Eddie Vedder: Man van weinig woorden

Soundz

Bijna elke geëngageerde muziekfanaat heeft wel een Eddie Vedder-verhaal. Al brengt Pearl Jam al jarenlang geen nieuwe muziek meer uit, de hype rondom de man uit Seattle gaat nooit weg.  Een mooie aanleiding voor drie redacteuren van Soundz om hun eigen Eddie Vedder Story te vertellen.

PEPERDURE WHISKY

TEKST: JOHN DEN BRABER

Pearl Jam en Eddie Vedder: ik moet eerlijk bekennen dat ik aanvankelijk niets met zowel de band als zanger had. In de dagen dat Ten werd uitgebracht, werkte ik parttime bij Free Record Shop. 1991 was sowieso een schitterend muziekjaar, met onder meer releases van R.E.M. (Out Of Time), U2 (Achtung Baby), Massive Attack (Blue Lines), Guns N’ Roses (Use Your Illusion 1&2) en Red Hot Chili Peppers (Blood Sugar Seks Magik). Maar in de verkoop sprongen er drie albums uit van bands waar ik nog nimmer van had gehoord: Pearl Jam, Sound- garden en Nirvana. Alle drie leken op dezelfde werkbank vervaardigd in een stijl die buiten Seattle nog amper bekend was: grunge. De bands rondom Kurt Cobain en Chris Cornell trok ik meteen erg goed. Fantastische rocknummers die zelfs op de radio overeind bleven en frontmannen die schurend de ellende van de wereld prachtig bezongen. Pearl Jam was een ander verhaal. De nummers klonken gefabriceerd, gelikt, onoprecht en de stem van Vedder had een aanstellerige snik die ik niet kon waarderen. Toen hun grootste hit Alive zich ook nog ontpopte tot dé meezinger in iedere wille- keurige studentenkroeg, dacht ik dat het nooit meer goed zou komen tussen mij en Vedders band. Maar gelukkig bleek Pearl Jam als een peperdure whisky: je moet even doorbijten en leren ervan te houden. Dat was – moet ik bekennen – geen gemakkelijk proces. Black groeide al snel uit tot net zo’n baranthem als Alive en van Ten’s opvolger Vs. – met het tenenkrommende Daughter in de gelederen moest ik al helemaal niets hebben. Het derde album van de mannen uit Seattle veranderde alles. Vitalogy opende mijn ogen en vooral mijn oren. Cobain was net overleden en Pearl Jam leek met dit pronk- stuk een andere weg in te slaan. Ineens klonk de band vunzig, open en vol zelfreflectie, en toonde Vedder zich een ware leider van een struggelende generatie. Ik besloot de groep twee jaar later zelfs live een kans te geven en werd – ondanks de sfeerloze locatie (RAI) – meteen gegrepen door het ambachtelijke vakmanschap van de nummers, die op het podium nog meer tot leven kwamen. Ik meen dat ik zelfs Alive heb meegezongen, maar daar zijn geen fysieke bewijzen van. Sindsdien is mijn waardering voor Pearl Jam en Eddie Vedder in het bijzonder – groot. Het is zeer knap dat een band na 25 jaar nog zo relevant is en nog steeds een generatie aanspreekt die inmiddels net als de bandleden zelf de middelbare leeftijd heeft behaald. Pearl Jam is veel meer dan jeugdsentiment gebleken en een van de weinige groepen die een hype want zo werd de grungebeweging net als alle nieuwe stromingen betiteld – wist te overleven en uit te groeien tot misschien wel de beste groep op aarde. Ik kan niet wachten om Eddie en zijn maten weer op Pinkpop te zien deze zomer. Wie had dat ooit in 1991 kunnen bevroeden?

AMSTERDAMSE GRACHTEN

TEKST: LEO BLOKHUIS

Glen Hansard doet een ‘instore’ bij Concerto. Het is juli 2012 en Glen heeft na zijn werk met The Frames en als helft van The Swell Season net zijn eerste echte soloalbum uitgebracht. Mooie plaat. Ik kan zelf niet aanwezig zijn, maar het lijkt me wel wat voor mijn oudste dochter Charlotte, dus ik tip haar. Zij komt nét iets te laat aan en treft een flinke groep mensen in de winkel. Ze kan vrijwel niks zien, maar er is een kruk naast Glen vrij. Hij ziet haar en wenkt. Kom maar hier. Na het optreden raken ze aan de praat. Glen heeft een paar dagen in de stad en vraagt Charlotte wat de beste manier is om Amsterdam te bekijken. “Vanaf het bootje van mijn vader”, zegt zij. Inmiddels zijn Glen en Charlotte bevriend geraakt en zij belandt verschillende keren naast Glen op het podium – onder andere in Paradiso en Afas Live – om de tweede stem te zingen bij een liedje of twee.

