Sloper | Een onwaarschijnlijk kwartet

SLOPER. Een betere naam valt haast niet te bedenken voor een band waar Golden Earring-Drummer Cesar Zuiderwijk en Triggerfinger-drummer Mario Goossens het kloppend hart vormen. Samen met twee jonge muzikanten maakten de mannen de debuutplaat Pulverized. Soundz reisde af naar België om het drielandenkwartet te spreken.

Tekst: Jean-Paul Heck | Fotografie: Paul Bergen

Zuiderwijk en Goossens zijn al jarenlang vrienden. De andere twee heren die de groepsfoto vullen, zijn minder bekend. De Belgische topdrummer Goossens kwam met de Engelsman Peter Shoulder en zijn landgenoot Fabio Canini op de proppen. Shoulder is een door de wol geverfde topmuzikant die onder meer werkte met bandleden van Stone Temple Pilots. De Belgische Limburger Canini is de ‘dark horse’ van de band. Een uitermate veelzijdige gitarist die niet alleen erg rock-’n-roll is, maar er ook nog eens dito uitziet.

SLOPER is eigenlijk ontstaan door stevig toedoen van een drummagazine.

Mario: “Exact 10 jaar geleden is het allemaal begonnen. Op de Drum Driedaagse van het Nederlandse drumblad de Slagwerkkrant. Daar hebben wij elkaar beter leren kennen en vanaf dat moment vaker afgesproken. Niet om te drummen, maar om lekker te eten en te drinken. Uiteindelijk hebben we een studiootje georganiseerd en daar is uiteindelijk Sloper ontstaan. Het is echt aan Cesar te danken dat dit ook echt van de grond is gekomen.”

Cesar: “Het was meteen duidelijk dat dit een project zou zijn dat we met meer mensen wilden doen. Kijk, het idee was echt om te kijken of het live ook potentie had. Met de Golden Earring gingen we steeds minder spelen. We deden nog heel weinig theaters en het waren vooral festivals. En ja, ik heb gewoon zin om te spelen. Maar wel goed spelen!”

Mario, jij haalde er gitarist Fabio Canini en zanger/gitarist Pete Shoulder bij die jij nog kende uit jouw periode met de Engelse band Winterville.  Hoe is dat gegaan?

Mario: “We zijn eerst gestart met Jan Paternoster, de voorman van de Belgische band Black Box Revelation. Die had wat problemen met zijn vriendin en wat is dan het beste om te doen? Muziek maken! Hij, Cesar en ik. Bij dat eerste moment klopte alles. Cesar is een groot fan van The Kinks en Jan heeft een stem die lijkt op die van Kinks-voorman Ray Davies en vroegere Iggy Pop. De vorige plaat van Black Box Revelation hadden we opgenomen in de studio van The Kinks (Konk Studio’s). We hebben in eerste instantie twee covers opgenomen: eentje van The Kinks (I Need You) en eentje van Jimmy Reed. We hebben ons vooral heel erg geamuseerd.”

Je kent Mario al jaren vanwege jullie geschiedenis met de band Winterville. Hoe werd je binnengeleid bij Sloper?

“De eerste keer werd ik door Mario en Cesar gevraagd om in een kleine studio een stevig uur te jammen. We hadden niets met elkaar afgesproken, maar na een uur bleef The Kinks van I Need You en de Jimmy Reed Lovin You. Uiteindelijk zijn we de studio in gegaan om I’m Alive (Don Fardon), Tell Me You Love Me van Jimmy Reed and Going To A Go-Go (The Miracles) op te nemen. Mario vertelde mij dat en ik had zoiets van: wat? Ben je gek? Ik moest meteen mijn spel aanpassen, omdat ik voor de lage tonen moet zorgen en dat was een uitdaging. Uiteindelijk ben ik aan de slag gegaan met octo pedals en erg veel overdrive. Dat bleek te werken. Overigens staat er op het album wel een aantal nummers waarbij ik wel gewoon een basgitaar heb gebruikt. Het nummer Black Widow dat neigt naar de lage bastonen van Geezer Butler (Black Sabbath) is zo’n song. De gitaarriff van Mario vraagt daar gewoon om een reguliere basgitaar met veel overdrive.”

Cesar: “Ik was en ben een groot fan van Mick Avory, drummer van The Kinks. Hij was echt geweldig! Vooral die klappen op zijn snaredrum. Heel bijzonder.”

Fabio Canini kent niemand in Nederland en ook Peter is een relatief onbekende. Met hem speelde je overigens in de Engelse band, voordat je met Triggerfinger startte.

Mario: “Ik kwam Fabio tegen op een bluesfestival bij mij in de buurt van Heusden/Zolder. Ik hoorde in hem de sound van Ten Years After. Ik ken zijn band Dirty Hips al. Hij zingt daar ook in. Fabio heeft alles. Hij ziet er rock-’n-roll uit, maar hij is het ook. Uiteindelijk hebben we met hem nog meer covers opgenomen, waaronder de Don Fardon-song I’m Alive. Maar ik zocht nog een zanger die dit geweldig zou kunnen vertolken en dat was Peter. Ik heb er een belletje aan gewaagd en we kregen al snel de ingezongen demo’s van hem terug. Toen was het meteen duidelijk dat hij de juiste man was. De eerste repetitie in België was ook meteen raak. Tijdens de eerste vier dagen kwamen al talloze song ideeën naar boven en intussen bleef Cesar de kar trekken.”

