Barry Hay & JB Meijers – Een paar apart

Nieuws

Het is misschien geen voor de hand liggende alliantie: Barry Hay en JB Meijers. Niettemin voelen de multi-instrumentalist en de frontman van Golden Earring elkaar buitengewoon goed aan. Zo getuige het covers album For You Baby. En of het nu Bob Dylans If Not For You of The Velvet Undergrounds Sweet Jane betreft, elke klassieker krijgt een hoogst onorthodoxe make-over.

Ze raakten in 2017 bevriend tijdens de opnamen van Ilse DeLanges tv-programma Ilse’s Veranda. Een in De Wereld Draait Door ten gehore gebrachte akoestische versie van Radar Love bezegelde ook in artistiek opzicht de vriendschap tussen de muzikale duizendpoot JB Meijers en Ear-ring-brulboei Barry Hay. Van het een kwam het
ander en met For You Baby is nu één van de meest intrigerende coverplaten van de laatste jaren afgeleverd. Inmiddels tot standards verheven prijsnummers van Roy Orbison, Bob Dylan, Lou Reed, Dr. John en Allen Toussaint blijken toch nog lang niet uitgekauwd, terwijl Bruce Springsteens I’m On Fire wordt opgeluisterd met banjo’s en pedal-steel. En in het hart van het album bevindt zich heel toepasselijk een drie songs tellende ode aan The King. Een levendig gesprek met twee kwajongensachtige veteranen wier onverwoestbare liefde voor muziek uit iedere porie ademt.

Wanneer wisten jullie dat het een covers album zou worden?
BH: “Ik werd benaderd door Universal met het idee om een soloplaat te maken met covers. Zij hadden een lijst met daarop nogal voor de hand liggende dingen, zoals weer veel van die duetten. Daar kon ik mijn tanden niet echt in zetten, dus ik zei dat ik het alleen met JB wilde doen. Kon ik het ten minste ook op hem afwentelen en had ik iemand die deelde in mijn ellende, haha! Dat vond ik heel goed gevonden van mezelf, want zijn bijdrage is zo groot geworden dat het meteen geen soloalbum meer was.”

JBM: “Dat met die duetten hebben we dus laten varen en gastmuzikanten waren eigenlijk ook niet meer nodig op de manier zoals wij werkten. Ik zei dat we eerst nou maar eens de studio in moesten gaan om te kijken wat er dan gebeurt. Nou, gitaartje met zang, klaar. Klonk al meteen goed. Die gastmuzikanten waren ineens niet noodza- kelijk meer.”

BH: “JB wist zelf natuurlijk wel hoe goed hij was…”JBM: “Nou, nou…”BH: “Dat mag ik toch wel zeggen? Doe normaal, man! Hij is multimuzikant en alles wat we die eerste dag uitprobeerden, klopte onmiddellijk. Zonder aanwijzingen te hoeven geven, voelden we elkaar goed aan. Het is luilekkerland in de studio als je elkaar zo goed begrijpt. Je hebt een gek idee, probeert het meteen uit en een kwartier later kun je al beoordelen of het zal werken. Dat heb ik liever dan einde- loos over iets ouwehoeren zonder dat er iets gebeurt.”

Heb je dat met de Earring te vaak meegemaakt?

BH: “Dat maak je met álle bands mee. Van die Spinal Tap-achtige situaties waarbij iemand weigert dit of dat te doen in plaats van het gewoon te proberen. Bij Flying V Formation was ik min of meer de baas en kon ik bepalen hoe het gedaan moest worden, maar bij de Earring heb je toch te maken met vier individuen die allemaal een andere smaak hebben en er ook op staan dat alle instrumenten er even goed uitkomen. Ik zeg weleens: ik ben eigenlijk de zanger van een instrumentale band.”

Het album gaat van start met Dylans ‘If Not For You’. Van wie was het idee om dat een mariachi- kleurtje te geven?

JBM: “Dat was een grap. Barry belde me op een gegeven moment op met een te gek idee. Hij zei: Ik woon op Curaçao en mensen vragen me steeds of dat invloed heeft op mijn muziek. Nou, dat was al genoeg om mee aan de gang te gaan. In plaats van iets waarvan je denkt dat het zich afspeelt in een shack in Tennessee of Kentucky verplaatsten we het nu naar Puerto Rico of zo. Spanish Harlem.”

