De rol van Paul is anders. Hij staat een beetje aan de zijlijn en doet voornamelijk liveoptredens. Maar dat werkt prima.”

Op zaterdag 2 april 2022 geven Racoon een concert in Rotterdam Ahoy.  https://www.racoon.nl/ahoy/

Racoon is gasthoofdredacteur van de nieuwe Soundz.