Het vuur lijkt maar niet te doven, Cesar. Starten met een nieuwe band na een glansrijke carrière bij de Golden Earring. Dat is nogal wat.

Cesar: “Kijk, je moet gewoon geluk hebben. Dit is de juiste combinatie, op alle gebied. Het is zeker voor drummers tegenwoordig heel moeilijk om een nieuwe band op te richten. Iedereen wordt maar singer/songwriter. Met alle respect, maar kom op jongens! Die gaan geen bandje meer oprichten maar huren gewoon muzikanten in. Moet je dan als drummer een singer/songwriter gaan zoeken?”

Jullie zijn gewend om met een grote band albums op te nemen en op tour te gaan. Wat biedt Sloper jullie muzikaal?

Mario: “Dat samen uit en samen thuis gevoel is voor Cesar en mij erg belangrijk. Kijk, wij vinden elkaar aardig. Dan is het gewoon leuk om samen te drummen. We wilden absoluut geen drumplaat maken. We schrijven allemaal de liedjes met z’n vieren. Het belangrijkste was dat Cesar gewoon Cesar moest blijven als drummer op deze plaat. Ik pas mij wel aan. Die gigantische basdrum van Triggerfinger heb ik meegenomen en 1 floortom, 1 cymbal, een snaredrum en wat bongo’s. Ik ben altijd erg bezig met opnames dus ik kon dat heel goed sturen. Het is een andere manier van denken.”

Cesar: “Ik heb voor het eerst sinds mensenheugenis op een kleine vijfdelige set gespeeld. Waarom? Omdat ik er geen zin heb om zo’n grote klote set helemaal op te bouwen. Bij de Golden Earring kom je binnen, staat alles klaar en hoef ik alleen maar te spelen. Daar wen je snel aan. Maar dit is een heel andere business. Je rijdt met busje naar de venue, je laadt je spullen uit en zet het zelf op de bühne. Ondertussen hebben we de grootste gein. Het is zoals we ooit begonnen en misschien eindigt het zo ook.”

Peter, de zeer talentvolle band met Mario, Winterville stopte er begin 2007 opeens mee. Sloper heeft wel wat weg van de stijl van die groep.

Peter: “Dat was heel erg. We hadden getekend bij een goed label, maar die gingen opeens grote schoonmaak houden. Daarna ging het kaarsje langzaam uit. Jammer hoor. We hebben bijvoorbeeld met Thin Lizzy getoerd op aanvraag van hun gitarist Scott Gorham. Het was allemaal wel heel erg low budget.  Uiteindelijk belandde ik in de groep The Union waar we in een hele korte tijd van 4 jaar drie albums en een live-plaat hebben gemaakt. Dat was een mooie tijd, samen met de geweldige gitarist Luke Morley, de muzikaal leider van Thunder.”

En je werkte onlangs nog met een paar Amerikaanse supersterren…

Peter: “Ik had net een plaat gemaakt met de DeLeo-broers van de Stone Temple Pilots en een geweldige drummer met de naam Brian Tichy (Whitesnake/Foreigner). Die plaat zal binnen afzienbare tijd verschijnen. Zij zijn nu weer druk met Stone Temple Pilots. Ik heb ook nog EP gemaakt met Brian onder de bandnaam Silverthorne. Ik heb Brian destijds ontmoet toen wij met The Union in het voorprogramma van Whitesnake stonden.”

Er zit een duidelijk idee achter Sloper. Twee drummers en twee gitaristen, dat is toch behoorlijk out of the box.

Mario: “Het idee dat in mijn hoofd ronddwaalde, was tweeledig. Het moest klassiek zijn zoals het hoort. Maar aan de andere kant wilde ik ook dat het een eigen smoel zou krijgen. De formule van twee drummers en twee gitaristen is natuurlijk al bijzonder. We gaan ervan uit dat we dit allemaal live gaan brengen. Het is wat het is. Maar juist is het dat wat het moet zijn. Het is niet gepolijst en erg rauw.”

De songs op Pulverized klinken heel direct en zonder poespas.

Cesar: “Als iets gespeeld is en het klinkt goed en voelt lekker, laten staan! Tegenwoordig wordt alles geslepen alsof het een kostbare diamant is en dat wilden wij juist niet. Als we met een echte producer hadden gewerkt, was het er nooit zo uitgekomen. Waarschijnlijk hadden we hem ook er al vroegtijdig uit geschopt, haha! Een producer wil toch graag zijn stempel erop drukken. In Sloper drukt niemand zijn stempel op wat dan ook.”

Dan blijk je opeens ook verborgen talenten als tekstschrijver te hebben, Cesar.