In hetzelfde jaar dat Dylan zijn eigen versie van ‘If Not For You’ uitbracht, speelde hij op ‘Self-Por- trait’ zelf ook al met mariachi-elementen in Wigwam.

JBM: “Dat wist ik niet!” BH: “Je meent het!?” JBM: “Met die statige mariachi-trompetten klinkt onze versie nu als die van een Olivier B. Bommel.” BH: “Als je dat live voor een show zou mogen ensceneren, dan zie ik zo links en rechts een enorm mariachi-orkest voor me met daarboven wat conga’s en dan kom ik de trap aflopen met zo’n jasje met munten erop, klein snorretje, laarzen met sporen en met van die vragende wenkbrauwen! [Imiteert vervolgens de frasering van de slijmerigste crooner denkbaar] En dan van de trap lazeren!” JBM: “Haha! Dat moet echt de volgende videoclip worden!”

Was Dylan een vormende invloed voor jullie?

BH: “Kijk, ik zou het liefst een plaat maken in de trant van Hay Sings Dylan. Lijkt me helemaal fantastisch. Als je Blonde On Blonde of Time Out Of Mind opzet, dan word je gek. De ene fockin’ wereldsong na de andere.”

Jullie uitvoering van ‘Sweet Jane’ van The Velvet Underground is opvallend relaxed. Niet zo relaxed als die van Cowboy Junkies, maar het scheelt niet veel.

BH: “Sweet Jane móést er echt op van Sandra [Hays echtgenote], die met Lou Reed kwam aanzetten. JB zei: Laten we heel simpel beginnen en het dan steeds verder uitbouwen tot een soort bolero. En die stem blijft er heel relaxed doorheen neuzelen. Onwijs mooie versie. Beklemmend ook.”

JBM: “Vind ik ook, ja.”

In het hart van het album treffen we een soort Elvis-triptiek aan: ‘Black Star’, ‘King’s Call’ en ‘Walking In Memphis’.

BH: “Ik weet nog dat ik JB belde en hem zei dat we die bij elkaar moesten zetten. Dan hadden we een Elvis-blokje. Black Star kende ik zelf trouwens niet eens. Als mensen weten dat je ergens mee bezig bent, dan komen ze echter vanzelf met suggesties aandragen.” JBM: “Maar het was wel gek, want we hadden ook al Such A Night van Dr. John opgenomen en die ging dood. Lou Reed was al dood, Phil Lynott ook, en Ric Ocasek van The Cars, waarvan we Heartbreak City hadden gedaan, stierf ook al. Het werd zo een wel heel morbide onderneming, dus we hebben meteen gegoogeld of Marc Cohn van Walking In Memphis eigenlijk nog wel leefde. Ik hield mijn hart vast.”

BH: “En Bob Dylan leeft ook nog.”

Roy Orbison, van wie jullie ‘Blue Bayou’ hebben gekozen, is er ook niet meer. Een atypische keuze trouwens. Dat is geen song waar ik Barry als zanger voor gecast zou hebben.

JBM: “Dat mag jij nu dan eens haarfijn uitleggen, Barry.”

BH: “Ik ben verhuisd en woon nu op Blue Bayou. De tekst is ook heel erg van toepassing op mijn situatie met Sandra, omdat ik geregeld naar Nederland moet, working ‘til the sun don’t shine. Die man in dat lied wil gewoon naar huis, terug naar Blue Bayou. Zo werd het voor mij opeens een heel autobiografisch lied. En JB heeft mij gedwongen om in een heel comfortabel register te gaan zingen. Zonder knijpen. Dat knijpen vind ik soms wel lekker, maar dat mocht niet van hem. Als een blaffende waakhond heeft hij ervoor gezorgd dat de warmte in mijn stem bleef. Daardoor zeggen mensen nu ook dat het wel wat anders is dan wat ze van me gewend zijn, maar dat is natuurlijk ook een beetje de bedoeling. Het was wel verrassend dat de platenmaatschappij juist Blue Bayou op single uitbracht. En we hebben net twee dagen geleden ‘s nachts in het Bijlmerstation de clip gefilmd. Koukleumen in zwart-wit, pluimen uit je mond van de kou, en dat wordt dan later ingevuld met Caribische kleuren en referenties aan warme oorden om dat verlangen uit te beelden.”