Maar goed, de dagen na die ontmoeting hoor ik een paar keer dat “Glen wel een stukje door Amsterdam wil varen”. Ik had – het ding is inmiddels gejat – zo’n niet al te glamoureuze polyester sloep van vijf meter. Tsjonge, denk ik. Als meneer Hansard wil varen, kan hij dan niet beter zo’n fancy bootje van een upscale hotel nemen? Maar de berichten blijven komen en vijf dagen later, het is bewolkt maar droog, komt het er dan toch van. Glen heeft de avond daarvoor het voorprogramma gedaan van Eddie Vedder, die in het kader van zijn Ukulele Songs in Carré stond. Ik tuf over het Jacob van Lennepkanaal het centrum in. Vrouw en anderhalfjarige zoon zitten voorin, Charlotte naast mij en verrek, bij het American Hotel staan Glen en zijn tourmanager klaar. Na een half uurtje varen en kletsen over Amsterdam, het weer en de bootjes, kijkt Glen even rond. Hier passen toch nog wel twee mensen bij? Moet kunnen, zeg ik. Glen prutst even wat met zijn mobieltje en vraagt dan of ik nog een keer langs dat hotel kan varen. We zetten koers richting de Singel- gracht en op de hoek van de Leidsekade staan twee mannen. Glen wenkt kort en via de houten steiger, waar normaal een rond- vaartboot aanlegt, stappen Eddie Vedder en zijn assistent aan boord. Het is een beetje inschikken, maar het past. Ik doe alsof er niks aan de hand is. We varen zo vaak met vrienden en vrienden van vrienden. Ik geef gas en draai mijn bootje met een wijde boog terug naar de singel en rechtsaf de Leidsegracht op. Normaal doen, denk ik, ik ben een sukkel met een boot en hij is een Amerikaan die de stad wil zien. Verder niks. We varen over de grachten naar de Amstel, we stoppen bij Palm Guitars, waar de heren zich een half uurtje verlekkeren aan allerlei vintage instrumenten, we kletsen over wonen in Amsterdam, wonen in Seattle en lang van huis zijn voor het werk. Eddie pakt onze kleine even op schoot en Glen en Charlotte kletsen alsof ze elkaar al jaren kennen. Na anderhalf uur stuur ik het bootje terug over de Leidsegracht richting het American. “Kijk. Daar heb je de Melkweg”, zeg ik. “Heb je daar ooit gespeeld?” Het is eigenlijk voor het eerst dat ik hem echt als frontman van Pearl Jam aanspreek. “Ja”, antwoordt Vedder. “De allereerste keer dat we in Nederland waren.” “Goh. Leuk”, zeg ik. Als ik thuiskom, valt mijn oog op de zwarte backstagesticker die je vóór de tijd van de polsbandjes kreeg als je tijdens een optreden moest werken. Hij zit op de hoek van mijn bureau geplakt. ‘Pearl Jam, Melkweg, 12 feb 1992’ staat erop. Natuurlijk. Ik heb daar gewerkt. We namen Pearl Jam op om die dinsdagavond uit te zenden op Radio3. Ik heb misschien wel iets té goed mijn best gedaan om te verbergen dat ik muziekjournalist en ook Pearl Jamfan van het eerste uur ben…

 

AMERIKA

TEKST: JEAN-PAUL HECK

De voorman van Pearl Jam doet nog nauwelijks een-tweetjes met journalisten en steeds vaker gaat het gerucht dat de gelukkige een in zichzelf gekeerde man aantrof. Echter niet die ene keer in Londen. Bij binnenkomst gingen de korte armen van Vedder meteen wijd open en de eerste quote was meteen vol op de kaak. Over hoe hij zich voelde als inwoner van een land dat steeds meer door de buitenwereld werd gehaat. “Weet je dat ik de komende jaren als een hoopvolle periode zie? Maar dat relateer ik niet aan mezelf. Wij Amerikanen laten ons nogal makkelijk misbruiken, dat is een feit. Het is altijd gevoelig om de ander te zeggen dat ze uit die situatie moet stappen, omdat ze gek is op die vent. Eigenlijk kun je niets tegen haar zeggen voordat ze uit eigen beweging opstapt. Datzelfde geldt voor ons volk. Amerikanen houden van Amerika en een aantal van is zelfs verzot op de president, terwijl het toch een relatie is waarin misbruik wordt getolereerd. Maar nu ze hun zonen van 18 jaar zonder benen thuis zien komen of erger nog, een lichaam zonder hoofd in een kist thuiskrijgen, gaat het kwartje vallen.” Eddie Vedder, aangenaam. Net daarvoor had hij de telefoon in zijn hotelkamer neergelegd na een hoorbaar aangenaam gesprek met mevrouw Vedder. Opeens werd de stemming anders. “Ik doe niets zonder toestemming van het congres.” Vedder lacht geheimzinnig. “Ik heb een vrouw en een kind thuis. Het is het grootste cliché op aarde, maar het heeft wel mijn leven veranderd.” Eddie Vedder, nog altijd maar 53 jaar, ziet Pearl Jam overigens nog altijd als zijn grootste prioriteit. “Het is mijn levensader, al hebben we met elkaar afgesproken dat we alle ruimte mogen nemen voor onze eigen projecten. Of die nu twee of vijf jaar duren.” Dat ze de laatste jaren telkens drie tot vier jaar ruimtepakken tussen elk album, vindt Vedder geen enkel probleem. “We doen altijd erg lang over de nieuwe songs. Voor elk album hebben we altijd meer dan vijftig kant-en-klare nummers, maar wij kunnen maar heel moeilijk beslissen wat de uiteindelijke keuze gaat zijn. We zijn besluitelozer dan de het Amerikaans Congres.” De Vedder van nu is een multitasker die regelmatig in zijn eentje over de wereld toert, goede doelen steunt en ook nog eens regelmatig in films opduikt of bij collega’s op het podium springt. Maar ondanks dat hij in een kast van een huis in Seattle woont en er ook nog in Beverly Hills een mondain optrekje op nahoudt, blijft hij een kritische Amerikaanse burger. Zeker op het gebied van politiek. “De lucht boven Amerika is zwaar vervuild en dan bedoel ik het politieke klimaat. Het lijkt wel of dit land zijn burgers bewust kwaad wil maken. ‘Bullshit’ is de boodschap van het dagelijkse leven geworden en iedereen verwacht dat wij het maar slikken. Met angst en verkeerde berichtgeving proberen ze ons klein te houden. Langzaam wordt duidelijk dat Amerika zichzelf kapotmaakt en daar de hele wereld in mee sleept.”