Cesar: “Ik heb dit keer veel teksten geschreven. Vaak ook samen met Pete, want hij is Engels. Ach, je schrijft eens wat op. Maar met iemand zoals Barry naast je, moet je geen teksten gaan componeren. Het mooiste vind ik dat alles zo vlot gaat. Bij de Earring zat je soms dagenlang in de studio om te luisteren naar een producer die bezig was met de sound van een basdrum en snaredrum. Ik ging daar echt niet naast zitten. Vind ik ook overbodig. Wie zit er nu thuis of in de auto naar een nummer te luisteren en zegt dat bij het tweede couplet de basdrum net iets te zachtjes klinkt. Niemand toch?”

Mario: “Ik wel! Hahahaha!’. Dat ding moet ook gemixt worden. Bij sommige muziek is dat echt wel zo. Maar je moet The Small Faces ook niet gaan ontleden.”

Oude dagen herleven een beetje…

Cesar: “Het is bijna zoals het vroeger bij de Golden Earring was. Ook in de studio. Radar Love namen we gewoon zes of zeven keer op en daarna kozen we beste track. Als ik nu terugluister naar Radar Love rammelt het aan alle kanten. Het klinkt enorm onzeker en het einde is negen maten met blazers in plaats van acht maten. Hoe krijg je het voor elkaar? Maar we communiceerden gewoon heel veel visueel in de studio’s. Nu ook met Sloper. En ja, het werkt.”

SLOPER kwam ook binnen als een sloopkogel. Jullie debuut tijdens een uitzending van De Wereld Draait Door, een jaar geleden, sloeg in als een bom.

Cesar: “Haha. Iedereen ging er rustig voor zitten. Vlogen meteen een paar oude dames tegen het plafond aan. We werden opeens overal geboekt. Opeens hadden we het gehele scala compleet. En toen kwam corona en ging alles niet door…”

Hoe belangrijk is SLOPER voor jullie?

Mario: Dit is voor ons absoluut geen project, maar een volwaardige band. Ik heb heel mijn leven lang al dingen naast Triggerfinger dingen gedaan. Ruben Block, onze zanger doet dat ook. En als hij zowel met Triggerfinger als solo een spot kan krijgen op hetzelfde festival, moet hij dat gewoon doen. Ik ben zelfs al aan het volgende album aan het denken.”

Cesar: “We stonden zelfs op festivals gepland waarbij we als voorprogramma van de Golden Earring moesten dienen. Hebben we toch even een paar telefoontjes moeten plegen. Kreeg ik de vraag of ik dat wel kon volhouden. Nou, dat is mijn zaak. Ik ga daar echt niet liggen pitten. Hey Mario, waarom beginnen we niet ons eigen festival? Ruben, Triggerfinger en SLOPER!”

Pulverized is wel een bonte toverbal van invloeden.

Cesar: “Voor ons is richting of stijl helemaal niet belangrijk. Mensen willen altijd maar die referentie hebben. In de song wilde ik een bepaalde boodschap kwijt. We gaan er absoluut niet vanuit dat ook maar iets van ons op de radio gedraaid zal worden.”

Mario: “Het mocht absoluut geen stijloefening worden. Kijken, onze generaties spreken voor zich. Ik zou mij daar ook niet goed bij voelen. Als de luisteraar er een bepaald gevoel bij krijgt, is het voor mij geslaagd. Kijk, bij Triggerfinger was het heel moeilijk om op onze eerste twee albums die groepsound goed op een plaat te zetten. Pas bij de derde plaat klopte het. Ik heb Cesar laten klinken, zoals Cesar is. Pas dan klinkt hij op zijn best.”

Waar staat SLOPER in het huidige muzieklandschap?

Cesar: “Het slechte van deze tijd is dat bands tegenwoordig een soort van mainstream geworden. Bij die bands moet er altijd een chant in zitten, zodat het publiek kan meezingen. Dat hebben wij ook wel een keertje bij Long Blond Animal gedaan maar nu moet het gewoon. Die opgelegde regeltjes om een radiohit te krijgen. Dat is toch vreselijk.”

Mario: “We moeten het niet over analyseren. Dat gebeurt te vaak. De imperfectie maakt het imperfect.”

Hoe kijken jullie naar elkaar?

Mario: “Cesar was altijd mijn grote idool. Hij blijft constant vernieuwen. Dat is ook nodig. Je mag nooit op het punt komen dat je zegt: nu weet ik alles. Bij Cesar is dat nooit het geval.”

Cesar: “Maar Mario is ook mijn idool. Hij speelt echt te gek. Waanzinnig gewoon. En het is ook nog eens een leuke vent.”

Share post:

Soundz Special

spot_imgspot_img

Laatste nieuws

Meer van dit....

CvA Pop feestje in de Melkweg

KRAAMKAMER VAN SUCCES BESTAAT 20 JAAR Jack Pisters: ‘popmuziek is...

Danny Vera | DNA

Op zijn laatste albums ging Danny Vera voor een...

Ricky Koole | Altijd Iemand

Ricky Koole kan alles. Het is een wat stoere...

Duncan Laurence is klaar voor de volgende stap

‘ IK HEB OP SKYBOY ECHT DE GRENZEN OPGEZOCHT’ Met...