Het mag dan geen duettenplaat zijn geworden, Danny Vera doet wel mee in ‘Blue Bayou’. Waarom hij wel?

BH: “We houden van Danny. Dat is familie, een broertje van ons. Een bondgenootschap.” JBM: “Een genootschap.”

BH: “Danny is ook vaak op het eiland bij mij thuis met zijn vrouw. Komt hij logeren en gaan we uit eten. We komen van dezelfde planeet. Hij bleek Blue Bayou trouwens toch al op zijn repertoire te hebben staan, dus hij zong het onmiddellijk vlekkeloos. De tekst kende hij al uit zijn hoofd.”

JBM: “Precies, dat ging dus ook weer zo snel in de studio. Twee keer zingen, klaar. Dat is een manier van werken die volgens mij aan het verdwijnen is. Alles wordt tegenwoordig van tevoren conceptueel vastgelegd. De fun van gewoon iets ter plekke in elkaar draaien en dat plezier hoorbaar over te brengen, kom ik niet vaak meer tegen.”

BH: “En spelplezier kun je niet maskeren. Dat hoor je meteen. Zo is dit album ook begonnen. We namen een demo op en die klonk al meteen zo goed dat we dachten: hoezo demo? Dat was I Hope I Never, het meest dramatische nummer van de plaat.”

Over vocale comfortzones gesproken, de oorspronkelijke versie van ‘Split Enz’ wordt in een veel hoger register gezongen dan jij nu doet.

BH: “Ja, veel te hoog. Maar onze versie is ook heel leeg, kaal. Het draait echt om de stemmen. Net als bij Blue Bayou.”

En Springsteens ‘I’m On Fire’ is van zichzelf al een heel sober gearrangeerd nummer.

BH: “Ja, maar daar kwam JB met zijn duelling banjo’s bij! Haha! Ik vind vooral dat laatste stuk heel mooi. Dat kabbelt heel filmisch door. JB wilde op een gegeven moment naar een fade-out, maar ik zei: Wat ben je aan het dóén, man? Niks faden, lekker door laten gaan, zo lang mogelijk. De staart van het nummer is net zo lang als het nummer zelf. Doet ook heel spaced-out aan vanwege die pedal-steel, mijn favoriete instrument. Als iemand met een pedal-steel binnenkomt, zit ik al meteen op de eerste rij. Het brengt bij mij alle emoties los. ”

Goed, dit is dus een echte duoplaat geworden. Maar hoe kijk je eigenlijk terug op je allereerste soloalbum uit 1972 ‘Only Parrots, Frogs And An- gels’? Dat is nu een cult-item geworden.

BH: “Daar ben ik toen min of meer toe gedwongen. George [Kooymans] had net een soloplaat gemaakt, Jojo, en producer Freddy Haayen zei daarna tegen me: Nu jij. Ik ben aan de slag gegaan en het was voor mij nogal een openbaring om zo opeens op mezelf aangewezen te zijn. Met Harry van Hoof, die piano speelde in de band van Peter Koele- wijn en later een grote orkestleider en arrangeur werd, ben ik toen bij hem thuis aan die songs gaan werken. En ik kon aan zijn blik zien dat hij het leuk vond. Wat wel grappig was, want ik had zelf geen idee waar ik mee bezig was. Het was allemaal een beetje experimenteel. Zo had ik Herman van Veen gebeld om hem een stukje viool te laten spelen. Dat deed hij trouwens als een waanzinnige derwisj. Hij speelde zó agressief, zó goed. Maar de uiteindelijke plaat klonk als een natte sok. Hopeloos. Als ik nu naar die plaat luister, hoor ik ook een ander persoon, een pikkie van zo rond de twintig dat krampachtig bezig is zijn ideeën te spuien. Maar het heeft me wel wat opgeleverd, want vanaf dat moment mocht ik alle lyrics voor de Earring schrijven. En dat doe ik nog steeds.”