Gitaarheld Joe Bonamassa debuteert in de Ziggo Dome en doet dat bij vlagen uitstekend, met een ronkende set elektrische blues. De bebrilde bluesgod is een virtuoos en overrompelt - soms net iets te veel - maar stopt altijd genoeg gevoel en soul in zijn solo’s.

Voor de tweede keer in zijn carrière toert bluesfenomeen Joe Bonamassa (39) rond de wereld met een album dat louter eigen materiaal bevat. Waar zijn eerdere studioalbums vaak werden ontsierd door iets te veel covers bewijst Bonamassa op Blues of Desperation ook een getalenteerd liedjesschrijver te zijn.

Zijn grootste show in Nederland pakt Bonamassa bescheiden aan. Geen enorme catwalk of strakke lasers en lichten, maar louter muziek. Het imposante Ziggopodium is tijdelijk ingericht als een verlichte huiskamer, waar Bonamassa zich omringd heeft door een tweekoppige blazerssectie, een drummer, een orgelspeler en twee beeldschone achtergrondzangeressen. Het aanzicht is fraai, en Bonamassa zelf oogt als een gentleman met zijn strakke blauwe maatpak, zonnebril en bruine herenschoenen met gele veters. Echt een man van de blues.

(Tekst gaat verder onder foto)

Al zou je hem te kort doen door te zeggen dat hij enkel bedreven is in de blues, want wie aandachtig luistert in Ziggo Dome hoort invloeden van hardrock, folk en soul. Bonamassa dicht eenvoudig het gat tussen die genres met aanstekelijke en overweldigende melodieën. Zo blijkt ook uit zijn vinnige gitaarspel: al stampvoetend perst hij de ene weerzinwekkende solo na de ander uit zijn Gibson Les Paul. Zoals we hem kennen trekt hij nogal wat grimassen tijdens het soleren en lijkt hij volledig op te gaan in de elektrische blues die door de zaal bulderen.

Nieuwe draai

Het is nogal een verschil met een paar jaar geleden, toen Bonamassa nog overwegend akoestische sets speelde, zonder ondersteuning van een volwaardige bigband. Die tijd is over. Bonamassa wil zijn fans tegenwoordig overweldigen met een ronkende set aan stevige blues, duizelingwekkende solo’s en op zijn tijd smerige hardrock. Opener This Train en Mountain Climbing zijn hier duidelijke voorbeelden van en rocken als een gek, al dendert Bonamassa voor ons gevoel net iets te lang door. Soms is gas terugnemen zo slecht nog niet.

Aan de andere kant siert het Bonamassa dat hij zich nooit aan een vast stramien houdt. Niet alleen geeft het blazersensemble een nieuwe draai aan de muziek, ook verrast de virtuoos continu met nieuwe invalshoeken en spannende duels met de drummer en orgelist. Albert King-cover Angel of Mercy is waarschijnlijk nog nooit op deze manier vertolkt, met Bonamassa die op het ene moment stilletjes soleert (je kunt een speld horen vallen in Ziggo Dome) en op het andere moment weer overweldigt met zijn kenmerkende grooves.

(Tekst gaat verder onder foto)

Hoogtepunt in de set is een bijna vijftien minuten durende uitvoering van How Many More Times, een vlijmscherpe rocker uit de koker van Led Zeppelin. Loeihard en bruisend zoals het origineel, maar de twee dansende blazers aan de linkerkant voorzien met hun schetterende en funky trompetten het nummer van extra glans.

Bonamassa’s stem slaat hier en daar in de Ziggo Dome wat over, maar toch weet hij op belangrijke momenten een gevoelige snaar te raken. Zo ook in slotnummer Hummingbird van B.B King, waarmee Bonamassa bewijst dat de blues bij hem in goede handen rust.

Tekst: Sebastiaan Quekel
Fotografie: Ans van Heck

 

Zoeken

Laatste concertverslagen